Zalig, welzalig
Geloofstaal & cultuurtaal Woorden als ‘zalig’ en ‘wel(geluk)zalig’ zijn in de geloofstaal een aanduiding van het eeuwig geluk, de zaligheid van Gods kinderen. In bevindelijke kringen van het gereformeerd protestantisme […]
Geloofstaal & cultuurtaal Woorden als ‘zalig’ en ‘wel(geluk)zalig’ zijn in de geloofstaal een aanduiding van het eeuwig geluk, de zaligheid van Gods kinderen. In bevindelijke kringen van het gereformeerd protestantisme […]
Geloofstaal & cultuurtaal In het christelijk geloof is de vraag naar waarheid als de vraag naar de feitelijkheid, de normativiteit en de geldigheid van Gods openbaring van beslissende betekenis. ‘Waarheid’ […]
Geloofstaal & cultuurtaal Vrezen komt in de geloofstaal voor als ‘de vreze des Heren’; vrees wordt dus in verband gebracht met de Here zelf. Het is geen term die je […]
Geloofstaal & cultuurtaal De geloofspraktijk van de christen is vanaf het allereerste begin van de christelijke gemeente getekend als een (wed)strijd. In het kerkelijk spraakgebruik maken we onderscheid tussen de […]
Geloofstaal & cultuurtaal Het beeld van de herder behoort tot de vertrouwde voorstellingen in de geloofstaal. Te denken is aan liederen als ‘De Heer is mijn herder’, illustraties in de […]
Geloofstaal & cultuurtaal Voor de doorsnee-Nederlander is een ‘gemeente’ de burgerlijke gemeente. ‘Kerk’ staat voor a. het gebouw, b. de kerkmensen, c. het instituut. Bij velen roept het woord negatieve […]
Geloofstaal & cultuurtaal Het woord ‘evangelie’ (goede boodschap) vormt een kernwoord in het kerkelijk spraakgebruik. Het Nieuwe Testament begint met de vier evangeliën, maar we gebruiken het woord ook vaak […]
Geloofstaal & cultuurtaal In de Bijbel wordt de God van Israël, de Vader van Jezus Christus, beleden als de ene en de enige God. Hoe breng je dit belijden ter […]
Geloofstaal & cultuurtaal In het kerkelijk spraakgebruik en de geloofspraktijk denken we bij ‘maaltijd’ aan het heilig avondmaal, ook wel genoemd de eucharistie of de maaltijd van de Heer. Als […]