Menu

None

Behaaglijk ongemak

Ongemak. Dat is het woord dat voor mij het beste past bij het boek Is de Bijbel echt gebeurd? Alternatief voor een alles-echt-gebeurd-geloof van Jirska van Hooijdonk. Nu is er ongemak in veel soorten en maten. Daarom maar direct een disclaimer: de vormen van ongemak die ik hieronder beschrijf zijn niet noodzakelijk allemaal mijn eigen vormen van ongemak. En mijn eigen ongemak valt meer in de positief-kritische soort dan dat het om een negatieve beoordeling gaat.

Het vertrekpunt voor dit boek is het ongemak dat Van Hooijdonk zelf ervoer bij het lezen van de bijbel. Ze beschrijft hoe het verhaal van Ananias en Saffira, en met name de gewelddadige wijze waarop beiden aan hun eind kwamen, haar stil zette. Is het letterlijk en historisch lezen van dit verhaal en van zoveel andere teksten uit de bijbel de enige manier? Is er misschien een andere vorm mogelijk als alternatief voor een (al te) letterlijke en historische lezing? Dat is de vraag die Van Hooijdonk stelt en waarop zij een antwoord wil formuleren.

In de loop van het boek strooit ze naar hartenlust met allerlei voorbeelden die een uitdaging vormen voor een strikte, historische lezing. Schijnbare tegenstrijdigheden en feitelijke onmogelijkheden. Als historica én theologe is Van Hooijdonk als geen ander voorgesorteerd om de ruimte te verkennen die ontstaat wanneer de vraag naar historiciteit of theologische reflectie mag worden gesteld.

Ongemak met een historische lezing van teksten kan oplossen door de bijbel niet langer te lezen als één lang geschiedenisverhaal, maar door oog te hebben voor de theologische interpretatie die in de tekst zelf wordt gegeven. Het doel is niet om onmiddellijk en rigide alle historiciteit overboord te zetten, alsof de bijbel volledig pure fictie zou zijn. Maar het is wel goed om te (h)erkennen dat er zeker teksten zijn die veel beter te begrijpen zijn binnen het genre fictie dan als letterlijke geschiedenis. Dat hoeft geen verlies te betekenen. Mogelijk winnen dergelijke teksten juist aan zeggingskracht.

Het is goed voor te stellen dat het boek voor sommige lezers een gevoel van ongemak op zal roepen dat verschilt van het ongemak van de auteur: gemorrel aan wat je als zekerheid en waarheid beschouwd kan nogal onbehagelijk aanvoelen. Wat blijft er over als je de deur openzet voor een manier van lezen waarin niet elke tekst letterlijke historie hoeft te zijn? Wie het uit weet te houden bij dit ongemak, ontdekt dat er ruimte ontstaat voor onderliggende vragen. Wat is geloven en waar geloof je dan precies in? Hoeveel zekerheden zijn daarvoor nodig of durf je te leven met een voorlopigheid die voorbijgaat aan een alles-echt-gebeurd-geloof?

Mijn eigen, lichte ongemak is van een andere orde en maakte zich van mij meester met het lezen van het hoofdstuk waarin het begrip nunc stans wordt opgevoerd. Dit begrip wordt gebruikt om te duiden hoe God buiten de tijd staat, maar zich desondanks verhoudt tot wat tijdelijk is. In het nunc stans raakt de eeuwigheid aan de tijd. Zo wil Van Hooijdonk laten zien dat God niet in de geschiedenis past, maar zich er wel mee verbindt. Nu heeft dit begrip natuurlijk oude papieren, maar desondanks zijn er goede redenen aan te voeren waarom dit begrip niet passend is als aanduiding voor de verhouding van God tot de geschiedenis. Ik noem hier twee bezwaren.

Mijn eerste bezwaar is dat nunc stans een (te) statisch begrip is. Hoewel ik begrijp waarom het een aantrekkelijke conceptualisatie is van de verhouding tussen tijd en eeuwigheid, wekt het begrip evenwel een beeld op van de eeuwigheid als een bevroren werkelijkheid, zonder beweging of verandering. Dat wordt al snel problematisch, zeker in het spreken over God. En als de werkelijkheid die ons wacht aan het einde van de tijden wordt opgevat als iets wat slechts hoeft te worden onthuld dan is er sprake van een gerealiseerde eschatologie. Terecht heeft de Duitse theoloog Jürgen Moltmann zich hiertegen verzet. Want Gods werkelijkheid wordt niet gekenmerkt doordat deze al helemaal kant en klaar is, slechts wachtend op onthulling, maar kent juist een fundamentele openheid naar de toekomst.

Met de opstanding van Christus is al iets van die toekomst aangebroken, maar het is nog niet volledig. De vervulling hiervan verwachten we nog. Daarom beweegt ons spreken over Gods rijk zich steeds tussen een “alreeds” en “nog niet”.

Mijn tweede bezwaar ontleen ik eveneens aan Moltmann. In de Bijbelse verhalen lezen we hoe personen van allerlei pluimage God hebben ervaren in hun tijd. Wat al deze ervaringen gemeen hebben, is dat er geen sprake is van een cognitieve conceptualisatie van God, maar van een relationele verhouding. God laat zich kennen in de relatie die hij met mensen aangaat. Daarmee leveren deze verhalen geen afgeronde visie op tijd en eeuwigheid, maar verwoorden ze hoe de betrouwbaarheid van God wordt ervaren. Hoe God spreekt in de tijd en trouw is aan zijn beloftes. En hoe hij in Christus laat zien wat het volle leven is dat eens volledig zal doorbreken, in gerechtigheid en vrede.

Juist wanneer er ruimte wordt gemaakt voor een lezing van de bijbel waarbij niet alles als letterlijke geschiedenis in de moderne zin wordt beschouwd, en er daarmee meer aandacht wordt gevraagd voor (het karakter van) de tekst zelf, zou het goed zijn om ook de nodige voorzichtigheid te betrachten met het invoeren van filosofische concepten. Een begrip met directe Bijbelse wortels dat passender geweest zou zijn om in dit verband te verkennen is kairos. Juist dit begrip biedt een mooie ingang om te spreken over de verhouding tussen geschiedenis en theologie, hoe gebeurtenissen die in de tijd ver uit elkaar liggen toch betekenisvol met elkaar verbonden kunnen zijn.

Ondanks mijn (slechts lichte) ongemak kan ik niet anders dan concluderen dat Van Hooijdonk een boek heeft geschreven dat aanzet tot verder denken. Het is een heel oprecht boek. Een boek waarin het nergens echt behaaglijk wordt, omdat het de zekerheid van alles-echt-gebeurd op de proef stelt. Tegelijkertijd is de conclusie nergens dat de bijbel dan dus alleen maar symbolisch is, als een mooi verhaal ter inspiratie. Daarmee is dit boek niet gemakkelijk in een vakje te plaatsen. Maar dat maakt het ook weer tot een heel fijn boek, omdat er geen nieuwe zekerheden of overtuigingen worden opgelegd, maar een uitnodiging is tot eigen reflectie. Dat past ook zoveel beter bij een geloof in deze tijd, voorbij grote stelligheid en vaak “diffuus, complex en rafelig aan de randen”. En dat vind ik dan juist erg behaaglijk.

Cees Tulp is Researcher Systematic Theology aan de ETF.


Jirska van Hooijdonk, Is de Bijbel echt gebeurd? Alternatief voor een alles-echt-gebeurd-geloof. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2026. 288 pp. € 21,99. ISBN 9789043544085

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken