Betlehem volgens de verhalen
De lezer, aangekomen in het zogenoemde Nieuwe Testament, is zich van geen kwaad bewust. Voor je het weet ben je al in Betlehem. Matteüs is nog maar net begonnen met zijn verhaal over de geschiedenis van de Messias. Voor wie er ook maar een ogenblik bij stil staat: de naam van Betlehem is dan al genoemd. Samuël moet immers naar Jesse, boer in Betlehem, om onder diens zonen een die God uitgezocht heeft tot koning te zalven. Saul is nog gezalfd met olie uit een breekbaar kruikje. David, ten langen leste uiteindelijk toch (Zijn dit al je jongens? – 1 Sam. 15:11) verschenen in de kring van de broers, wordt gezalfd met olie uit een hoorn. Volgens de joodse leraren is olie uit de hoorn teken van een koningschap dat niet te breken is. Dat betekent dat David een blijvertje is: van Betlehem tot Jeruzalem. Aldus is het eerste signaal aangeduid uit: Boek over de geschiedenis van Jezus Messias, zoon van David, zoon van Abraham.