< Terug

Daniël in de eschatologie

Theologisch drieluik

Dit is deel 2 van een drieluik over eschatologie: eindtijdleer, geschreven door Steven Poot.

Lees ook over de geschiedenis (dl. 1), over eindtijdleer van nu (dl. 3) en de reactie van Koen Holtzapffel.

Steven Poot

“De visioenen van Daniël gaven een idee van Gods bedoeling te midden van alle ellende.”

Theologisch drieluik: eschatologie (deel 2)

Daniël en de leeuwenkuil, de vrienden in de vuuroven, het schrijven op de muur. Beelden, beesten en wereldrijken. Het boek Daniël verhaalt van gebeurtenissen en gaat halverwege over op vergezichten en profetieën die mensen al duizenden jaren boeien en interpreteren. Het boek houdt de gemoederen ook nu nog bezig en wordt vaak gebruikt om gebeurtenissen in onze tijd te duiden. Maar wat is de achtergrond van dit bijbelboek, en hoe beïnvloedt kennis hierover onze relatie met het einde (der tijden)?

Het boek Daniël werd tot eind 18e-/begin 19e eeuw in de theologische gemeenschap gezien als een geschrift van de Judeeër Daniël aan het Babylonische hof in de 6e eeuw voor Christus. De verhalen aan het hof (hoofdstukken 1 t/m 6) en de profetieën die volgen (hoofdstukken 7 t/m 12) werden aan Daniël toegeschreven en vanuit daar werd het geschrift geïnterpreteerd. Dit veranderde toen de historisch-kritische methode haar intrede deed.

Het boek Daniël

De datering, het auteurschap en de vraag naar profetische inhoud, zijn met het aantreden van de historisch-kritische methode aan een nieuw licht onderworpen. Dit had meerdere zware implicaties voor het bijbelboek. De academische consensus[1] die uiteindelijk bereikt is, is dat het boek Daniël door een onbekende Judeeër is samengesteld in de 2e eeuw voor Christus.[2]

De verhalen in de eerste zes hoofdstukken gaan over een Daniël in ballingschap in de Babylonische periode; de andere zes hoofdstukken gaan over gebeurtenissen in de Makkabese periode. Van de eerste hoofdstukken kunnen we geen uitspraak doen over de datering en weten we ook niet of ze rond de zelfde periode geschreven zijn, of gedurende langere tijd tot stand zijn gekomen, en later gebundeld zijn.

In het tweede deel worden echter de veroveringstochten van de Seleucidische koning Antiochus IV Epiphanes gevolgd, tot het moment dat zijn dood wordt voorspeld. Antiochus IV stierf opvallend genoeg niet zoals is omschreven in Daniël. Hieruit kunnen we afleiden dat deze hoofdstukken tijdens of na de Seleucidische veroveringstochten zijn geschreven, maar vóór de dood van de koning in december 164 voor Christus. Uiteindelijk zijn de verhalen van hoofdstukken 1 t/m 6 en de profetieën uit hoofdstukken 7 t/m 12 gebundeld, en bekend komen te staan als het boek dat we nu kennen.

De visioenen van Daniël gaven betekenis aan en duiding van de verschrikkelijke tijden waarin joodse en christelijke gelovigen zich in bevonden – ze gaven een idee van Gods bedoeling te midden van alle ellende

Daniëls beelden

Hoewel we het boek Daniël tegenwoordig, mede via de historisch-kritische methode, veel beter kunnen duiden, werd het boek door de eeuwen heen veel gebruikt om gebeurtenissen in de tijd van de gelovige te duiden. Nog steeds zien we, wanneer populair-christelijke sprekers de academische consensus links laten liggen en het boek Daniël als een soort profetisch vergezicht projecteren vanuit de 6e eeuw, op de 21e eeuw, een heuse bricolage van betekenissen ontstaat. Betekenissen die de mens in tijden van nood graag wil toekennen aan de tekst om houvast te kunnen krijgen op de werkelijkheid die om hem heen aan het schudden is.

Het beeld van Nebukadnezar (Daniël 2), de vier beesten (Daniël 7) en de 70 jaarweken (Daniël 9:24-27) zijn drie beelden die regelmatig terugkeren in de interpretaties over de eindtijd door alle eeuwen heen. Zo ook in de periode rondom Jezus’ leven.[3] 

Daniël in de eeuwen rond het jaar nul[4]

Het eerste (eschatologische) gebruik van het boek Daniël zien we in het boek 1 Makkabeeën. De verhalen en profetische vooruitzichten worden aangehaald (1 Makkabeeën 7:37 en Daniël 9:18), maar het belangrijkste punt is het aanhalen van de ‘gruwel der verwoesting’ uit Daniël 9 door Mattathias op zijn sterfbed (1 Makkabeeën 2:54-68). Mattathias betrekt het punt halverwege de 70e jaarweek op de ontheiliging van de Tempel door Antiochus IV in 167 voor Christus. Het einde van de 490-jarige periode is dus duidelijk, maar het begin of andere gebeurtenissen worden niet benoemd.

Deze toepassing van Daniël op Antiochus IV zien we nagenoeg uitsluitend in 1 Makkabeeën; in latere geschriften, zowel joods als christelijk, is de vernietiging van de Tempel in 70 na Christus een focuspunt. De joodse geschriften 4 Ezra en 2 Baruch passen de woorden van het boek Daniël toe op de vernietiging van de Tempel (4 Ezra 12 en 2 Baruch 39), waarbij in 4 Ezra nog een stap verder wordt gegaan. De engel Gabriël zegt dat Daniël niet het hele vergezicht had gezien, maar dat Ezra die nu wel krijgt. Het visioen van de vier beesten die Daniël ziet, eindigt niet met de Griekse wereld, maar wordt in 4 Ezra toegepast op het Romeinse Rijk.

Eenzelfde stap wordt gezet door de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, maar waar hij een heel duidelijk eindpunt schetst in de vernietiging van de Tempel in 70 na Christus, blijft de periode van 490 jaar zonder duidelijk beginpunt.

Het beeld van Nebukadnezar (Daniël 2), de vier beesten (Daniël 7) en de 70 jaarweken (Daniël 9:24-27) zijn drie beelden die regelmatig terugkeren in de interpretaties over de eindtijd door alle eeuwen heen

Christelijke geschriften uit deze periode volgen deze joodse interpretatie van Daniël door het vierde beest in hoofdstuk 7 inderdaad te zien als het Romeinse rijk.[5] De Evangeliën gebruiken de krachtige taal van het boek Daniël en de ‘gruwel der verwoesting’ als Jezus het heeft over de komende verwoesting van Jeruzalem en de Tempel (bijv. Matteüs 24 en Marcus 13). De christelijke geschriften geven geen duidelijk eindpunt van de 490 jaar, maar Jezus spreekt wel over ‘deze generatie’ die het gaat meemaken (Matteüs. 24).[6]

Naast de evangeliën staat binnen het Nieuwe Testament met name het boek Openbaring vol met het eschatologische gebruik van het boek Daniël – maar we komen het ook in andere boeken tegen.

De laatste fase…

Er is door de eeuwen heen in overvloed over Daniël geschreven. De teksten en met name het beeld, de beesten en de 490 jaar blijven intrigeren.

Het berekenen van de 70 jaarweken gebeurt al sinds de Makkabese opstand. Waar alle partijen het begin van de periode niet lijken te kunnen aanwijzen, is het vrijwel altijd duidelijk dat de 70 jaarweken (of de voeten van het beeld en het vierde beest) in de tijd van het eigen schrijven afliepen. De visioenen van Daniël gaven betekenis aan en duiding van de verschrikkelijke tijden waar joodse en christelijke gelovigen zich in bevonden – ze gaven een idee van Gods bedoeling te midden van alle ellende.

In het derde en laatste deel ga ik op die gedachte verder: hoe ziet een verantwoorde, hedendaagse eschatologie eruit?

Steven Poot is eindtijdtheoloog/eschatoloog en in het dagelijks leven werkzaam als internationaal safety & security consultant voor (I)NGOs. In de afgelopen jaren is hij veelvuldig betrokken bij allerlei initiatieven om de eschatologie weer in al zijn veelzijdigheid en diepgang op de kerkelijke kaart te zetten.

Noten

[1] Het valt buiten de omvang van dit Theologisch drieluik om een toereikende weergave van het discours dat tot deze consensus leidde, te bieden. Aan te raden kost, zijn de volgende bronnen:

  • Collins, John J. A Commentary on the Book of Daniel. Fortress Press, 1993.
  • Hartman, Louis Francis en Alexander A. di Lella. The Book of Daniel: a New Translation with Notes and Commentary. Yale University Press, 2005.
  • Koch, Klaus. Das Buch Daniel. Wissenschaftliche Buchgesellschaft, 1980.
  • Lacocque, André. The Book of Daniel. David Pellauer (vert.). SPCK, 1979.
  • Montgomery, James A. A Critical and Exegetical Commentary on the Book of Daniel. International Critical Commentary Series. T. & T. Clark, 1927.

[2] De hoofdstukken 1 t/m 6 met de verhalen en beelden van het Babylonische hof en 7 t/m 12 met de profetieën van het karakter Daniël is een veelgemaakte onderverdeling. Helaas komt de linguïstische structuur daar niet mee overéén: de hoofdstukken 1 en 8 t/m 12 zijn geschreven in het Aramees en 2 t/m 7 in het Hebreeuws. Dit maakt dat er geen consensus is bereikt over de exacte structuur van het boek.

[3] De 70 jaarweken (de 7-62-1 jaarweken), oftewel de 490 jaar, hebben een begin (terminus ad quem) en een eind (terminus a quo). Er wordt in het duiden van deze jaarweken vaak op het einde van de ervan gefocust, en dan met name op het gegeven dat het einde plaatsvindt in de periode van de gelovige zelf.

[4] Onder deze kop deel ik bevindingen uit een eerder onderzoek: Steven Poot, “The Prophecies of the Book of Daniel and their Use in Judaean and Christian Responses to the Destruction of the Temple in AD 70,” MA thesis, Rijksuniversiteit Groningen, 2020. https://ggw.studenttheses.ub.rug.nl/id/eprint/553

[5] Het Epistel van Barnabas, een vroegchristelijk geschrift, volgt de interpretatie van Rome als het vierde beest (4:4-5) en wijst heel specifiek de vernietiging van de Tempel als vervulling van de 490 jaar-profetie aan (16:6).

[6] James Montgomery, A Critical and Exegetical Commentary on the Book of Daniel, International Critical Commentary Series (Edinburgh: T. & T. Clark, 1927): 396. En: Klaus Koch, “Is Daniel Also Among the Prophets?” Union Seminary Review, vol. 39, no. 2 (April 1985): 126. doi:10.1177/002096438503900202

< Terug