< Terug

Stuivertje Wisselen in de orgelwereld

“Mag ik dan bij jou?”

Deze blog is oorspronkelijk verschenen in De Orgelvriend 2022, nr. 6. Ben je benieuwd naar meer materiaal uit dit nummer? Lees en beluister de download en de muziek van de maand hier! Er is ook een voorproefje van het nummer.

Het bericht was maar kort op social media te lezen op 12 april 2022, maar het stond er echt:

“Welke organist met UM- of Masterstudie wil graag een orgelconcert geven in de **kerk te **? De kerk beschikt over een prachtig tweeklaviers **-orgel. Goede betaling. Alleen bij wederzijdse uitnodiging, wij moeten immers ook van het vak leven. Wij zoeken iemand die het orgel nog niet concertmatig heeft bespeeld; de orgelcommissie wil iedere musicus een podium bieden en streeft naar een zo groot mogelijke diversiteit in aanbod.”

Stuivertje Wisselen (‘mag ik bij jou, dan mag jij bij mij’) komt al heel lang voor in de Nederlandse orgelwereld en lijkt soms de gewoonste zaak van de wereld. Het geldt niet overal, maar bepaalde orgelseries hebben een concertagenda die aansluit op de agenda van de titularis van een aangrenzend jaar. Meer dan eens verwachten organisten hoffelijkheid van hun collega’s: als ik die-of-die laat uitnodigen, dan kan ik het jaar daarop… Vaak blijft dit wat in het verborgene, maar nu werd het een keer zichtbaar. Openlijk zichtbaar. Ja, het stond er echt: “Alleen bij wederzijdse uitnodiging.” De schaamte voorbij.

Toch heeft de oproep ook iets verdrietigs. Er zijn professionele organisten die orgelseries gebruiken voor hun eigen gewin. Misschien zelfs móéten gebruiken, om rond te komen. De orgelwereld zou er echter bij gebaat zijn als bestuurders van stichtingen en orgelcommissies deze manier van werken niet meer zouden accepteren.

Bestuurders van stichtingen en orgelcommissies zijn vrijwel altijd vrijwilligers die zich artistiek laten bijstaan of laten leiden door de visie van een professional. Die fungeert dan als artistiek adviseur.

Stichtingsbestuurders of orgelcommissies moeten erop kunnen vertrouwen dat het advies van de professionele organist integer is. Het advies moet bedoeld zijn om de stichting of orgelcommissie artistiek vooruit te helpen. De positie van artistiek adviseur moet dus niet gebruikt worden om de eigen belangen van de professional te dienen.

Bij het Stuivertje Wisselen is de verstrengeling van belangen goed zichtbaar. Dit is funest voor de kwaliteit van orgelseries. En niet alleen plaatselijke commissies hebben eronder te lijden, ook organisten hebben er last van. Vooral jongere spelers, of degenen zonder interessant orgel of zonder orgelserie komen minder snel aan de bak. Het is ook niet iets van nu: iemand als Jaap Dragt (1930-2003) moest het decennia geleden ook al verduren.

Van belangverstrengeling is ook sprake als  de artistiek adviseur een stichting adviseert alleen of vooral concerten te organiseren waarin hij of zij zelf optreedt. Natuurlijk hoort het spelen van orgelconcerten vaak bij de taakstelling van de organist, maar ook dan (of juist dan?) moeten bestuurders en adviseurs kritisch blijven op de programmering. Voor je het weet krijg je artistiek advies in de vorm van ‘wij van WC-Eend adviseren WC-Eend’.

Het zou daarom, om te beginnen, kunnen helpen als orgelcommissies minder zouden worden ‘geregeerd’ door de vaste organist. Ideeën moeten voorop staan, niet de poppetjes. En als er wél een titularis is die ook optreedt als programmeur, dan is het de uitdaging een open en uitnodigende houding aan te nemen. Neem bijvoorbeeld de Stadsorgelconcerten in Haarlem. Enige jaren geleden nam één van de twee stadsorganisten afscheid. Sindsdien is het aantal concerten niet of nauwelijks afgenomen, maar de diversiteit is wél toegenomen: er zijn meer organisten die de kans krijgen op dit beroemde orgel te concerteren.

De laatste jaren is er, onder invloed van de Governance Code Cultuur, in subsidieland meer aandacht voor het voorkomen van belangenverstrengeling. Ook in de orgelwereld kunnen we daarvan leren. Bij het organiseren van orgelconcerten zou geen plaats mogen zijn voor nepotisme of wederdiensten, en natuurlijk al helemaal niet als de serie financieel wordt ondersteund met donaties of uit belastinggeld.

Dat we ons hiervan bewust worden, is niet alleen van belang vanwege zuiver bestuur, maar het is ook de enige manier om de kwaliteit van orgelconcerten te waarborgen. Want waar de organist uit het begin van dit stuk weliswaar zei dat de orgelcommissie iedere musicus een podium wil bieden, worden goede (vooral jonge?) organisten door hetzelfde bericht op voorhand uitgesloten als ze niet over een goed ‘ruilorgel’ beschikken. Orgelseries worden zodoende dus niet diverser, maar juist eenvormiger. Er worden dan immers alleen maar organisten uitgenodigd uit die óók bereid zijn om hun persoonlijke belangen te stellen boven die van hun plaatselijke orgelserie.

Dat is een probleem waarvan we ons bewust moeten zijn.

< Terug