Een dubbel halleluja
Kun je het woord ‘halleluja’ (dat letterlijk: ‘prijst de Heer’ betekent en alleen in de psalmen voorkomt) gebruiken in totaal verschillende situaties? Om God te eren én als uitroep na een ervaring van liefde en seks? Dat kan volgens het hier besproken lied van de Canadese zanger en dichter Leonard Cohen. Cohen gaf het voor het eerst uit in 1984 op zijn album Various Positions, een titel die overigens al net zo dubbelzinnig is als dit nummer. Naar eigen zeggen zou Cohen twee jaar nodig gehad hebben om deze tekst te schrijven. Inmiddels zijn er meer dan honderd versies van opgenomen, waaronder de bekendste wel die van Jeff Buckley is uit 1994. Na diens dood in 1997 steeg het nummer enorm in populariteit. Het aantal coupletten dat ten gehore wordt gebracht, varieert. De volledige versie van de tekst telt vijftien coupletten, maar er wordt gezegd dat Cohen, een notoire perfectionist, wel tachtig versies heeft geschreven. Hoe dan ook, het lied, waarvan bij hoge uitzondering zeven coupletten worden gezongen, maar vaak minder dan vijf, is bijzonder populair. Op de vraag hoe dat komt antwoordde Cohen eens ontwijkend dat het zo’n goed refrein heeft. Meer inhoudelijk zei hij later over de betekenis: er bestaan verschillende soorten halleluja’s, en alle perfecte en gebroken halleluja’s zijn evenveel waard.
Blijkbaar wordt vooral de dubbelzinnigheid van de tekst door velen aangevoeld. Ik vermoed namelijk dat er in het goeddeels jonge publiek niet zo heel veel zijn die de bijbelse verwijzingen van Cohen zomaar kunnen plaatsen. Toch zijn ze door deze en gene wel gevonden en op het internet gezet. Niemand echter (voor zover ik weet) heeft gezien dat Cohen in de verschillende coupletten ook verschillende personen aan het woord laat. Wie zegt er nou eigenlijk wanneer wat? En wanneer wordt er iets niet gezegd wat wel wordt verondersteld?
In het eerste couplet wordt koning David geïntroduceerd, door een verteller die verder niet meer aan het woord komt. Terwijl hij zich afvraagt of de toehoorder wel geïnteresseerd is in muziek, stelt hij ons David voor als koning-harpspeler die de man van de psalmen werd en die hier verbijsterd een halleluja componeert. Dat David als koning geliefd is, een man naar Gods hart (zie 1 Samuël 13:14), wordt verondersteld.
1 I heard there was a secret chord
That David played and it pleased the Lord
But you don’t really care for music do you
It goes like this the fourth the fifth
The minor fall and the major lift
The baffled king composing Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah
In het tweede couplet is God aan het woord, die hier op die veronderstelling inspeelt. Weten dat je geliefd bent is blijkbaar niet genoeg voor jou. Je wilde bewijs. Je zag Batseba baden op het dak van haar huis. Een beetje maanlicht erbij, en je was verkocht (zie 2 Samuël 11-12). Net zoals Simson eerder gevallen is voor Delila. Met beelden uit dat verhaal (zie Rechters 16:1-19) gaat het dan ook verder: ze bond je aan een keukenstoel, ze brak je troon, ze knipte je haar… En jij maar zeggen: halleluja!
2 Your faith was strong but you needed proof
You saw her bathing on the roof
Her beauty and the moonlight overthrew you
She tied you to a kitchen chair
She broke your throne, and she cut your hair
And from your lips she drew the Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah
In het derde couplet antwoordt David de Eeuwige, die in het jodendom ook wel kortweg ’de Naam’ wordt genoemd. Zou ik (door te spelen met het woord ‘halleluja’) uw naam hebben misbruikt? (Zie Exodus 20:7 en Deuteronomium 5:11.) lk ken u niet eens! Maar stel dat we elkaar wel kennen, waar hebben we het dan over? Er is licht in ieder woord, of het nu gaat om het grote of het kleine (gebroken) halleluja. Wat maakt het uit welk halleluja u hebt gehoord?
3 You say I took the name in vain
I don’t even know the name
But if I did, well really, what’s it to you?
There’s a blaze of light in every word
It doesn’t matter which you heard
The holy or the broken Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah
In het vierde couplet wordt de gebrokenheid wat raadselachtig verder uitgewerkt. Die raadselachtigheid echter verdwijnt als we zien dat David in de eerste drie regels aan het woord is, en Batseba, die blijkbaar al afstand heeft genomen van de affaire, in de laatste vier regels. David zegt als het ware tot zijn geliefde: ‘Je kent me toch? Ik was hier toch al eerder bij jou in huis? En je weet toch hoe alleen ik was voordat ik jou kende?’ Dan is het van belang te weten dat David, om Batseba te kunnen krijgen, haar man Uria de dood in heeft gestuurd, en dat ook kon doen doordat het oorlog was. Dat is verondersteld in het antwoord van Batseba: ‘lk zag jouw vaandel op de marmeren triomfboog (David heeft de oorlog gewonnen), maar liefde is geen overwinningsmars (ik ben ook weduwe geworden).’ Het is een koud en een gebroken halleluja.
4 Baby I’ve been here before
I know this room I’ve walked this floor
I used to live alone before I knew you
I’ve seen your flag on the marble arch
But love is not a victory march
It’s a cold and it’s a broken Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah
In het vijfde couplet herinnert David haar aan de liefde die ze samen hebben gekend en bedreven. Hij zegt: ‘Je was ooit intiem met mij, maar dat lijkt nu wel over. Maar ik herinner me dat “toen ik je nam”, daarbij ook de heilige duif betrokken was.’ Hier heeft hij het grote en het kleine halleluja met elkaar verbonden. ‘ledere ademhaling van ons was een hallelujah!’
5 There was a time you let me know
What’s really going on below
but now you never show it to me do you?
I remember when I moved in you
And the holy dove was moving too
And every breath we drew was Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah
In het zesde couplet komt David toe aan zelfreflectie. Hij zegt van de Eeuwige en van de liefde niet echt iets te weten, terwijl hij (nog steeds verbijsterd) deze (God) toch ook meteen weer aanspreekt: ‘Alles wat ik ooit van de liefde heb geleerd, is niet meer dan mensen te verslaan die tegen u waren. U hoort geen klacht vanavond en ook niet iemand die het licht heeft gezien. Wat u hoort, dat is een koud en eenzaam halleluja.’
6 Now maybe there’s a god above
But all I ever learned from love
ls how to shoot at someone who outdrew you
And it’s no complaint you hear tonight
And it’s not someone who’s seen the light
It’s a cold and it’s a lonely Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah
In het zevende couplet ten slotte wordt de reflectie voortgezet en tot een conclusie gevoerd. Het lijkt erop dat David, die zijn kleinheid en zijn kwetsbaarheid erkent, zich hier opnieuw tot Batseba wendt om haar uiteindelijk te zeggen: ‘lk heb je niet belazerd! En hoewel het allemaal fout ging, zal ik nog steeds staan voor de Heer van het lied, met niks anders op mijn lippen dan halleluja!’
7 I did my best it wasn’t much
I couldn’t feel so I learned to touch
I’ve told the truth, I didn’t come to fool you
And even though it all went wrong,
I’ll stand before the Lord of Song
With nothing on my tongue but Hallelujah
Hallelujah, Halleluj ah, Hallelujah, Hallelujah
Het is een ronduit prachtig lied, dat in het Nederlands is hertaald door Jan Rot. Die hertaling is mooi, maar voor de woorden van Cohen blijft staan (hetgeen Rot niet zal ontkennen) dat ze soms duister zijn omdat er, zoals gezegd, geregeld iets wordt verondersteld wat niet is verwoord. Zo ingewikkeld echter als de tekst kan zijn, zo simpel is de melodie, die in al haar eenvoud de vertelling prachtig draagt en die ook ontroert. Cohen maakt duidelijk dat de liefde tot God en de liefde tussen mensen onderling niet tegen elkaar moeten worden uitgespeeld. En dat is een bijbels gegeven.
Gerard van Broekhuizen is theoloog en kunstenaar. Hij is sinds het begin van Schrift betrokken geweest als redactielid, beeldredacteur en auteur.
Eerder gepubliceerd in Schrift 250 (2010), 128-130