Mozes in de film
Inleiding Zo’n 50 jaar geleden ging ik samen met mijn vader voor het eerst naar het Colosseum, de bioscoop, waar ‘De Tien Geboden’ draaide. Naar de bioscoop gaan deed men […]
Inleiding Zo’n 50 jaar geleden ging ik samen met mijn vader voor het eerst naar het Colosseum, de bioscoop, waar ‘De Tien Geboden’ draaide. Naar de bioscoop gaan deed men […]
Post-seculier Het begrip ‘post-seculier’ lijkt een nieuwe context aan te wijzen waarin opnieuw over God kan worden gesproken op een post-theïstische wijze. Voorafgaand aan het spreken over God moet daarom […]
Het theologische thema van de navolging kan bij uitstek worden belicht aan de hand van de persoon en het werk van Albert Schweitzer. Schweitzer publiceerde als theoloog belangrijke werken over het onderzoek […]
Leerstof over de bijbelse geschiedenis uit het tijdperk van de joodse emancipatie Ter inleiding In Bijbelse geschiedenis herverteld, een studie van mijn hand over de receptie van de bijbelse geschiedenis […]
Ter voorbereiding op het najaarssymposium van het college van bijzonder hoogleraren over het thema Navolging: Worden als Christus Het symposium is gehouden op 14 november 2014 in Groningen. Met het thema […]
Over de Bijbel hebben veel mensen stellige ideeën. ‘Het beste zelf hulpboek voor de mens’, oordeelde schrijver Adriaan van Dis in een talkshowgesprek in 2016 op de dag dat de Bijbel, in de gedaante van de Nieuwe Bijbelvertaling, verkozen was tot ‘het belangrijkste boek’. Anderen zouden de Bijbel het liefst opgenomen zien op een lijst van verboden boeken. En tegelijk zijn er ook nog steeds vele duizenden Nederlanders die dagelijks de Bijbel lezen in het geloof dat dit niet zomaar een oud geschrift is maar het boek waarin God tot hen spreekt. De Bijbel maakt de tongen los.
In Nehemia 9:5 roepen Levieten, nadat het volk Israël uit het boek van de wet van JHWH hun God is voorgelezen, het volk op om te staan en JHWHte zegenen. Een lang zegengebed volgt (9:6vv). Onduidelijk is echter waar dat waar eindigt. In 9:37 met de woorden: ‘Daarom zijn wij in grote benauwheid’ (NBG’51)? Of moet daar toch in elk geval 10:1[1] nog bij gerekend worden: ‘Op grond van dit alles sluiten wij een vast verbond en stellen het op schrift, en onze oversten, onze Levieten, onze priesters zetten hun zegel eronder’ (NBG’51)? De wij-groep van het gebed houdt namelijk niet op met spreken.
‘We noemen onszelf met opzet werkgezélschap, want het gaat ook om gezelligheid, bij voorbeeld tijdens de gezamenlijke lunch.’[1] Opmerking tijdens een ontmoeting in een werkgemeenschap in het zuiden des lands, 23 […]
Hoe ‘verzoening door voldoening’ vanuit de slachtoffers van deze wereld opnieuw verstaan moet worden. Een moeilijke vraag Veelal komt zo rond Goede Vrijdag en Pasen in kerkelijke en theologische gesprekken […]