Eindelijk een housewarming
Het is Pinksteren en ik kan me geen beter moment voorstellen om onze deuren wijd open te zetten, en om vrienden en familie uit alle windstreken in ons huisje te ontvangen. Dus: kom binnen en neus eens rond!
Het is Pinksteren en ik kan me geen beter moment voorstellen om onze deuren wijd open te zetten, en om vrienden en familie uit alle windstreken in ons huisje te ontvangen. Dus: kom binnen en neus eens rond!
De profeet Elia wordt van oudsher gezien als een voorbeeld voor een leven in stilte en eenzaamheid, innig verbonden met God. Vooral de woestijnmonniken probeerden in navolging van Elia afstand te nemen van wereldse invloeden, om zich alleen te laten leiden door God. Deze distantiëring werd zo mogelijk bevorderd door daadwerkelijke terugtrekking uit de bewoonde wereld, de woestenij in. In de dertiende eeuw liet de Karmelorde zich inspireren door deze traditie van woestijnmonniken en de profeet Elia. Welke rol speelde die stilte en eenzaamheid in het leven van Elia?
Lieve Teugels vergelijkt de rollen die Elia in Rabbijnse literatuur krijgt toebedeeld en de manieren waarop in het Nieuwe Testament naar Elia verwezen wordt, zowel met het oog op Johannes als met het oog op Jezus.
Het is Pinksteren en ik kan me geen beter moment voorstellen om onze deuren wijd open te zetten, en om vrienden en familie uit alle windstreken in ons huisje te […]
In mijn laatste blog deze zomer voor theologie.nl over sporen van God in de populaire cultuur kan ik niet anders dan teruggrijpen op mijn voorliefde voor de ongepolijste zendeling Elvis Presley. Uit zijn swingende gospel ‘So High’ haal ik oude lofprijzing.
Ik mag met je op zoek gaan naar sporen van God in de populaire cultuur. Die denk ik te zien. Wellicht sluit ik daarmee aan bij mijn voorouders, volgelingen van Abraham Kuyper met zijn ‘Gemeene Gratie’. Ik zie de drie dikke pillen nog in de boekenkast van mijn vader staan. Vrij vertaald is het de gedachte van algemene genade: dat er ook buiten Bijbel, kerk en Openbaring goede dingen te vinden zijn.
Het verhaal van de overspelige vrouw roept tal van vragen op. Wat heeft die vrouw gedaan? Wat verstaat het evangelie onder de term ‘overspel’? Dat ze dat gepleegd heeft wordt in heel het verhaal niet betwist of bevraagd. Wat schrijft Jezus op de grond? Schrijft hij wel of zit hij te tekenen? Waarom komen de schriftgeleerden en farizeeën met deze casus ‘om hem op de proef te stellen’. En dan als laatste, maar misschien wel belangrijkste vraag: hoe zit het met de tekstuele status van dit verhaal?
Those were the days. We lazen Bijbel in de Verdeutschung van Martin Buber en Franz Rosenzweig en we ontdekten dat engelen eigenlijk boden waren. Wat een opluchting dat ze hun vleugels verloren en hun braaf-burgerlijke blik. En theologisch, dat de aandacht weer uitging naar wat ze zeiden, naar het woord van God, en niet naar al die poespas.
In mijn pastoraat heb ik enkele keren een zeer aangrijpend gesprek gehad met een volwassene die worstelde met zijn wens om een gender-transitie in te gaan. Verder heb ik het een en ander gelezen, maar ik ben dus geen kenner aangaande gender-issues. Daarom slechts een paar theologische overwegingen, preluderend op de inbreng van meer deskundigen dan ik. Ik richt me qua toonzetting op wat Paulus zegt: “Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij.” (Filippenzen 4:5)