De Heilige Geest, een weldadige kracht
Onlangs verscheen een nieuw boek over het werk van de Heilige Geest, en wel van de hand van Kees van der Kooi, emeritus hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit (Amsterdam). De titel: Een weldadige kracht; de ondertitel: christelijk geloof en het alledaagse in het licht van de Geest.
In 1964 kwalificeerde Hendrikus Berkhof de pneumatologie als โeen verwaarloosd gebied van systematische ontwikkelingโ. Later werd de term Geistvergessenheit bedacht, in navolging van Martin Heideggers woord Seinsvergessenheit. Aan het einde van de vorige en het begin van deze eeuw is op dit terrein een enorme inhaalslag gepleegd. Mensen als Gijs Dingemans, Gerrit van de Kamp, Martien Parmentier en Jan Veenhof hebben de pneumatologie als brede noemer om het christelijk geloof ter sprake te brengen, erkend.
Christologische concentratie
In de achttiende en de negentiende eeuw was het geloof in God als Schepper een gedeelde overtuiging van samenleving en cultuur. In de twintigste eeuw, die een overmaat aan wreedheid en kwaad te zien gaf, viel de schepping als de plaats waar God geรฏdentificeerd kon worden, weg. Onder invloed van Karl Barth en zijn geestverwanten werd Jezus Christus gezien als degene in wie het juiste beeld van God te krijgen is. Het leverde een sterke christologische concentratie in de theologie op, in exclusieve zin zelfs. Maar wordt dan de werkelijkheid buiten Hem als plaats om God te ontmoeten niet veronachtzaamd? Welnu, de culturele fascinatie voor ervaring, zingeving, spiritualiteit โ de zoektocht naar het goddelijke of het geestelijke dicht bij โ leverde een voedingsbodem op waar de interesse voor de pneumatologie de afgelopen decennia kon groeien. Aldus Van der Kooi.
Van der Kooi noemt nog enkele andere factoren. In de eerste plaats is er hernieuwde waardering voor het begrip โtriniteitโ gekomen, met meer aandacht voor de Heilige Geest als het uiterste punt van Gods betrokkenheid bij ons. De Geest speelt een rol bij de schepping, in de verlossing en bij de voltooiing van de wereld. In de tweede plaats is er door het hedendaagse bijbelonderzoek meer inzicht gekomen in de veelvormigheid van de Geest in de verschillende geschriften van Oude en Nieuwe Testament.
Historische ontwikkelingen
Naast deze culturele en theologische redenen zijn er nog historische ontwikkelingen in de vorige eeuw geweest, die meer belangstelling voor het werk van de Heilige Geest hebben bewerkstelligd. In de eerste plaats moet gewezen worden op de pinkster- en charismatische vernieuwing. Niet alle doctrinaire standpunten van die beweging zijn in de gevestigde kerken overgenomen, maar wel werd erkend dat het werk van de Geest in praktijk en theologie daar veronachtzaamd waren. Hierbij zijn confessionele grenzen van steeds minder belang geworden. En er is een osmose ontstaan tussen het evangelicalisme en de charismatische vernieuwing. Bij dit alles gaat het om een transnationale beweging. Dat geldt ook voor de vijfde factor: de oecumenische beweging in de twintigste eeuw. Die is begonnen als een missionaire beweging, in haar dynamiek is ze sterk beรฏnvloed door pneumatologische ideeรซn (Edinburgh 1910).
De rol van de Heilige Geest
Van der Kooi stelt zich ten doel de christologie opnieuw te doordenken onder de belichting van de rol van de Heilige Geest. Hij moet zich dan verhouden tot de aloude logos-christologie zoals die in 451 in Chalcedon is geformuleerd. De vraag is dan: als je vanuit de Geest denkt, moet je dan niet uitkomen bij een post-trinitarische theologie, die afstand neemt van de logos-christologie, de christologie โvan bovenโ. Dat is het geval bij iemand als Berkhof, die met de leer van de pre-existente logos heeft gebroken. In zoโn model โ nog extremer trouwens bij Dingemans โ wordt de pneumatologische christologie feitelijk een substituut voor de logos-christologie.
Volgens Van der Kooi is dat gevaar aanwezig, maar is dat niet noodzakelijkerwijs zo. Hij pleit voor wederzijdse complementariteit: twee benaderingen die elkaar aanvullen en interpreteren. Dan wordt de logos-christologie gedynamiseerd door de essentiรซle rol van de Geest. De Zoon is Zoon van eeuwigheid; ja, maar in de kracht van de Geest. Bij gevolg is er dan geen sprake meer van een exclusieve geest-christologie, maar van een pneumatologische logos-christologie.
Nieuwtestamentische gronden
In het hoofdstuk โGeest en Zoonโ verdedigt Van der Kooi die benadering op nieuwtestamentische gronden. Hij sluit daarbij aan bij de evangelisten Marcus en Lucas. Dat is verklaarbaar. Want bij hen is de zalving met de Heilige Geest, die de dynamiek van Jezus in beeld brengt, duidelijk te herkennen. Vooral bij Lucas is het de Geest die Jezus bezielt. Meer dan bij de evangelist Johannes en de apostel Paulus, hun โtheologieโ is constitutief geweest voor de christelijke leer (lees: de logos-christologie). Al met al verschuiven de gewichten in de godsleer zo. In de traditie stond het protologische karakter van het goddelijke leven in het middelpunt.
In de raad van God stond alles vast en werd alles beslist. Het accent van Van der Kooi geeft ruimte om te letten op het eschatologische karakter van Gods Geest. De schepping van God zal vernieuwd worden. Met het oog daarop is de Geest op Zijn wijze aan het werk in de geschiedenis van Israรซl, in Jezus Christus en ten slotte bij ons, als inhabitatio, โinwoningโ.
Kritiek
Het lijkt er op dat Van der Kooi met deze positie enigszins kritisch is ten opzichte van het sterk ontologisch gekleurde dogma van de kerk, hij wil het op zโn minst aanvullen. Het heeft er ook veel van dat hij kritisch is ten opzichte van het Christomonisme van Barth. Dat leid ik af uit wat hij in hoofdstuk 5 aan de orde stelt. De titel van dat hoofdstuk luidt โTransformerende spiritualiteitโ. In dat kader bespreekt Van der Kooi de posities van Johannes Calvijn, Friedrich Schleiermacher en Abraham Kuyper. Hij benadrukt de aandacht van Calvijn voor de universele werking van de Geest in de heiliging, die bij hem niet alleen individuele trekken had.
Bij Schleiermacher en Kuyper komt de activiteit van de Geest in verband met een zich moderniserende cultuur en voortgaande democratisering in beeld. Denk bij Kuyper aan wat hij โde gemene gratieโ noemde. Of aan โde algemene openbaringโ. Wie net als ik door Barth en Oepke Noordmans is beรฏnvloed, zal denken: ik dacht dat we dat gehad haddenโฆ
Door deze brede benadering zie je van Van der Kooi in hoofdstuk 6 geen moeite heeft om de werkingen van de Geest te benoemen. Hij kwalificeert de Geest als schepper en gever van leven en als kracht tot bevrijding. Verder maakt de Geest mensen tot subject. Ondertussen gaat het om de Geest van de eindtijd. Nadat Van der Kooi gesproken heeft over โDe Geest en Jezus Christusโ stelt hij dat de Geest met Hem verbindt, de Geest is ook kracht tot vernieuwing en volharding.
Theologie van de charismatische vernieuwing
Uit de hoofdstukken 7, 8 en 9 blijkt dat Van der Kooi bijzonder hoogleraar theologie van de charismatische vernieuwing is geweest. Onder het motto โIn het krachtenveld van de Geestโ staat hij in hoofdstuk 7 in aansluiting aan de vragen en antwoorden 31 en 32 van de Heidelbergse Catechisnus stil bij de zalving van de gelovige, die een koninklijke, een priesterlijke en een profetische taak heeft. Dan komen kwesties als ziekenzalving en vrije profetie aan de orde.
Hoofdstuk 8 gaat over โGenadegaven in meervoudโ. Van der Kooi vertelt in dat kader eerst over de ontwikkeling van het charisma-begrip. Vervolgens stelt hij dat het vaak gereduceerd is tot opvallende verschijnselen zoals genezing, klanktaal en profetie. Hij pleit voor verbreding. Er is van charisma sprake als een mens op verrassende wijze door God in dienst wordt genomen. Wat zijn dan de criteria? Welnu: daar gaat Van der Kooi ook uitvoerig op in. Dat doet hij eveneens in hoofdstuk 9, waarin hij het thema โOnderscheiding der geestenโ behandelt.
Eigendom en duurzaamheid
Van der Kooi sluit zijn boek af met een hoofdstuk over eigendom en duurzaamheid. De keuze voor dat maatschappelijke thema heeft ongetwijfeld te maken met zijn werk voor het Erasmus Economics and Theology Insititute. Van der Kooi stelt de vraag wat het voor onze visie op eigendom en op het gebruik dat we alle dagen van de dingen maken betekent als ons leven en denken zich laten vormen in het krachtenveld van de Geest. Hij komt uit bij โvrijwillige zelfbeperkingโ met het oog op leefbaarheid voor mens en dier als onderscheidend kenmerk van de Geest van Christus, de Geest van leven. Die Geest staat tegenover een geest van usurpatie en confiscatie, waarin zelfhandhaving ten koste van de ander het leidende principe is.
In zijn in 2012 verschenen boek Lichaam en Geest van Christus. De theologie van de kerk en de Heilige Geest, deel 2.2 in de reeks โSpreken over Godโ, onderscheidt Bram van de Beek zes benaderingen in de pneumatologie. De eerste ziet de Geest in de hele kosmos werken. Een citaat van Dingemans in De stem van de Roepende uit 2001: โDe Geest van God is erop uit om mensen, dieren, planten en dingen op een harmonieuze manier โ naar Gods oorspronkelijke bedoelingen โ te laten leven in deze geschapen werkelijkheid.โ Je komt dan gauw uit bij een ontwikkelingsmodel: vanuit de chaos van het begin leidt of nodigt God de kosmos naar de volkomenheid. Overigens: Van de Beek heeft zich zelf ook wel in die trant uitgelaten, in zijn uit 1987 daterende boek De adem van God.
Verbond
Deze invalshoek berust niet noodzakelijkerwijs op een natuurlijke theologie, waarin zo beetje alles expressie van goddelijke kracht wordt. Met name in het Oude Testament zijn wel teksten te vinden die in deze richting wijzen. Het probleem van deze benadering is wel, dat de Geest in het Nieuwe Testament ten nauwste aan Jezus Christus is verbonden.
Nadat Van de Beek stilgestaan heeft bij de modellen waarin de Heilige Geest gezien wordt als (2) de presentie van het goede en waarin gesteld wordt dat de Geest (3) vernieuwt, (4) inspireert of (5) tot inkeer brengt, komt hij zelf uit bij โDe Geest werkt door Woord en sacrament in de gemeenschap van de kerkโ als zesde model. Hij schrijft: โVanaf het begin is de Geest nauw verbonden geweest met Woord en sacrament, geconcentreerd in de viering waar mensen verenigd door Christus die het Woord is, leven in de gemeenschap van de Geest. Geest en kerk behoren bijeen en de eucharistische gemeenschap is de plek waar de presentie van de Geest haar midden heeft. Daar vieren we het eeuwige leven door de Geest die ons een maakt met Christus.
De kerk is de plek waar de kinderen van God samen zijn, in de verwachting van de komst van Christus, Ze zien reikhalzend uit naar Hem en daar klinkt het โMaranathaโ. En Hij komt niet straks, maar hier en nu door zijn Geest. โHij moest ons namelijk afzonderen van de wereld en tot verwachting van de eeuwige erfenis brengen. Hij wordt dan ook de Geest van de heiligmaking genoemd.โ [Calvijn] De Geest zet ons apart van de wereld en maakt ons deelgenoot van het eeuwige leven.โ Deze passage raakt aan wat ik in 2014 in mijn boek Vreemdelingschap. Historische en hedendaagse stemmen uit kerk en theologie te berde heb gebracht.
Oeverloze ruimte
Van de Beek verzet zich tegen het loslaten van het christologisch paradigma, want dan wordt een oeverloze ruimte aan ideeรซn over de Heilige Geest gecreรซerd, die mensen naar hun eigen believen kunnen invullen, โwaarbij de Geest makkelijk staat voor alles wat ze zelf goed en fijn vinden, en het leidt tot verbrokkeling van de kerk tot op het individu toe.โ Hij vindt het om die reden ook nodig om de betekenis van de institutionele kerk als woonplaats en werkplaats van de Geest voorop te stellen: โde Geest spreekt niet anders dan van Christus en Christus is niemand anders dan Hij die is gestorven en verrezen โ en Hij is nergens anders present in de wereld dan in Woord en sacrament, waar Hij als de Gekruisigde in gedachtenis is.โ
Ik denk dat Van der Kooi de christologische concentratie in de pneumatologie van Van de Beek en het werk van de Heilige Geest in de kerk van harte zou onderschrijven. Ik denk ook dat hij zou zeggen: โVan de Beek sluit de Heilige Geest te zeer op in de kerk. Het werk van de Geest is breder.โ Denk aan wat hij [Van der Kooi] in aansluiting aan Calvijn, Schleiermacher en Kuyper heeft gezegd. De christologische concentratie behoedt hem er wel voor in het vaarwater van het eerste door Van de Beek genoemde model te raken. Al in 2006 had hij in zijn boek Tegenwoordigheid van Geest. Verkenningen op het gebied van de leer van de Heilige Geest als het gevaar van pneumatologische ontwerpen genoemd dat de Geest al heel snel โniet-discriminatief of onbepaaldโ wordt gebruikt. โAls we niet oppassen, wordt alles uiting van de Geest.โ
Het is wel duidelijk: Van der Kooi heeft een voornaam boek geschreven. Er zijn passages die behoorlijke theologische bagage vergen โ ze zijn, in kleinere letter gedrukt, onderscheiden van de hoofdtekst. Maar in de kern gaat het om het gewone leven, onder het beslag van de Heilige Geest; in en buiten de kerk. Een voornaam boek, een verrijkend boek!
Jan Dirk Wassenaarย is predikant en publicist.
Kees van der Kooi, Een weldadige kracht. Christelijk geloof en het alledaagse in het licht van de Geest. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 288 pp. โฌ 23,99. ISBN 9789043543156
