Het Edict van Milaan, de overeenkomst die in 313 gesloten werd door de beide keizers van het Romeinse rijk, Constantijn en Licinius, was de inleiding tot grote veranderingen op godsdienstig gebied, omdat hierin vrijheid van godsdienst toegestaan werd. In de nieuwe situatie die toen ontstond, kon het christendom zich in het openbare leven ontplooien, wat in de Romeins- Byzantijnse provincies Palaestina/Arabia (het gebied van het moderne Israël, de Palestijnse Autoriteit en Jordanië) zichtbaar is aan de vele kerkgebouwen, die er vanaf de 4e eeuw ontstonden en bij archeologische werkzaamheden ontdekt zijn.In de voorafgaande tijd had zich al een georganiseerd kerkelijk
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden