Menu

Basis

De lege kerk een vergeten opdracht

Aan het begin van de coronacrisis was de kerk in ontreddering. Van het ene op het andere moment konden de gewone dingen niet meer doorgaan. Kerkdiensten, vergaderingen, huisbezoek. Bij het gemis van wat opeens niet meer kon, kwam ook een ander, misschien veel ouder, gemis aan het licht: de lege kerk als vergeten opdracht.

De doorsnee kerk is in Nederland niet een koploper op het terrein van moderne communicatiemiddelen. Dat was ook niet nodig. De kerk heeft een sterk punt met het ouderwetse samenzijn in gemeente, overleg, en persoonlijk bezoek

In korte tijd is een digitale inhaalslag gemaakt. Voor het gevoel van velen blijft het behelpen, anderen vinden er vernieuwing in en ervaren een lagere drempel om de kerkdiensten vanuit de eigen plek mee te kunnen maken.

Het doet zijn eigen werk

De crisis die de kerk plotseling uit haar gewone doen haalde, bracht ook iets anders aan het licht. De kerk was in ontreddering over het niet meer samen kunnen komen. Alsof de grond onder de voeten was weggeslagen, alsof er niets meer was.

Het gedwongen loslaten leek op een reis waarbij het vertrek ons zwaar valt. Het loslaten een opgave, spanning om wat nog op het allerlaatste moment om afhechting vraagt. Het móet wachten tot later. Afstand, niet alleen in anderhalve meters, maar ook in kilometers. Slapen en wakker worden in een andere ruimte. Merken hoe druk en wild het hoofd is. Innerlijk lawaai. Er wordt gewerkt daarboven, daarbinnen. Een smidse van verwerking, niets blijft ongebruikt. Het herstel is al begonnen. Het gaat zijn eigen gang, het doet zijn eigen werk.

Kon het maar even zo blijven, alsof het echt een reis was, een ver weg, een kans om los te laten en alles opnieuw te bezien. Mensen schreven daarover in columns en berichtjes en werden aangesproken op miskenning van het leed dat deze crisis mensen brengt. Het leed wereldwijd waarin de meesten niet thuis kúnnen blijven omdat een dag niet werken een dag niet eten is.

Alleen zijn als geschenk

Hoe zou het zijn wanneer, mét het besef van leed, ook iets anders gezegd kan zijn. Omwille van het loslaten, dat de kerk zo zwaar bleek te vallen. Er was een drang om dingen door te laten gaan, in plaats van te laten gaan en te zien wat dat brengt aan nieuwe ideeën. Er was een drang tot centraliseren en controle, in plaats van vertrouwen dat ieder in het veld zelf wel weet wat te doen.

Het wegvallen van het gangbare lijkt op het droogvallen van overspoeld land.

Dus werd het digitaal bijspijkeren en lange uren voor het scherm. Afstand nemen en loslaten blijkt ons niet zo goed af te gaan. Zichtbaar wordt hoezeer de kerk haar focus heeft op het sociale en diaconale. De kerk lijkt haar opdracht te zien in een drang tot zorgen. Het moet samen, er moet gezorgd worden. Maar wat als dat even niet kan? Dan blijkt ontreddering, de kerk herkent zichzelf niet meer. Alsof we ons geen raad weten met een kans onszelf en het eigen functioneren opnieuw te bezien.

Met de bewonderenswaardige inzet om in korte tijd zo goed mogelijk op de crisis te reageren, weerhield de kerk zich er ook van stil te staan bij een vergeten opdracht: de zielzorg voor het alleen zijn. Zielzorg waarin het alleen zijn niet uitsluitend benoemd wordt als nood, maar ook als noodzaak, en geschenk. Afstand kan ons in de ervaring brengen dat de dingen om ons heen een autonome dimensie hebben, zich ordenen in wat er zijn wil en wat niet. Los zijn van het sociale kan ons helpen te zien waar het heen wil met een ieder van ons.

De lege kerk

Het wegvallen van het gangbare lijkt op het droogvallen van overspoeld land. De bodem komt te voorschijn met oude structuren en fundamenten. De kerk heeft zich inderdaad lang bezig gehouden met zielzorg voor de enkeling. De enkele mens stond voor de rechterstoel, de kerk moest zich over al die enkelingen ontfermen, met woord en sacrament. Dat we ons in het naoorlogse zijn gaan richten op samenzijn en omzien naar elkaar als identiteit van de kerk en recht van bestaan was een nodige, nieuwe inzet, waarmee de kerk lange tijd vooruit kon.

Maar religie spreekt zowel het sociale als het individuele aan. De ontreddering bij het plotseling wegvallen van het sociale laat zien dat al eerder het individuele was weggevallen als wezenlijk onderdeel van kerkelijke identiteit. Alsof we daar niet meer van wisten, bijna een schande daar iets goeds van te zeggen.

Onze binnenruimte

We zouden geen crisis nodig moeten hebben ons eraan te herinneren. Maar nu het dan zo is, hoeft niet de herinnering aan een vergeten waarde onopgemerkt voorbij te gaan. Zielzorg voor het alleen zijn is in de fundering van de kerk gegeven. Jezus was mensen nabij, overtrad ‘houd afstand-geboden’, at met wie men niet aan tafel mocht, raakte aan wie hij had moeten vermijden. Maar hij zocht ook de eenzaamheid en riep zijn leerlingen op hetzelfde te doen. De binnenkamer te zoeken, een weg te vinden naar het eigen innerlijk, alleen te zijn met wie hij Vader noemde.

Een kerk die zichzelf alleen nog kent in het sociale heeft de opdracht vergeten mensen de ruimte van het alleen zijn te gunnen, daarvan te spreken, daartoe te bemoedigen. Niet alleen het verdriet van eenzaamheid te benoemen, maar ook de rust en ruimte die nodig zijn om vertrouwd te raken met de eigen binnenruimte. In die stilte kan zich aanbieden wat nodig is.

Vergeten opdracht

Openheid voor het individuele kan nieuw zicht bieden op onze gezamenlijke opdracht. Wanneer we in de kerk vooral gericht zijn op het samen zijn, onthouden we elkaar ook de ervaring van de ruimte tussen ons in, het meer dan wij samen. Individuele rust helpt ons af te stemmen op gezamenlijke rust. In deze gedeelde afstand kunnen we afstemming vinden op wat er wil zijn voor ons als kerk, in identiteit en opdracht. Ruimte als spiritueel geschenk. De plaag waarin we ons nu bevinden is niet te bezingen als iets goeds. De lege kerk raakt wel aan een vergeten opdracht, om van het alleen zijn te spreken, niet alleen als nood, maar ook als onmisbaar geschenk.

Erika van Gemerden is theoloog en psycholoog.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken