Menu

Basis

De obervogel

De obervogel werkte in het dierenrestaurant. Dat deed hij goed. Maar veel dingen begreep hij niet zo goed. Zoals op die dag dat de dieren zich halsoverkop naar de ark van Noach haastten. Het zou gaan regenen, alles zou overstroomd worden! De obervogel begreep het allemaal niet. Hij vond dat er iemand op het restaurant moest blijven passen. Dat deed hij dus, toegewijd als altijd. Zo miste hij de boot. Al gauw stond alles onder water. De obervogel had geen plek meer om te staan en vloog over het onafzienbare wateroppervlak. Hij begreep wel dat zijn laatste uur had geslagen. Hij bad: ‘Heer, als ik in uw hemel kom, mag ik dan ober worden in het hemels restaurant?’

Intussen hadden de engelen de obervogel ontdekt. Ze schrokken. Dit trouwe beest hoorde toch veilig in de ark te zitten? Maar het was al te laat. De obervogel stortte in zee. Op dat moment, klonk er uit de hemel een twinkelend woord: ‘Pinguïn!’ De obervogel duikelde en tuimelde ineens door het water en voelde zich helemaal in zijn element.

In de dierentuin zie je de pinguïns staan staren. Alsof ze nog steeds niet begrijpen wat hun is overkomen. Maar één ding is duidelijk: ze zijn er helemaal klaar voor om straks in de hemel ober te worden in het hemels restaurant.

Stephan de Jong, predikant van de Protestantse Gemeente Oudemirdum-Nijemirdum-Sondel en redactielid van Open Deur.

Wellicht ook interessant

Modderige voetafdrukken in tapijt
Modderige voetafdrukken in tapijt
Basis

Bevrijd van de mantel der (zelf)liefde

In de serie ‘Het christelijke geloof in een therapeutisch Nederland’ onderzoekt Katie Vlaardingerbroek, auteur van Nederland Therapieland, de relatie tussen het christelijke geloof en onze huidige therapiecultuur. In haar laatste artikel, over de vraag hoe therapie en christelijke theologie elkaar kunnen versterken in de omgang met het lijden, wordt ze persoonlijk. Terwijl therapie haar bevrijd heeft van een beknellend godsbeeld, was het juist een nieuw soort theologie die haar in staat stelde zich op nieuwe manieren met anderen en ‘de Ander’ te verbinden. 

None

“Ik zoek geen Bunnikside-light in het geloof.”

Heilig gras, clubiconen, de hand van God – in de voetbalwereld barst het van de religieuze symboliek. Supporters zingen op zondag hun liederen, verlangen vurig naar een overwinning en danken het team na de weelde van drie punten. Bovendien lijkt er op het professionele veld ruimte te zijn voor ‘echte’ religie. We zien voetballers kruisjes slaan, het gras kussen en bezield omhoog wijzen na een doelpunt. In deze artikelserie leggen we voetbal en geloof naast elkaar: wat hebben ze gemeen en wat juist niet? Dit keer lezen we hoe Kees van Ekris als voormalig Theoloog der Nederlanden de Bunnikside van FC Utrecht bezocht.

Nieuwe boeken