De Open Deur ontstond in de Deventer open lucht
Het verhaal van Open Deur
In Deventer manifesteerden zich vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw wegbereiders van het oecumenische gedachtegoed. Ze waren met hun vijven: vier dominees van vier gezindten en een drukkerijdirecteur/uitgever. Pas na de Tweede Wereldoorlog zou de oecumenische beweging wereldwijd op gang komen.
Een viertal geestelijke leidsmannen raakte bekend onder de naam Het Deventer Kwartet en bestond uit ds. P. Prins, gereformeerd, ds. D.C. van der Zaal, christelijk gereformeerd, ds. W.J. Kooiman, evangelisch luthers, P.C. Thijssen, hervormde evangelisatie. Johan Stempher was hun lekensecondant. Op zijn 23e was hij in 1913 zijn vader opgevolgd als eigenaar van Drukkerij/uitgeverij Stempher. Hun bedrijf was gespecialiseerd in vervaardigen en bedrukken van papieren zakken en zakjes, was actief als handelsdrukkerij en bracht stichtelijke boeken en tijdschriften op de markt.
Zo was Johan Stempher in 1919 begonnen met het christelijke weekblad de Zondagsbode. Dominee Prins leverde wekelijks bijdragen. Ze konden het goed met elkaar vinden. Een jaarabonnement kostte ƒ1,50, een los nummer drie cent. Het blad bevatte religieus getinte artikelen, maar besteedde ook aandacht aan actuele onderwerpen zoals het vrouwenkiesrecht (in 1920 ingevoerd).
Als duo vormden zij de stimulerende en drijvende krachten binnen Het Deventer Kwartet dat, achteraf gezien, beter Het Deventer Quintet had kunnen heten. De in 1970 overleden dominee G.P. Klijn, oud-hoofdredacteur van De Open Deur, omschreef Stempher ooit als ‘een man met een warm evangelisatiehart’.

(foto: Collectie Overijssel 1194-10164).
Preken in de open lucht
De vier dominees ontwikkelden, bijgestaan door Johan Stempher, een activiteit die ze stadsevangelisatie noemden (elders in ons land ook wel bekend als straatevangelisatie). Ze organiseerden evangelisatie-evenementen voor volwassenen en kinderen in tenten, kerken en gebouwen die zich daarvoor leenden. De vier dominees traden bij toerbeurt op als predikant. Ze verrijkten hun bijeenkomsten met muziek. Ze trokken massa’s aanwezigen van allerlei kerkelijke stromingen, en bereikten landelijke bekendheid door veelvuldige radio-uitzendingen.
Hun format stadsevangelisatie kwam vooral tot zijn recht tijdens het late voorjaar, in de zomer en tijdens de eerste herfstweken, zo lang het weer het toeliet. Na afloop van de traditionele zaterdagmarkt, met veel volk in de oude binnenstad, beklom een lid van Het Deventer Kwartet aan het eind van de middag op een van de pleinen een stevige kist voor een bevlogen openluchtpreek.
Ze moeten dat voortreffelijk gedaan hebben. Hordes belangstellenden verdrongen zich om hen heen. Alle toehoorders en toehoorsters kregen religieus getinte flyers toegestopt. Ze gooiden die massaal weg. Tot woede van de plaatselijke straatvegers die elke keer een heidense klus hadden aan het bijeenschrapen van de tientallen kilo’s weggegooide papiertjes.

1934
Johan Stempher zag deze verspilling en het ontging hem niet dat de strooibiljetjes nonchalance en ergernis onder het publiek opriepen. Hij begon in 1934 met het tijdschrift De Open Deur. Luisteraars bij de zaterdagse stadsprekers kregen voortaan gratis exemplaren toegestopt. Dit blad namen mensen wél mee naar huis. Het bood hen een mix aan – korte! – artikelen, gedichten, gebeden, overdenkingen. Zonder belerend te zijn. Zonder een bepaalde stroming te propageren. Religieus getinte illustraties, niet gebonden aan een bepaalde geloofsovertuiging, dus oecumenisch, sierden prominent de voorpagina’s.

(foto: GereformeerdeKerken.info, met toestemming overgenomen).
Fernsprecher
Twee leden van de gereformeerde kerk verrasten dominee Prins, en niet alleen hem, met een klacht bij de classis (kerkbestuur) over zijn interkerkelijke evangelisatiewerk. En over zijn bijdragen aan de Zondagsbode. Ze vroegen de classis Prins te verbieden beide werkzaamheden voort te zetten. De classis koos de zijde van hun dominee. De klagers gingen in beroep bij de Overijsselse Particuliere Synode. Die gaf hen gelijk. Prins hield de eer aan zichzelf en trok zich terug uit Het Kwartet. Kort daarna drukte en verspreidde de firma Stempher een pamflet waarin de schrijver onder het pseudoniem Fernsprecher het besluit van de Overijsselse Particuliere Synode in felle bewoordingen hekelde. Het vonnis had Het Kwartet ’lamgeslagen’. Algemeen werd aangenomen dat Johan Stempher achter de benaming Fernsprecher schuilging.
Op initiatief van Johan Stempher kwam het tot de oprichting van de Vereniging Interkerkelijke Stadsevangelisatie Una Sancta (de enige heilige kerk) waarvan hij secretaris werd. Gast(s)prekers kwamen op persoonlijke titel (s)preken. In de loop van de Tweede Wereldoorlog zijn de stadsevangelisatie-activiteiten in Deventer doodgebloed.

(Bevolkingsregister Deventer, Collectie Overijssel, 1414-2659)
Oorlogstijd
Dat geldt niet voor De Open Deur. Met zijn blad had Stempher een succesformule geschapen. Tijdens de Duitse bezettingsjaren stuitte de productie op grote problemen. De nazi’s kwamen enkele keren met een kortstondig verschijningsverbod. Papierschaarste trof de hele grafische industrie, óók Drukkerij Stempher. De frequentie veranderde van wekelijks in tweewekelijks. Voordat Stempher in 1944 noodgedwongen de productie van De Open Deur moest staken, drukte hij enkele laatste nummers op flinterdun vloeipapier.
Na de bevrijding is De Open Deur van een inspirerend blad uitgegroeid tot een brede beweging. In 1947 heeft Johan Stempher het uitgaverecht van De Open Deur ’tegen een geringe vergoeding’ overgedragen aan de Nederlands Hervormde Kerk.
Het pas verschenen boek van Pafraet tot printshop – Deventer drukkersstad bevat een uitgebreid hoofdstuk over Drukkerij Stempher en oecumenepionier Johan Stempher.