Menu

None

De reuzenvogel

‘Sprotsa’, sprak de Reuzenvogel triest. Hij schraapte lusteloos met zijn poten over de vloer van het hok. Zo’n hok, zo’n klein, verveloos hok, was toch niets voor hem, de Reuzenvogel? Alleen de vogeltemmer kon het hok openmaken. Dat deed hij elke avond, als de Reuzenvogel moest optreden in het circus. Dan moest hij allerlei dingen doen. Stomme dingen, vond de Reuzenvogel. Hij moest pootjes geven, zich omrollen, de vogeltemmer een kusje geven, kakelen als een kip en kukelen als een haan. De mensen klapten dan in hun handen. Dan moest hij ook nog een buiging maken. Het is maar goed dat de mensen niet hoorden wat de Reuzenvogel in zichzelf zei: ‘Sprotsa’. Maar de vogels in de buurt die het hoorden, knikten. Zij begrepen dat de Reuzenvogel heel ongelukkig was.

Op een dag spraken de tureluurs wat luider dan gewoonlijk over het trieste lot van de Reuzenvogel. Meestal deed de Vogelkoningin haar oren dicht als de tureluurs begonnen te praten, want zij werd daar nogal tureluurs van. Maar nu hoorde de Vogelkoningin het wel. Zij stond toevallig haar nagels te lakken en, tja, dan is het lastig om je oren te bedekken. Zo hoorde de Vogelkoningin over het vreselijke lot van de Reuzenvogel en kreeg medelijden met deze onderdaan. ‘Sprotsa’, sprak zij. Iedereen in het paleis knikte. Want nu wisten zij dat de Vogelkoningin vastbesloten was de Reuzenvogel te redden.

De Vogelkoningin ontbood de zwaluwen. Toen de zwaluwen rond haar troon stonden, zei de Vogelkoningin plechtig: ‘Sprotsa’. De zwaluw knikte. Hij begreep dat de Vogelkoningin wilde dat hij het hok van de Reuzenvogel zou openbreken. Meteen vloog hijnaar het circus en begon in te breken. Dat deed hij zo luidruchtig dat de vogeltemmer wakker werd. Hij kwam met een mes, die toevallig op zijn nachtkasje lag, op de zwaluw af. Hij kon nog net vluchten, al sneed de vogeltemmer wel zijn staart in tweeën. Als je een zwaluw ziet vliegen met een dubbele zwaluwstaar, dan is het vast en zeker die zwaluw.

‘Sprotsa’, sprak de Vogelkoningin weer. Alle vogels keken verdrietig. Want zij begrepen dat de Vogelkoningin niet wist hoe ze de Reuzenvogel kon bevrijden. Toen stapten de meeuwen naar voren. ‘Sprotsa!’ riepen de Vogelkoningin en alle vogels met haar. Natuurlijk dit was de oplossing! De meeuwen vlogen naar de Reuzenvogel toe en gaven hem allemaal een paar van hun vleugelveren. Meeuwenvleugels zijn erg sterk. Dankzij de meeuwenveren had de Reuzenvogel nu enorm sterke vleugels. Hij vloog omhoog en tilde zomaar het dak van zijn hok af.

Vanaf dat moment zweefde de Reuzenvogel frank en vrij rond. Hij was verlost van de vogeltemmer en hoefde geen stomme kunstjes meer te doen in het circus. Hij ging naar het paleis om de Vogelkoningin te bedanken. ‘Sprotsa’, riep hij dankbaar. ‘Sprotsa’, antwoordde de Vogelkoningin verliefd. Want toen zijn de Reuzenvogel zag, wist zij meteen dat zij met hem wilde trouwen. Nu kan een gewone vogel niet zomaar met de Vogelkoningin trouwen. Daarvoor moet hij eerst in de adelstand worden verheven. De Reuzenvogel is nu dus van adel. Vandaar dat wij hem nu ‘adelaar’ noemen.

‘Sprotsa!’

Bron: klik hier

Wellicht ook interessant

Nathan en Rozamaryn
Nathan en Rozamaryn
Basis

De scheuren van het mens-zijn

Gen Z lijkt meer interesse te hebben in religie, klopt aan bij kerken en staat open voor zingevingsvragen. Hun mentale gezondheid gaat achteruit door prestatiedruk, sociale media, oorlogsdreiging, klimaatcrisis en woningnood. Stevige uitspraken. Maar wat is het perspectief van de jongeren zelf? Hoe ervaren zij de aan hen toegeschreven ‘zoektocht naar zin’? Nathan en Rozamaryn, de Jonge Theologen der Nederlanden, schrijven elke maand een column over wat hun eigen generatie beweegt. Deze maand de column van Rozamaryn over ‘in relatie leven’.

De geïnterviewde, Saskia van den Kieboom, zit op een bankje onder een boom, dichtbij een kerkgebouw en kijkt lachend de camera in.
De geïnterviewde, Saskia van den Kieboom, zit op een bankje onder een boom, dichtbij een kerkgebouw en kijkt lachend de camera in.
Basis

“Je bent een parel in Gods hand”

Wat in Nederland nog toekomstmuziek lijkt, is in Vlaanderen al enkele jaren realiteit: elk bisdom heeft er een eigen aanspreekpunt ‘Homoseksualiteit en Geloof’. Het initiatief kwam in 2022 van de Vlaamse bisschoppen, als onderdeel van hun streven naar een gastvrije kerk waarin niemand wordt uitgesloten. Maar hoeveel ruimte is er werkelijk voor LHBTQI+ gelovigen binnen de katholieke kerk? Met welke vragen en worstelingen kloppen zij aan? Hoe verhoudt de pastorale praktijk zich tot de officiële kerkleer, en wat gebeurt er wanneer die twee botsen? Kelly Keasberry sprak met Saskia van den Kieboom.

Nieuwe boeken