De sacramenten (vraag 65 t/m 85)
Onderdeel van de Heidelbergse Catechismus
ZONDAG 25
Vraag 65: Aangezien nu alleen het geloof ons aan Christus en al zijn weldaden deel geeft, vanwaar komt dan dit geloof?
Antwoord: Van de Heilige Geest, die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie en het versterkt door het gebruik van de sacramenten.
Vraag 66: Wat zijn sacramenten?
Antwoord: Sacramenten zijn heilige, zichtbare tekenen en zegels, door God ingesteld, om ons door het gebruik daarvan de belofte van het Evangelie des te beter te doen verstaan en die voor ons te verzegelen, namelijk dat Hij ons op grond van het enige offer van Christus, aan het kruis volbracht, uit genade vergeving van zonden en het eeuwige leven schenkt.
Vraag 67: Zijn beide, het Woord en de sacramenten, dan daarop gericht, of daartoe ingesteld om ons geloof te wijzen op het offer van Jezus Christus aan het kruis, als de enige grond van onze zaligheid?
Antwoord: Ja, zeker, want de Heilige Geest leert ons in het Evangelie en verzekert ons door de sacramenten, dat onze zaligheid geheel en al berust op het enige offer van Jezus Christus, dat voor ons aan het kruis is geschied.
Vraag 68: Hoeveel sacramenten heeft Christus in het Nieuwe Testament of Verbond ingesteld?
Antwoord: Twee, de heilige doop en het heilig avondmaal.
De heilige doop
ZONDAG 26
Vraag 69: Hoe wordt u in de heilige doop eraan herinnerd en ervan verzekerd, dat het enige offer van Christus, aan het kruis geschied, u ten goede komt?
Antwoord: Op deze wijze, dat Christus dit uiterlijk waterbad heeft ingesteld en daarbij heeft beloofd, dat ik even zeker met zijn bloed en Geest van de onreinheid van mijn ziel, dat is van al mijn zonden gereinigd ben, als ik uiterlijk met het water, dat de onreinheid van het lichaam pleegt weg te nemen, gewassen ben.
Vraag 70: Wat betekent dit: met het bloed en de Geest van Christus gewassen te zijn?
Antwoord: Het wil zeggen, van God – uit genade – vergeving van zonden te hebben omwille van het bloed van Christus, dat Hij in zijn offer aan het kruis voor ons vergoten heeft. Verder ook door de Heilige Geest vernieuwd en tot leden van Christus geheiligd te zijn, opdat wij hoe langer hoe meer aan de zonden afsterven en een godzalig en onberispelijk leven leiden.
Vraag 71: Waar heeft Christus ons beloofd, dat Hij ons even zeker met zijn bloed en Geest wil wassen, als wij met het doopwater gewassen worden?
Antwoord: Bij de instelling van de doop, die aldus luidt: Gaat heen, onderwijst alle volken en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest [Matt. 28:19]. En: Wie geloven zal en gedoopt zal worden, die zal zalig worden. Maar wie niet geloven zal, die zal veroordeeld worden [Marc. 16:16]. Deze belofte wordt herhaald waar de Schrift de doop het bad der wedergeboorte en de afwassing van de zonden noemt.
ZONDAG 27
Vraag 72: Is dan het uiterlijke waterbad de afwassing van de zonden zelf?
Antwoord: Nee, want alleen het bloed van Jezus Christus en de Heilige Geest reinigen ons van al onze zonden.
Vraag 73: Waarom noemt de Heilige Geest de doop dan het bad van de wedergeboorte en de afwassing van de zonden?
Antwoord: God zegt dit niet zonder goede reden, namelijk niet alleen om ons daarmee te leren dat, zoals de onzuiverheid van het lichaam door het water, ook onze zonden door het bloed en de Geest van Jezus Christus weggenomen worden; maar vooral om ons door dit goddelijk onderpand en teken ervan te verzekeren, dat wij even daadwerkelijk van onze zonden geestelijk gereinigd zijn als wij uiterlijk met het water gewassen worden.
Vraag 74: Moet men ook de kleine kinderen dopen?
Antwoord: Ja, want zij behoren even goed als de volwassenen tot het verbond van God en tot zijn gemeente, en niet minder dan aan de volwassenen worden hun de verlossing van de zonden door het bloed van Christus en de Heilige Geest, die het geloof werkt, beloofd. Daarom moeten ook zij door de doop, als het teken van het verbond, in de christelijke kerk ingelijfd en van de kinderen van de ongelovigen onderscheiden worden, zoals dit onder het Oude Testament of Verbond door de besnijdenis gebeurde, in plaats waarvan onder het Nieuwe Verbond de doop is ingesteld.
Het heilig avondmaal des Heren
ZONDAG 28
Vraag 75: Hoe wordt u in het heilig avondmaal eraan herinnerd en ervan verzekerd, dat u aan het enige offer van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al zijn weldaden deel hebt?
Antwoord: Op deze wijze, dat Christus mij en alle gelovigen bevolen heeft tot zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en van deze drinkbeker te drinken. Daarbij heeft Hij beloofd, ten eerste dat zijn lichaam even zeker voor mij aan het kruis geofferd en gebroken is en zijn bloed voor mij vergoten, als ik met eigen ogen zie dat het brood des Heren voor mij gebroken en de beker mij gegeven wordt; en ten tweede, dat Hij zelf mijn ziel met zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed even zeker ten eeuwigen leven voedt en laaft, als ik het brood en de beker des Heren als zekere tekenen van het lichaam en het bloed van Christus uit de hand van de bedienaar ontvang en met de mond nuttig.
Vraag 76: Wat wil dit zeggen: het gekruisigde lichaam van Christus eten en zijn vergoten bloed drinken?
Antwoord: Het betekent niet alleen met een gelovig hart heel het lijden en sterven van Christus aannemen en daardoor vergeving van de zonden en het eeuwige leven verkrijgen, maar bovendien door de Heilige Geest, die zowel in Christus als in ons woont, zo met zijn heilig lichaam hoe langer hoe meer verenigd worden, dat wij – hoewel Christus in de hemel is en wij op de aarde zijn – toch vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente zijn, en dat wij door één Geest – zoals leden van een lichaam door één ziel – eeuwig leven en geregeerd worden.
Vraag 77: Waar heeft Christus ons beloofd dat Hij de gelovigen even zeker met zijn lichaam en bloed wil voeden en laven als zij van dit gebroken brood eten en uit deze beker drinken?
Antwoord: Bij de instelling van het avondmaal, die aldus luidt: Onze Here Jezus nam in de nacht waarin Hij werd verraden het brood, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neemt, eet, dit is mijn lichaam dat voor u gebroken wordt, doet dit tot mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de beker, na het avondmaal en zei: Deze beker is het Nieuwe Testament in mijn bloed; doet dit, zo dikwijls als gij die zult drinken, tot mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten en deze beker zult drinken, zult gij de dood des Heren verkondigen, totdat Hij komt [1 Kor. 11:23-26]. Deze belofte wordt herhaald door de heilige Paulus, waar hij zegt: De beker der dankzegging, waarmee wij dankzeggen, is die niet de gemeenschap met het bloed van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van Christus? Want het is één brood, zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam, omdat wij immers allen deelhebben aan één brood [1 Kor. 10:16-17].
ZONDAG 29
Vraag 78: Worden brood en wijn dan werkelijk het lichaam en het bloed van Christus?
Antwoord: Evenmin als het water bij de doop niet in het bloed van Christus veranderd wordt en de eigenlijke afwassing van de zonden is, maar er alleen een goddelijk teken en een bevestiging van is, zo wordt ook het brood in het avondmaal niet het lichaam zelf van Christus, hoewel het naar de aard en de eigenheid van de sacramenten het lichaam van Jezus Christus genoemd wordt.
Vraag 79: Waarom noemt Christus dan het brood zijn lichaam en de beker zijn bloed of het Nieuwe Testament in zijn bloed, en spreekt Paulus van de gemeenschap met het lichaam en het bloed van Christus?
Antwoord: Christus zegt dat niet zonder goede reden, namelijk niet alleen om ons daardoor te leren dat, evenals brood en wijn dit tijdelijke leven in stand houden, zo ook zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed de ware spijs en drank zijn waardoor onze zielen ten eeuwigen leven gevoed worden; maar vooral om ons door deze zichtbare tekenen en onderpanden de zekerheid te geven, dat wij door de werking van de Heilige Geest even zeker deel krijgen aan zijn ware lichaam en bloed als wij deze heilige tekenen met de mond tot zijn gedachtenis ontvangen en dat al zijn lijden en gehoorzaamheid even zeker ons deel zijn alsof wij zelf in eigen persoon alles geleden en aan God voor onze zonden genoegdoening gegeven hadden.
ZONDAG 30
Vraag 80: Welk onderscheid is er tussen het avondmaal des Heren en de paapse mis?
Antwoord: Het avondmaal des Heren verzekert ons dat wij volledige vergeving van al onze zonden hebben door het enige offer van Jezus Christus, dat Hij zelf eenmaal aan het kruis volbracht heeft, en dat wij door de Heilige Geest worden ingelijfd in Christus, die nu naar zijn menselijke natuur niet op de aarde, maar in de hemel is, aan de rechterhand van God, zijn Vader, en daar door ons aanbeden wil worden. Maar in de mis wordt gesteld, dat de levenden en de doden alleen dán door het lijden van Christus vergeving van zonden hebben, als Christus nog dagelijks voor hen door de mispriesters geofferd wordt, en dat Christus lichamelijk onder de gestalte van brood en wijn aanwezig is en daarom ook daarin aanbeden moet worden. Daarom is de mis in wezen niet anders dan een verloochening van het enige offer en het lijden van Jezus Christus en een vervloekte afgoderij.
Vraag 81: Voor wie is het avondmaal des Heren ingesteld?
Antwoord: Voor hen die vanwege hun zonden zichzelf mishagen en nochtans vertrouwen, dat deze hun om Christus’ wil vergeven zijn, en dat ook hun blijvende zwakheid door zijn lijden en sterven bedekt is, en die ook verlangen hun geloof meer en meer te versterken en hun leven te beteren. Maar de huichelaars en zij die zich niet oprecht tot God bekeren, eten en drinken zichzelf een oordeel.
Vraag 82: Behoort men ook hen tot dit avondmaal toe te laten, die zich in hun belijdenis en leven als ongelovigen en goddelozen betonen?
Antwoord: Nee, want dan wordt het verbond van God ontheiligd en zijn toorn over de hele gemeente opgewekt. Daarom is de christelijke kerk, overeenkomstig het bevel van Christus en zijn apostelen, verplicht zulke mensen door de sleutels van het hemelrijk uit te sluiten totdat zij tonen hun leven te beteren.
ZONDAG 31
Vraag 83: Wat zijn de sleutels van het hemelrijk?
Antwoord: De verkondiging van het heilig Evangelie en de christelijke tucht of uitsluiting uit de gemeente, waardoor het hemelrijk voor de gelovigen geopend en voor de ongelovigen gesloten wordt.
Vraag 84: Hoe wordt het hemelrijk door de verkondiging van het heilig Evangelie ontsloten en gesloten?
Antwoord: Aldus. Volgens het bevel van Christus wordt aan de gelovigen, gezamenlijk en afzonderlijk, verkondigd en openlijk betuigd dat al hun zonden hun door God, omwille van Christus’ verdiensten, waarlijk vergeven zijn, zo dikwijls als zij de belofte van het Evangelie met een oprecht geloof aannemen. Daarentegen wordt aan alle ongelovigen en aan hen die zich niet van harte bekeren betuigd dat de toorn van God en de eeuwige veroordeling op hen liggen, zolang zij zich niet bekeren. Naar dit getuigenis van het Evangelie zal God oordelen, zowel in dit als in het toekomstige leven.
Vraag 85: Hoe wordt het hemelrijk gesloten en ontsloten door de christelijke tucht?
Antwoord: Aldus. Volgens het bevel van Christus worden zij die onder de christennaam onchristelijk leren of leven, wanneer zij na herhaalde broederlijke vermaning hun dwalingen of ergerlijke levenswandel niet willen opgeven, bij de gemeente of bij hen die door de gemeente daartoe aangesteld zijn, bekendgemaakt. Indien zij zich aan de vermaning niet storen, worden zij door hen, met het ontzeggen van de sacramenten, van de christelijke gemeente en door God zelf van het rijk van Christus uitgesloten. Zij worden opnieuw als lidmaten van Christus en zijn gemeente aangenomen, wanneer zij waarachtige beterschap beloven en betonen.
Onderdeel van de Heidelbergse Catechismus.
Ook onderdeel van een uitgave van de Nederlandse Belijdenisgeschriften (KokBoekencentrum, 2020).