Menu

Premium

De derde dag?

2e zondag na Epifanie (Johannes 2,1-11)

‘Op de derde dag’, zo begint dit hoofdstuk. In 1,29.35.43 worden voorafgaande dagen geteld. Wat is nu de eerste dag? Is dat de dag waarop Jezus gedoopt werd? Maar dan is het in 2,1 niet de derde, maar de vierde dag. Het is duidelijk: hier is sprake van een andere tijdrekening. De derde dag is de dag waarop iets geschiedt van Godswege.

Dat woord ‘geschieden’ wordt hier ook gebruikt, maar is wegvertaald in zowel de NBG- als de NBV-vertaling. De derde dag is de dag van de opstanding, en ook de dag waarop in Genesis het droge land waarop leven mogelijk wordt, zichtbaar wordt. Opstanding, leven, nieuw leven, dat alles klinkt op uit ‘geschieden’ en ‘derde dag’.

Huwelijk

‘Er geschiedde een huwelijk op de derde dag’ (2,1). Ik denk dat er nauwelijks een ander bijbelverhaal is dat zo bol staat van symboliek als dit. Huwelijk! Wat klinkt daar niet allemaal in mee? God huwt zijn volk (Jes. 62). Israël als bruid van God met de Tora als bruidsgeschenk? Is Jezus hier de bruidegom? Wordt er een nieuw begin gemaakt, na de verwoesting van de tempel? Is Jezus de nieuwe tempel waar aanbeden kan worden in geest en waarheid (4,24)? Vragen en nog eens vragen.

Kana

‘In Kana, Galilea’ (2,1). Weer zoiets: die plaats bestaat niet op de kaart. Barnard zei: Kana is bijna Kanaän.1 Kanaän is het land van belofte, waarop ook Tom Naastepad zo’n schitterend lied geschreven heeft (LbK 302; OKG 718). En de moeder van Jezus was daar. Wat doet die daar nu opeens? Is zij beeld van Israël, het volk waaruit Jezus is voortgekomen? Is zij vrouwe Sions (Jes. 62) en is zij dan de eigenlijke bruid van dit verhaal? Ook Jezus was uitgenodigd en zijn leerlingen. Dat waren er nog maar vijf. De moeder van Jezus wordt door Johannes eerder genoemd dan Jezus zelf. Haar rol in het verhaal lijkt dus wel van het grootste belang.

Wijn

‘En toen de wijn opraakte…’ (2,3). Meteen na de vermelding hiervan speelt de moeder van Jezus haar rol en zegt tegen Jezus: ‘Ze hebben geen wijn.’ Geen wijn, het moet niet gekker worden. Maar dat wordt het wel, want Jezus zegt tegen zijn moeder… ja, wát zegt Hij eigenlijk? Letterlijk: ‘Wat voor mij en jou?’ En dan gevolgd door ‘vrouw’. Zo spreekt Hij zijn moeder aan, zoals Hij dat ook doet in 19,26 vanaf het kruis. In 20,13 en 20,15 wordt Maria van Magdala ook zo aangesproken. Het is voor ons moeilijk vast te stellen welke gevoelswaarde in deze aanspreekvorm ligt: afwijzend, korzelig, geërgerd? Dat hoeft niet zo te zijn, laat dat in elk geval duidelijk zijn.

En dan die vraag. In Marcus 1,24 schreeuwt een bezetene Jezus hetzelfde toe. Dat wordt vertaald met: ‘Wat heb Jij met ons temaken?’ Hier bij Johannes zou de betekenis kunnen zijn: ‘Wat betekent dit voor Mij en wat betekent dit voor jou?’ Dus het feit dat er geen wijn meer is, is van betekenis voor hen beiden; en vermoedelijk betekent het voor elk van beiden iets anders. Als nu de moeder van Jezus beeld van Israël is, zou dit kunnen betekenen: wat betekent het voor Israël en voor zijn Gezalfde dat de wijn op is? En dan volgt: ‘Nog niet is mijn uur gekomen.’ Ook in 7,30 wordt dat gezegd: ‘Niemand sloeg de hand aan Hem, want zijn uur was nog niet gekomen.’ Dat uur is dus het uur van zijn dood. Wordt het op dat uur dan duidelijk wat het wijntekort hier betekent?

‘Wat Hij jullie ook zegt, doet dat,’ zegt de moeder van Jezus vervolgens tegen de diakenen. Datzelfde zei ook de Farao van Egypte met het oog op Jozef (Gen. 41,55).

Watervaten

Maar het verhaal wordt nog gekker, want er staan zes stenen watervaten (2,6). Elk van de vaten kan 80 tot 120 liter water bevatten. De vaten zijn leeg! Zeer opmerkelijk, want het reinigen van de handen is voorgeschreven, zoals bijvoorbeeld ook blijkt in Marcus 7,3. Jezus zegt: ‘Vult de vaten met water.’ Dat gebeurt, maar wanneer de bruidegom, op verzoek van Jezus, van dit water te drinken krijgt, blijkt het wijn te zijn.

Zo langzamerhand wordt het wel duidelijk dat het hier, op deze derde dag, geen gewone bruiloft is. De schrijver tekent dan ook aan dat dit een tekenverhaal is (2,11). Het is het eerste van de zeven die Jezus doet. Hierna volgen een genezing van de zoon van een hoveling (4,54), genezing van een lamme (5,1vv.), spijziging van vijfduizend (6,1vv.), lopen over het water (6,16vv.), genezing van een blindgeborene (9,1vv.) en Lazarus (11,1vv.). Zeven tekenen die corresponderen met de eveneens zeven ‘Ik ben’-woorden. De tekenen en de ‘Ik ben’-woorden geven aan dat, naar de opvatting van Johannes, in Jezus een nieuwe tijd is aangebroken.

Johannes schrijft aan het eind van de eerste eeuw, in Klein-Azië, geruime tijd na de verwoesting van de tempel. Voor hem is die nieuwe tijd de tijd van de messiaanse gemeente. Daar, in die gemeente, wordt de God van Israël opnieuw en op nieuwe wijze verbonden met zijn volk, dat ook een nieuw volk geworden is, bestaande uit Joden en niet-Joden. De bruiloft vindt plaats op de derde dag. Die dag is dubbel gezegend in het scheppingsverhaal, reden waarom bij voorkeur juist op die dag joodse huwelijken worden gesloten. En nu dan het huwelijk van God met de volkeren. Gaat hier het visioen van Jesaja 25 in vervulling: de Heer richt op zijn berg een maaltijd aan? Het gebed van deze zondag (DB p. 56) wijst in die richting. Ook het spijzigingsverhaal van Johannes 6 doet dat.

Deze exegese is opgesteld door Jaap Goorhuis.

  1. Willem Barnard, De mare van God-bewaar-me. Over de eerste drie hoofdstukken van het vierde evangelie. Zoetermeer 2002. ↩︎

Wellicht ook interessant

Premium

Omkering van allewijsheid

In de perikoop van vorige week (1 Kor. 1,1-17) bleek verdeeldheid in de gemeente van Korinte de aanleiding te zijn tot Paulus’ brief. Gemeenteleden ontlenen hun eigen gelijk aan degene door wie ze gedoopt zijn. Paulus heeft in Korinte maar een enkele keer gedoopt en staat dus zwak. De strategie waarmee hij zich verdedigt, heeft twee aspecten: vervanging en omdraaiing. Aan het einde van de vorige perikoop verving hij het criterium van het dopen door dat van de evangelieverkondiging (1,17). In de hier besproken perikoop maakt hij omdraaiingen in tegenstellingen.

Premium

De doop van Jezus

Met zijn doop begint Jezus’ missie; hierover zijn alle vier de Evangeliën het eens. Terwijl Marcus direct ter zake komt, trakteren Matteüs, Lucas en Johannes hun lezers eerst nog op een contextualiserende inleiding. Matteüs legt hierbij vooral de nadruk op Jezus’ genealogie, terwijl Lucas het belangrijk vindt de twee protagonisten die zijn eerste vier hoofdstukken bepalen – Johannes en Jezus – goed te introduceren. Johannes kiest in zijn inleiding met de midrasj op Genesis 1 ervoor om Jezus’ optreden direct in een kosmisch perspectief te plaatsen.

Nieuwe boeken