Bij Jesaja 43,1-12 en Johannes 21,1-14Dag van de verrijzenisDe eerste dag van de verrijzenis, ‘de eerste dag der week’ (Johannes 20,1), zet zich voort. Sinds die tijd ontwikkelt de geschiedenis zich – met horten en stoten – als een voort-durende verrijzenis. Tijdsaanduidingen daarbij zijn achtereenvolgens: ‘De vroege morgen, terwijl het nog donker was’ (Johannes 20,1), de ‘avond van die eerste dag van de week’ (Johannes 20,19), ‘na acht dagen’ (Johannes 20,26) als ook ‘Hierna’ (Johannes 21,1). En wat hierna kwam, blijkt het begin te zijn. De leerlingen immers gaan terug naar het begin van hun leven (vissen). ‘Ik ga vissen,’