Menu

Basis

De wijsheid van de aarde

Integrale ecologie als spirituele weg

Waarom leidt kennis vaak zo weinig tot transformatie? Het is een vraag die ecotheologe Kelly Keasberry bezighoudt. We weten wat er met betrekking tot de aarde aan de hand is, kennen de rapporten, cijfers en gevolgen, maar toch verandert er structureel weinig. Hoe komt dat? En welke uitweg toont de aarde zelf?

Het was een vroege ochtend in Ekeren-Donk. Ik liep langs verlaten akkers, nog voor de wereld ontwaakte. Het licht viel zacht door de takken van de wilgen. Boven mij klonk het ritmische tikken van een specht. Op zulke momenten overvalt me een diep gevoel van thuiskomen — niet in een huis, maar in iets groters: in wat door paus Franciscus in zijn encycliek ‘Laudato Si’’ ‘ons gemeenschappelijk huis’ wordt genoemd.

Toch staat dat gemeenschappelijke huis voortdurend onder druk. De voormalige Hoekakker in mijn wijk is inmiddels een uitgestrekte grasvlakte, omzoomd door metalen hekken. Weidevogels strijken er nog neer, zolang het duurt. Een woonmaatschappij kocht de grond om er 450 woningen te bouwen. Protesten van omwonenden draaiden op niets uit, ondanks hun verwijzing naar de biodiversiteit van de zone, haar functie als overstromingsbuffer en haar waarde voor insecten en weidevogels.

Kennis leidt maar mondjesmaat tot verandering

De Hoekhakker is exemplarisch voor een vraag die mij als onderzoeker bezighoudt: waarom leidt kennis vaak zo weinig tot transformatie? We weten wat er gaande is. We kennen de rapporten, de cijfers, de gevolgen. Volgens NASA was het afgelopen decennium het warmste ooit, met 2024 als uitschieter. Extreme weersgebeurtenissen nemen wereldwijd toe in frequentie en intensiteit. Tegelijk waarschuwen internationale rapporten dat de grens van 1,5°C opwarming sneller in zicht komt dan eerder werd aangenomen.1

En toch verandert er structureel nauwelijks iets. Hoe komt dat? In een lezing voor het Universitair Centrum Sint-Ignatius Antwerpen (UCSIA) wees de joodse theoloog Ariel Evan Mayse op een hardnekkige menselijke neiging tot valse gerustheid. Hij verwees daarbij naar het verhaal van de toren van Babel, dat in sommige joodse interpretaties wordt gelezen als een poging om zich in te dekken tegen een nieuwe, allesverwoestende ramp. Maar veel mensen dachten: het zal zo’n vaart niet lopen. Na ons de zondvloed. Cognitieve dissonantie speelt daarbij ongetwijfeld een rol. En toch: er is meer aan de hand dan een tekort aan beleid of technologie.

Waarom de ecologische crisis ten diepste een spirituele crisis is

De meervoudige ecologische crisis is een complexe verwevenheid van problemen: niet alleen klimaatverandering, maar ook sociale ongelijkheid, verlies aan biodiversiteit en een ongelijke verdeling van hulpbronnen. Het zijn verschillende takken van één en dezelfde boom, die nauw met elkaar verbonden zijn. De stam is een verlies van verbondenheid: met onze Schepper, met elkaar, met andere levende wezens en met de wereld om ons heen. En de wortels? Die reiken nog dieper, voorbij beleid en technologie, tot aan de vraag wie wij denken te zijn en hoe wij ons tot die wereld verhouden.2 Anders gezegd: de ecologische crisis is ten diepste een spirituele crisis.

Broeder zon, zuster aarde

In 1225 schreef Franciscus van Assisi zijn Zonnelied. Vermoedelijk ontstond het in de lente, in San Damiano, toen hij zwaar ziek was en aan het einde van zijn leven. Zijn gezichtsvermogen was sterk achteruitgegaan. En toch getuigt het lied van een opmerkelijke innerlijke helderheid.

Een passage uit de Nederlandse vertaling (origineel in het Umbrisch):

Wees geprezen goede Heer en uw schepping evenzeer.
Zuster Zon haar licht en helend-warme stralen.
‘t Is een wonder wis en waar dat U ons verlicht door haar
moge zij uw goedheid naar ons toe vertalen.

Wees geloofd voor Zuster Maan en de sterren die er staan
en de nacht hun klaar en helder schijnsel geven.
Wees geloofd voor Broeder Wind die in wolken regen vindt
en verspreidt opdat uw schepping moge leven.

Voor Franciscus van Assisi zijn zon, maan, wind, water en aarde geen objecten, maar verwanten: broeders en zusters. Hij ziet de natuur niet als hulpbron of decor, maar als medeschepselen; deel van één gemeenschap van leven. En waar hij God “Vader” noemt, bezingt hij de aarde als “onze zuster, moeder aarde”.

Geroepen tot bewerken en bewaren

Het verschil zit al in de taal. Genesis 1:26 gebruikt de werkwoorden radah en kabash: heersen en onderwerpen. Dat is de taal van top-down gezag, van een hiërarchische scheppingsorde. Genesis 2:15 spreekt van abad en shamar: bewerken en bewaren, dienen en beschermen. Dat is eerder de taal van zorg dan van controle. Beide beelden staan in de Bijbel en vragen om nuance. Maar de westerse traditie heeft, zeker na de industrialisering, lange tijd het eerste benadrukt. Franciscus van Assisi leefde het tweede.

Bij Franciscus staat de mens niet boven de werkelijkheid, maar er middenin, als onderdeel van een ontzagwekkend geheel van leven. Die werkelijkheid is doortrokken van Gods kracht en weerspiegelt de grootsheid van de Schepper. Dat stemt tot nederigheid. De openingsregel zegt het al: “U alleen, Allerhoogste, komen lof en eer toe, en geen mens is waardig uw naam te noemen.” Radicale ontvankelijkheid, in plaats van zelfverheffing.

En dan, bijna aan het einde:

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood, die geen levend mens kan ontvluchten.3

Voor veel moderne mensen voor wie de dood een ongenode gast is geworden, klinkt dat als een dissonant. Voor Franciscus niet. Onze eindigheid hoeft niet buiten de deur te worden gehouden: ze is onderdeel van het huisgezin van God, van de cyclus van het leven. Daarmee houdt hij de moderniteit een spiegel voor. Een cultuur die kwetsbaarheid verbergt en controle over de natuur tot hoogste goed verheft, herkent in hem een tegenstem. Dat maakt het Zonnelied ook achthonderd jaar na dato nog altijd verrassend actueel.

De wortels van de crisis

Paus Franciscus — die zijn naam niet voor niets koos — bouwt in ‘Laudato Si’’ voort op dit erfgoed. Maar als het gaat over de oorsprong van de crisis, voegt hij een theologisch scherpe diagnose toe. Die crisis heeft volgens hem niet één oorzaak, maar is het gevolg van een web van samenhangende factoren: een technocratisch paradigma dat groei tot hoogste norm verheft, een doorgeschoten antropocentrisme, een wegwerpcultuur die zowel de mens als de aarde objectiveert en instrumentaliseert. En onder dat alles: de verschraalde verhouding tussen mensen, natuur en God.

De Verlichting bracht ongekende efficiëntie, maar ging ook gepaard met een verlies aan betekenis. De in Indonesië geboren jezuïet en hoogleraar bedrijfsspiritualiteit Paul de Blot wijst in zijn werk op een manier van denken die teruggaat op de wetenschappelijke revolutie bij figuren als Nicolaus Copernicus en Isaac Newton: een neiging om de werkelijkheid op te delen in afzonderlijke onderdelen die los van elkaar bestudeerd worden.4

Hoe scheidingsdenken de westerse wereld veroverde

Dat ‘scheidingsdenken’ heeft grote vruchten afgeworpen in de academische en medische wereld. Maar gaandeweg werd het de norm en raakten ook ons mens- en wereldbeeld doordrongen van dualismen: lichaam en ziel, werk en privé, geest en materie. Die scheiding tekende zich ook af in de theologie. Generaties groeiden op met een dialectische benadering waarin God als de gans Andere werd gedacht: verheven en transcendent. Gods immanentie, zijn aanwezigheid in de schepping, bleef daarbij vaak onderbelicht.

Die oriëntatie heeft diepe historische wortels. Zoals we eerder zagen, kreeg het scheppingsverhaal in Genesis vaak een antropocentrische lezing, waarbij de woorden kabash en radah — heersen en onderwerpen — zwaarder wogen dan het tweede scheppingsverhaal, dat de nadruk legt op bewaken en bewaren. In Laudato Si’’ wijst Franciscus dat af als een onjuiste Bijbelinterpretatie:

“Ook al is het waar dat christenen soms de Schriften op een onjuiste wijze hebben geïnterpreteerd, dan moeten wij vandaag met kracht afwijzen dat uit het feit dat wij geschapen zijn naar het beeld van God en uit de opdracht om de aarde te onderwerpen een absolute heerschappij over de andere schepselen mag worden afgeleid.” (LS §67).

Door dit scheidingsdenken raakte het zicht op het geheel gaandeweg verloren. Dat uit zich op vele domeinen. In een hiërarchische kijk op de natuur, waarbij de aarde er is omwille van de mens. In organisaties waar mensen radartjes zijn in een systeem, met burn-out als symptoom. In zorgsystemen die mensen herleiden tot hun diagnose, of tot een optelsom van organen. En in de zingevingscrisis van veel moderne mensen: het onvermogen om nog betekenis te ontdekken in hun rol en bijdrage aan het geheel.

Waar het ons aan ontbreekt, is niet rationaliteit maar relationaliteit. Dat is natuurlijk een generalisatie. Maar de dominante cultuur heeft de mens toch vooral gevormd tot autonoom subject dat de werkelijkheid beheerst in plaats van als schepsel dat ingebed is in een groter web van leven.

Integrale ecologie: alles hangt samen

Dat besef van samenhang is precies wat paus Franciscus integrale ecologie noemt: het centrale concept van ‘Laudato Si’’. Een holistisch kader dat stelt dat ecologische, sociale, economische en ethische vraagstukken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Zorg voor het milieu kan niet worden losgekoppeld van rechtvaardigheid voor de armen, en evenmin van de vraag hoe wij als samenleving willen samenleven.

Er is geen afzonderlijke milieucrisis naast een sociale crisis. Er is maar één complexe socio-ecologische crisis, en steeds zijn het de allerarmsten die de zwaarste lasten dragen. De uitstoot per inwoner in ontwikkelde landen is ongeveer zeven keer die van mensen in armere landen (LS §48). Maar de crisis raakt ook het Westen zelf, zij het anders. Burn-out, ecologische vervreemding, verlies van gemeenschap en zingeving zijn geen toevalligheden. Het zijn symptomen van hetzelfde mensbeeld dat de crisis voortbrengt. De aarde lijdt en wij lijden mee, ook al benoemen we het zelden zo.

Laudate Deum: een profetische exhortatie

Acht jaar na ‘Laudato Si’’ wijdde Franciscus een tweede document aan klimaatgerechtigheid: de apostolische exhortatie ‘Laudate Deum’ (2023). Waar ‘Laudato Si’’ contemplatief en zorgvuldig van toon was, is ‘Laudate Deum‘ profetisch en onverbloemd:

“Met het verstrijken van de jaren realiseer ik mij dat wij niet genoeg reageren, aangezien de wereld die ons ontvangt, uit elkaar aan het vallen is en misschien een breekpunt nadert.” (LD §1)

Twee jaar voor zijn dood maakte Franciscus de balans op: ons gemeenschappelijk huis valt uit elkaar. ‘Laudate Deum‘ is niet alleen een update van ‘Laudato Si’’, maar ook een verdieping. Franciscus stelt de machtsvraag centraal. Technologische optimisten zien technologie als de gouden sleutel tot alle wereldproblemen — maar technologische ontwikkeling is niet neutraal. Onze prioriteiten bepalen welke technologieën we doorontwikkelen, en wie er toegang toe krijgen.

Ook plaatst hij kritische kanttekeningen bij het dominante vooruitgangsdenken, zeker op economisch vlak. Waar winstmaximalisatie de voornaamste drijfveer is, gaat dat ten koste van het gemeenschappelijk huis. En hij waarschuwt: de immense technische groei is niet altijd gelijk opgegaan met een ontwikkeling van de mens in verantwoordelijkheid, waarden en geweten. In de woorden van Mayse: “De dingen die we bouwen, kunnen ons gaan overheersen.”5 De mens staat onbeschermd blootgesteld aan zijn eigen macht: een macht die blijft groeien, zonder instrumenten om haar in te tomen.

Maar niet alles wat mogelijk is, moet worden gedaan. Met dezelfde middelen waarmee je levensreddende medische apparatuur ontwikkelt, kun je vernietigende wapens bouwen. Wat ontbreekt, zo stelt Franciscus, is een solide ethiek, en een cultuur en spiritualiteit die de mens werkelijk richting geven.

En dan stelt hij een indringende vraag:

“Waarom wil men vandaag een macht handhaven die men zich zal herinneren om haar onvermogen om in te grijpen, toen het urgent en noodzakelijk was om te doen? (LS §57)

Het antwoord laat hij open. Maar de vraag zelf is een oordeel.

Ecologische bekering als uitdaging

Ecologische bekering — het begrip dat Franciscus in beide documenten gebruikt — klinkt misschien zwaar. Bij bekering denken we al snel aan schuld en boete of aan het toetreden tot een nieuwe religie. Maar bij ecotheologen klinkt het anders, ook al variëren de bewoordingen. Bekering is geen vastpinnen op de schuldvraag. Het is, zoals de Bijbel het bedoelt, een ommekeer: zien dat de oude wegen niet meer werken en een andere richting inslaan. Een uitnodiging tot herstel van relaties.

Daarbij gaat het niet in de eerste plaats om gedragsverandering, maar om een verandering van blik, bewustzijn en houding. Een andere manier van kijken naar wie je bent en hoe je je verhoudt tot het leven om je heen. De Canadese theoloog Sallie McFague noemt dat het ecologisch zelf: een uitdaging om onszelf en onze plaats in de kosmos op een geheel andere manier te begrijpen. Wie niet uitgaat van het separate zelf maar van het ecologisch zelf beseft dat hij zich bevindt tussen bijna acht miljard leden van de eigen soort en ongeveer 8,7 miljoen soorten planten, dieren en andere organismen,  en dat al die soorten binnen het ecosysteem onderling afhankelijk zijn voor voedsel en zuurstof.6

Het menselijke zelfconcept mag in de theologie geen ondergeschoven kindje zijn. Ons denken over onszelf en onze plaats in de kosmos heeft verregaande gevolgen voor gedrag en keuzes. Wie uitgaat van het separate zelf en een darwiniaans survival of the fittest komt uit bij een ethiek die zich beperkt tot het eigen voortbestaan. Wie uitgaat van het ecologisch zelf en de onderlinge verbondenheid van alle leven, komt tot een andere vaststelling: ons lot is onlosmakelijk verbonden met dat van vele anderen. Een bevoorrechte groep die floreert ten koste van miljoenen andere levende wezens ontkomt er niet aan daar uiteindelijk de gevolgen van te ondervinden.

Die omslag — van separaat naar relationeel — is wat McFague redding noemt, en wat Franciscus omschrijft als ecologische bekering.

Verbondenheid op breukmomenten

Als voormalig ziekenhuispastor heb ik veel mensen ontmoet op breukmomenten in hun leven, wanneer de controle wegvalt en de illusie van maakbaarheid niet langer houdbaar is. Wat er dan overblijft, en soms voor het eerst zichtbaar wordt, is een verlangen naar verbinding. Met het leven. Met anderen, en iets groters dan zichzelf. Sommigen noemen het liefde, anderen noemen het God.

Dat verlangen is niet nieuw. Het verlangen naar zin is diepmenselijk, en misschien wel het oudste verlangen dat er is.

De ecologische crisis is, in die zin, ook een uitnodiging. Pijnlijk en urgent — maar nog altijd een uitnodiging. Om terug te keren naar wat we altijd al wisten maar zijn vergeten: dat wij deel zijn van de aarde, niet haar eigenaren. Dat het leven ons gegeven is, en niet door ons gemaakt. Dat broeder zon en zuster maan geen poëtisch verzinsel zijn, maar een herinnering aan onze plaats in een wonderlijk geheel.

De aarde heeft geduld

Ik keer nog vaak terug naar mijn favoriete wilgenboom, op de scheidslijn tussen de oude akkers, het spoor en de skyline van de stad. Soms rust ik aan zijn stam, terwijl hij zijn takken om mij heen laat ruisen.

De oude wilg heeft generaties zien komen en gaan. Hij maakt zich niet druk over deadlines of agendapunten; hij is geworteld in het zijn. Hij herinnert aan een aarde die er gewoon is: dragende grond onder je voeten, stil en aanwezig, bedding voor talloze vormen van leven.

De boom doet zoals alles wat oud en wijs is: hij wacht. Hij biedt wandelaars schaduw, insecten een thuis, en wiegelt jonge vogels in zijn takken heen en weer in de wind. Hij geeft — nog steeds, voor zolang als het duurt.

De wijsheid van de aarde is niet ingewikkeld. Ze vraagt niet om grote gebaren of spectaculaire bekeringen. Ze begint waar Franciscus van Assisi ook begon: bij verwondering. Bij de bereidheid om te zien wat er werkelijk is. Bij de keuze om je te verhouden: tot de grond onder je voeten, tot de mens naast je, tot het leven dat je draagt en dat jou draagt.

Bekering is geen eindpunt. Het is de ommekeer naar een nieuw begin.

En die richting — van beheersing naar verbondenheid, van bezit naar zorg, van autonomie naar relationaliteit — is precies de spirituele weg die de wijsheid van de aarde ons wijst. Al eeuwenlang. Met het geduld van een verlaten akker die op de ochtend wacht.

Kelly Keasberry

Kelly Keasberry is eco-theoloog, journalist en PhD-onderzoeker verbonden aan het NWO-project Existential Challenges of Planetary Health (VU Amsterdam/KU Leuven). In 2024 verscheen haar boek Geworteld in verbinding (Maklu/Garant).


  1. IPCC Sixth Assessment Report Synthesis Report (2023), UNEP Emissions Gap Report (2023-2025) ↩︎
  2. Cf. ‘Laudato Si’’ (2015), Sallie McFague (2010), Lynn Townsend White (1967), Trees van Montfoort (2019). ↩︎
  3. Steven Cauchie, Twaalf maanden Zonnelied – Deel 1: De Umbrische tekst. Meesterwerk van de Italiaanse taal, Minderbroeders Franciscanen, 2025. ↩︎
  4. Paul de Blot sj, Business spiritualiteit. Een vernieuwingsmodel voor organisaties in een crisis, Nyenrode Business Universiteit, Uitgeverij Multilibris, Almere, 2011; — De mystiek van het zakendoen. Op zoek naar de spirituele kracht van organisaties, Uitgeverij Multilibris, Almere, 2011; — Business spiritualiteit, Ten Have, Kampen, 2007. ↩︎
  5. Ariel Evan Mayse, From Fracture to Flourishing, UCSIA/IJS Antwerpen, 2022. ↩︎
  6. Sallie McFague, Life Abundant, Rethinking Theology and Economy for a Planet in Peril, Augsburg Fortress Press, 2000. ↩︎

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken