Menu

Basis

Peacewalk: “We willen vrede oefenen”

Maartje Amelink vraagt zich af hoe wandelen kan bijdragen aan vrede

Peacewalk

Maartje Amelink liep vijf dagen mee met de ‘peacewalk’, een initiatief van theoloog Rikko Voorberg. De Nederlandse editie startte 25 april in Amsterdam en duurde acht dagen. In Kleef namen de Duitsers het stokje over. Het uiteindelijke eindstation van de wandeltocht is Jeruzalem. Maartje reflecteert op haar beleving van de wandeltocht door Nederland en op de vraag of en hoe zo’n wandeling kan bijdragen aan vrede.

Een peacewalker met een oranje verkeershesje verheft zijn stem: ‘Ik vraag u nogmaals om twee aan twee te lopen, u loopt nu midden op de weg’. De aangesproken wandelaar reageert met ‘ja, ja’, haalt de man met het oranje hesje in en sluit voor zijn neus als derde aan bij een rijtje van twee. Er volgt gesputter, irritatie over en weer. De een probeert vrijwillig de veiligheid van de groep te waarborgen, de ander is in een wandelende staat van vrijheid.

We lopen langs de Rijn voorbij Rhenen, het is warm. De zon schijnt fel, er is weinig wind. Sommige deelnemers lopen nu al vijf dagen mee met de peacewalk, een initiatief van ‘theoloog in het wild’ Rikko Voorberg en bedoeld als pelgrimage voor vrede. ‘Niet omdat we het antwoord hebben, maar omdat we vrede willen oefenen. Met iedere stap zeggen we: het kan anders, we verlangen iets anders’, zo sprak Voorberg die ochtend de club peacewalkers toe. Een club die grofweg bestaat uit eigentijdse hippies, christenen die ‘goed willen doen’, boomers die in de jaren tachtig nog tegen kernwapens hebben geprotesteerd en een ratjetoe aan andere verloren zielen in een wereld waar geweld domineert.

Jeruzalem/Al-Quds

De peacewalk duurt in Nederland acht dagen, van Amsterdam tot aan Kleef. Daar nemen de Duitsers het stokje over, maar wie wil loopt verder. Het is de langste pelgrimsroute door Europa en het Midden-Oosten met als eindstation: Jeruzalem/Al-Quds.

De volharde pelgrim kan de witte vredesvlag dus vijftien maanden met zich meetorsen, doorheen negentien landen, om die ten slotte te planten in het gebied waar vrede ver te zoeken is. ‘Waarom daar?’ zegt de een met weerzin, doelend op de extreme agressor die de Israëlische overheid is, alsof diep onrecht verholpen kan worden met een duif. ‘Juist daar’, zegt de ander vol geloof, vertrouwend op de onweerstaanbare kracht van verbinding en dialoog, want dit is een beweging van grassroots peacebuilding, van onderop, van mens tot mens, voorbij de politiek.

Witte veren

Ik loop vijf dagen mee. De startetappe begint met een interreligieuze ceremonie in de Dominicuskerk in Amsterdam. Voor de ingang staan twee jongemannen muziek te maken in fladderige linnen broeken. De kerk zit bomvol, er hangt een koord met witte veren eraan en een koor staat klaar om te zingen. Tijdens de dienst klinkt een Syrische klaagzang en horen we meerdere getuigenissen van vrede. De dochter van Desmond Tutu, Mpho Tutu, spreekt de wandelaars toe, net als de voormalig perschef van Martin Luther King, Harcourt Klinefelter. Er worden wandelstokken als rituelen overhandigd en in de hand van iedere bezoeker brandt een dunne witte kaars, aangestoken met de flame of hope – een vlam in een lantaarn die de gehele pelgrimage zal worden meegedragen. De ceremonie eindigt met een vijfvoudige zegen door een imam, rabbijn, dominee, pastor en humanistisch leider. Gezegender kan een mens niet zijn.

Wandeleuforie

‘Meneer, heeft ú die stickers overal opgeplakt?’ vraagt een peacewalkwandelaar enigszins geagiteerd aan een andere peacewalkwandelaar als de groep ligt uit te rusten op de dijk bij de Lek.

We hebben net een prachtig stuk gewandeld. Door velden vol geel koolzaad. Langs slootjes en over vlonders in het zogeheten ‘Verdronken Bos’ bij Schalkwijk. De zon verwarmt, de wind verkoelt. Het is perfect wandelweer. Eerder die ochtend hielden we pauze bij een boerderij; de bewoners stelden hun tuin en toilet voor ons open en boden koffie, thee en koekjes aan. Tijdens het lopen sprak ik een voormalig politieagent. Hij was net met pensioen en had vijfenveertig jaar gediend, altijd op straat, altijd in gesprek met medeburgers. Toen hij lastminute iets las over de peacewalk dacht hij: ‘Daar moet ik bij zijn’. Hij gooide zijn plannen voor Koningsdag om en trok zijn wandelschoenen aan.

Nu, liggend op de dijk, voel ik die typische wandeleuforie: opgetogen gemoed, open zintuigen. Behoorlijk vredig, een tikkeltje lyrisch. Met mijn rug in het gras luister ik naar de peacewalker die zich opwindt over stickers. ‘Luister’, zegt ze tegen een man die betrokken is bij de organisatie, ‘mijn collega komt er zo aan, zij onderhoudt hier het langeafstandspad en ik kan u alvast vertellen: wij zijn niet blij met stickers van de peacewalk op onze rood-witte bordjes’. De man antwoordt dat hem dat juist handig had geleken toen hij de route aan het uitzetten was, want naar die bordjes kijken mensen. ‘Dat zal wel ja, maar het wordt een hels karwei voor ons om de stickers weer te verwijderen’. Ik dommel een beetje in slaap op de klanken van een alledaags conflictje, wik en weeg, snap beide kanten wel.

Rollatorinspiratie

Een paar dagen later ben ik zelf geïrriteerd. Ik hoor iemand voor de zoveelste keer ‘Ohm, Shalom, Salaam’ zingen en kan het opeens niet meer hebben. Ik ben een beetje klaar met de vrede. Ik wil een biertje op een terras en stel het voor aan de vriend die vandaag een stuk meeloopt. Mijn voeten knetteren van de pijn, ik heb een blaar en mijn benen vinden het ook wel welletjes na bijna honderdvijfentwintig kilometer. Een paar keer stopt de hele kudde met lopen, omdat er onduidelijkheid is over de route en over een stiltemoment dat wel of niet gaat komen. Wat een gedoe. Ik wil los.

Maar dan kijk ik achterom en zie de negentigjarige man die nu al twee dagen meeloopt met zijn rollator. Shit. Die ochtend liep ik een tijdje met hem op. Ik vroeg of hij geen spierpijn had. Nee, het waren vooral zijn armen, zei hij, die staan steeds in een halve hoek om de rollator te duwen. Maar spierpijn? Nee, ‘dat loop je er wel uit’.

Ik kijk verder om me heen. Niet ver van de negentigjarige man loopt een kind van zeven, erachter een vastberaden puber, daarnaast een hond op korte pootjes. Ik zie de vrouw van wie ik weet dat ze fysiek een uitdaging heeft (haar man staat paraat om haar op te halen zodra het nodig is) en zoveel andere vertrouwde gezichten die ik de afgelopen dagen in flarden heb leren kennen: de vrouw die van plan is om vanaf Istanbul opnieuw aan te haken, de man die zijn drukke gezinsleven heel even kon achterlaten om mee te gaan, de vrouw die op de vooravond van een carrièreswitch staat, de Extinction Rebellion-activisten die mij verrasten door voor vrede te willen lopen, de vrouw die voorzichtig de waarde van haar katholieke opvoeding begon in te zien en zich afvroeg wat zij haar (klein)kinderen eigenlijk meegeeft, de pelgrimbroers die van pelgrimeren hun hele leven maken, de vrouw wier partner niets heeft met zo’n vredestocht (totaal niet effectief!), het hippieachtige stel dat mij een handjevol M&M’s gaf tijdens het lopen, de buurvrouw die slechts twee straten bij mij vandaan woont, de dominee die me in gesprek meenam naar het Schotse Aiona, de vrouw die mijn petje leende en ‘m twee dagen later teruggaf na een berichtje in de groepsapp, de man die zeker wist: ik stop niet meer met lopen, de vrouw die zeker wist: ik ga stoppen met lopen en tóch doorliep – en zo kan ik nog wel blijven opsommen. Al die ontmoetingen.

Dat biertje kon toch wel even wachten, wist ik.

Geen zoet gevoel

En nu, na de peacewalk? Dat heet, na mijn peacewalk, want de tocht duurt voort. In de naweeën van mijn ervaring begint de vredesgedachte in te dalen. Tijdens de peacewalk is er iedere dag een vraag ter overweging voor de wandelaars: Wat komt eerst: liefde of vrede? Wat doe je met je eigen onmacht? Met wie of wat wil jij vrede sluiten? Wat gebeurt er als angst ons overneemt? Wat helpt ons om menselijk te blijven? Hoe bewaar ik mijn eigen vrede? Wezenlijke vragen die kunnen helpen om op een vredevol pad te blijven.

Confronterende vragen ook, want vrede is geen ‘zoet gevoel’, zoals voorganger Arjan Broers het zei bij de openingsceremonie. Vrede betekent niet dat irritaties over verkeersveiligheid, stickerbeleid of groepsgedrag afwezig zijn. Het betekent: wat doe je als die irritaties optreden? Hoe belichaam je vrede in al die menselijkheid? Ook de peacewalk is niet perfect, maar wat het zeer zeker wel is: een publieke ruimte om vrede te oefenen, om iets daarvan uit te dragen. Het is een sociaal experiment dat je in een mum van tijd van alles leert: dat je met cynisme niet ver komt, hoe het is om alleen in een groep te zijn, wat het betekent als mensen die je niet kent eten, gespreksstof of een slaapplek aanbieden, hoe je eigen emotionele leven continu golft, dat idealisme niets anders kan zijn dan belichaamd en praktisch, en dat iedereen uiteindelijk zijn eigen pad te bewandelen heeft – een uur, een dag, een week, een maand, een jaar, in ieder geval: stapvoets.

Maartje Amelink

Maartje Amelink is letterkundige en werkt als zelfstandig (eind)redacteur voor onder andere Theologie.nl en Francesco Magazine.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken