Menu

Basis

Echte wijsheid is dwaas

"‘Yherezt nopitty ont dzhe steirs. Dzhere eitz nobbudy onz dhe stoirs."

Henk Visch, For all that is forgotten
Henk Visch, For all that is forgotten

Religies zijn scholen in wijsheid. Ze onderwijzen het goede leven voor het aangezicht van God. Maar dit onderwijs blijkt ook altijd een zekere dwaasheid in te houden. Door de eeuwen, zo laat Jean-Jacques Suurmond in zijn nieuwste bijdrage zien, heeft religieuze dwaasheid mensen uit hun comfortzone (‘bubbel’) gewrikt en zo geopend voor de goddelijke dimensie. Maar wat is deze dwaasheid?

Religieuze dwaasheid desoriënteert en kan zo tot een heroriëntering leiden. Zo is in het hindoeïsme Ganesha de god van wijsheid, misschien wel juist omdat hij zijn hoofd heeft verloren (in plaats daarvan heeft hij een olifantenkop). Hij danst, haalt grappen uit en maakt een nieuw begin mogelijk. Of het boeddhisme een religie is, is in het oosten eigenlijk geen vraag. Gautama Boeddha sprak over de zuiverende werking van de lach en dacht dat een dom mens evenveel leert van een wijze als een lepel geniet van de soep. Het zenboeddhisme strooit met dwaze uitspraken, koans genaamd. Op de vraag van een leerling: ‘Wat is de Boeddha?’ antwoordde zijn leraar: ‘Drie pond vlas’. Hierdoor werd de leerling in één klap uit zijn gewone denkspoor gegooid en ervan bewust gemaakt dat het geheim van het leven aan de ratio ontsnapt. Dwaasheid is niet echt te definiëren, of het moet zijn dat ze een spaak in het wiel steekt van het ‘normale’ denken.

Profetische dwazen

Zulke dwaasheid heeft iets profetisch en voorkomt dat religie ingelijfd raakt in al te menselijke drijfveren van ideologische of nationalistische aard. Of als een religieuze ‘apotheek’ (Bonhoeffer) wordt die de onrust en angst moet genezen – meer gericht op de mens dan op God en daarmee een vorm van ongeloof (Karl Barth). Echte religie is in de wereld maar niet van de wereld. Een religie die haar dwaasheid verliest, verliest haar ziel.

Een religie die haar dwaasheid verliest, verliest haar ziel

Dwaasheid past niet, ze ontwricht onze gewone, natuurlijke gang. Zulke dwaasheid is wijsheid, zegt de apostel Paulus. Ironisch schijft hij aan zijn tegenstanders die bijzonder tevreden waren over zichzelf: ‘Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht’ (1 Korintiërs 4,10). Eerder schreef hij dat het in het geloof om niets minder gaat dan een omkering van waarden: ‘Wat in deze wereld wijsheid is, is dwaasheid bij God’ (3,19).

Wat wij als verstandig en wijs beschouwen, zoals almaar bezig zijn met de natuurlijke behoefte aan inkomen en onderdak, wordt door Jezus op de hak genomen: ‘Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet… Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?’ (Matteüs 6,26-27).

Het tegenovergestelde van wijsheid is niet dwaasheid maar domheid. In Jezus’ gelijkenis van de tien maagden heten er vijf wijs omdat ze extra olie voor hun lampen hadden meegebracht. Maar de andere vijf hadden dat niet gedaan, zodat ze de komst van de bruidegom missen. Dat was niet dwaas, maar ondoordacht (Matteüs 25,1-13).

De koans van Jezus

Vaak zijn de gelijkenissen (parabels) van Jezus ons zo vertrouwd, dat we niet meer zien dat ze de schokkende werking hebben van een zen koan. Daarmee stond hij in de traditie van de dwaze profeten. Jesaja liep drie jaar lang in zijn blote achterste rond, als teken dat het volk schaamtevol weggevoerd zou worden in ballingschap (20,2-5). Ezechiël lag driehonderdnegentig dagen op zijn linkerzij als teken dat hij de schuld van Israël droeg. (4,4-5).

Jesaja liep drie jaar lang in zijn blote achterste rond, als teken dat het volk schaamtevol weggevoerd zou worden in ballingschap

In de gelijkenissen van Jezus wordt de werkelijkheid van het Godsrijk vergeleken met onze gewone wereld. Zo wordt in het evangelie van Lucas (16,1-8) God voorgesteld als een rijke man. Hij heeft een sjoemelende rentmeester die hij de wacht aanzegt. De rentmeester denkt bij zichzelf: ‘Wat nu?’ Hij besluit om de schuldenaars van zijn baas een plezier te doen in de hoop dat die hem straks, als hij op straat komt te staan, zullen helpen. Hij roept hen een voor een bij zich en scheldt een deel van hun schulden kwijt.

Zulk creatief boekhouden kan natuurlijk niet onopgemerkt blijven. Hoe reageert de rijke man? Wijst hij zijn rentmeester op staande voet de deur? Nee, hij prijst hem omdat hij ‘slim had gehandeld’. Jezus spoort ons aan om aan deze fraudeur een voorbeeld te nemen. Want wij vinden het niet fair als we bestolen worden, maar God wil, evenals die rijke man, niets liever dan dat Hij geplunderd wordt. Om dan de buit weg te geven, al was het maar uit zelfzuchtige motieven. Dit is de logica van genade die dwaas is in de ogen van onze calculerende wereld.

Maar God wil, evenals die rijke man, niets liever dan dat Hij geplunderd wordt

In een andere parabel (Matteüs 20,1-16) krijgen werkers die de hele dag hebben gezwoegd evenveel geld in het handje als arbeiders die alleen het laatste uur kwamen opdraven. De eerste werkers zijn diep verontwaardigd over dit ‘onrecht’. Ze vinden de onbaatzuchtige goedheid van God schandalig. Jezus’ gelijkenissen laten zien hoe ongelijk het koninkrijk van God is aan onze wereld.  

De mystieke traditie vereert Jezus als de goddelijke wijsheid. Zijn leven op aarde is een levende parabel van het koninkrijk van de hemel, tot schrik van zijn moeder en broers. Ze zochten hem op om hem terug naar huis te halen, omdat hij ‘zijn verstand had verloren’ (Marcus 3,21). Uiteindelijk wordt hij gedood, want de politieke en economische machten van deze wereld hebben belang bij de bestaande orde en worden nerveus van de dwaasheid van God. Een oude theologische visie ziet Jezus’ opstanding als een kosmische grap waarmee God de duivel te slim af is. ‘Een lach bevrijd voor altijd en eeuwig’ schrijft de Ierse dichter Patrick Kavenagh in zijn gedicht ‘Lough Derg’.

Heilige dwazen

Omdat de grote mystici zich één weten met Christus, valt te verwachten dat ook zij niet altijd binnen de maatschappelijke lijntjes kleuren. Ze zijn innerlijk vrij, onthecht. Dit wordt onder meer uitgedrukt in de traditionele kloostergeloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid, die op de gemiddelde burger met een hypotheek dwaas overkomen – reden waarom de trappistenmonnik Thomas Merton de kloosterling als clown beschreef. Zelf stond hij in het klooster op zijn hoofd en schreef in een zelfbedachte nonsenstaal het ‘Macaronisch’ (naar het bekende Italiaanse gerecht met kromme pijpjes). In zijn autobiografische roman My argument with the Gestapo steekt hij de draak met het meedogenloze nazisysteem: Yherezt nopitty ont dzhe steirs. Dzhere eitz nobbudy onz dhe stoirs.’

Vanuit hun innerlijke vrijheid hebben religieuze dwazen steeds weer het rijk van God zichtbaar gemaakt door de wereld om te keren. Sprankelend wordt dit verbeeld in Erasmus’ Lof der zotheid. Hij staat niet bekend als een mysticus, maar in dit boek geeft hij blijk van mystieke inspiratie, beïnvloed als hij was door de Moderne Devotie. Evenals de aanhangers van deze stroming, leed hij aan de droge uiterlijke vormen en dogma’s van de kerk en zocht het ware innerlijke leven. In zijn boek steekt hij de draak met pausen, bisschoppen, vorsten en theologen. Die beweren in koor Christus na te volgen, maar denken in werkelijkheid alleen maar aan zichzelf.

De klapper komt tegen het eind van zijn boek. Nadat hij wat in kerk en maatschappij voor verstandig doorgaat als onzin heeft ontmaskerd, roemt hij nu de ware dwaasheid van het evangelie. Want anders dan wat als ‘normaal’ wordt beschouwd, vergelden de echte gelovigen geen kwaad met kwaad en houden ze zich niet vast aan hun status, bezit of zelfs leven. Terwijl het hoofd van de pedante theologen door alle nonsens dreigt te ontploffen, barst het hart van de gelovigen bijna uit hun borst vanwege de goddelijke hartstocht. ‘En ze willen niets liever dan altijd op die manier krankzinnig zijn (perpetuo insanire).’

Terwijl het hoofd van de pedante theologen door alle nonsens dreigt te ontploffen, barst het hart van de gelovigen bijna uit hun borst vanwege de goddelijke hartstocht

In zijn boek laat Erasmus als het ware de nar dansen die in de christelijke traditie een lange neus trekt naar de wereld. De oosters-orthodoxe kerk kent bijvoorbeeld de salos, de heilige dwaas. In de vijfde eeuw wist de monnik Symeon zich geroepen om een ‘spel’ met de wereld te spelen. Soms sprong hij in het rond, andere keren schoof hij op zijn achterste door de straten. Eens liep hij een stad in terwijl hij aan een touw een dode hond achter zich aan trok. Naakt ging hij het vrouwenbad binnen, deed zijn behoefte op de markt, klom tijdens een kerkdienst de preekstoel op en bekogelde de aanwezigen met noten.

Heilige dwaasheid heeft iets profetisch. Een andere salos, Nicolaas van Pskov, confronteerde tsaar Iwan de Verschrikkelijke (of: de Machtige) met het feit dat die een slachting had aangericht. Hij legde een stuk rood vlees in de handen van de tsaar. ‘Ik ben een christen en het is de vastentijd, ik eet nu geen vlees’, reageerde die. ‘Maar u drinkt wel menselijk bloed’, antwoordde Nicolaas.

Heilige dwaasheid heeft iets profetisch

In de dertiende eeuw leefde in Italië de dichter Jacopone da Todi. Waarschijnlijk schreef hij het Stabat Mater. Aanvankelijk leidde hij een materialistisch bestaan, totdat zijn jonge vrouw stierf. Hij kreeg een visioen van ‘onuitsprekelijke liefde, beeldloze goedheid en mateloos licht’, wat hem overtuigde van de ontoereikendheid van al zijn gedachten over God. Hij verkocht zijn bezit en werd een rondzwervende franciscaan, ‘gek van de liefde van Christus’, zoals op zijn grafsteen staat. Toen zijn broer trouwde, verscheen hij op het feest bedekt met teer en beplakt met veren. Wilde hij daarmee de aandacht trekken? Zeker, maar niet naar zichzelf maar naar een Liefde waarbij onze liefde vaak plakkerig en vleugellam afsteekt.

Ook moderne mystici laten iets zien van de ‘omgekeerde wereld’. Albert Schweitzer gaf zijn maatschappelijk geslaagde leven op en werd arts in een vervallen ziekenhuis in Lambarene. Dit besluit leverde hem de spotnaam van ‘jungle dokter’ op. Als secretaris-generaal van de VN bevorderde Dag Hammarskjöld gerechtigheid in de wereld, wat hem veel kritiek opleverde. Moeder Teresa was zo dwaas om mensen die in Calcutta op straat stierven te verzorgen, waarbij de bekende schrijver Christopher Hitchens haar verweet de armen voor haar eigen religieuze agenda te gebruiken. In de VS werd Martin Luther King geïnspireerd door het vreemde visioen van een wereld waarin zwarte en witte mensen vreedzaam samenleven. Driekwart van het Amerikaanse volk (waaronder de evangelist Billy Graham) keurde zijn visie en werk af. In Zuid-Afrika werd Desmond Tutu’s visioen van een ‘regenboogstaat’, waarin alle kleuren samenwonen, door critici afgewezen als ‘naïef regenbooggedoe’.  

Deze twintigste-eeuwse mystici en profeten werden vaak geridiculiseerd en veroordeeld, en soms zelfs gedood. Maar uiteindelijk werd hun dwaasheid herkend als wijsheid. Allen kregen de Nobelprijs voor de vrede.

Speelsheid als voorwaarde

Een zekere speelsheid die ons uit het centrum van de dingen haalt, is voorwaarde om in een juiste relatie te staan tot God die het ware hart van de wereld is. Zo niet, dan blijven we gevangen in wat we ‘normaal’ en ‘verstandig’ vinden: zekerheid, reputatie, prestaties, bezit. Het hele maatschappelijke systeem is hierop gebaseerd, wat ten koste gaat van de armen en zwakken, zoals de mystici scherp zagen. Voor de humanist Erasmus was er daarom niets zo humaan als het dwaze evangelie dat dit systeem pootje haakt. Of in het Macaronisch van Thomas Merton: ‘Mente di coucou in corpo migraine!

Jean-Jacques Suurmond

Jean-Jacques Suurmond is theoloog, coach en publicist. Onlangs verscheen van hem Zin in een goed gesprek, gestalt voor coaching en pastoraat (uitgave Skandalon).

Om verder te lezen

Raymond Angelo Belliotti, Jesus the Radical, The Parables and Modern Morality. Dublin/New York: Lexington Books 2015.

Harvey Cox, The Feast of Fools, A Theological Essay on Festivity and Fantasy. Cambridge MA: Harvard University Press 1969.

Desiderius Erasmus, Lof der zotheid/ Laus Stultitiae. Utrecht: Het Spectrum 1992.

Jean-Jacques Suurmond, Word and Spirit at Play, Towards a Charismatic Theology. Grand Rapids: Eerdmans 1995.

Evelyn Underhill, Mystiek, hoe God werkt in de mens. Middelburg: Skandalon 2023.

Zie ook de website van Ad Montem, lemma ‘De mystieke traditie’.

Wellicht ook interessant

None

Thema: Slow looking

In deze aflevering van De theologie podcast gaat Elsbeth in gesprek met Frieda van de Geest. Frieda nodigt ons uit om in onze oordelende samenleving te vertragen en met het hart te kijken naar de medemens. Vanuit de filosofie en wetenschap wordt besproken wat het verschil is tussen kijken en zíén. De lezer wordt uitgenodigd liefdevol naar de wereld te kijken, na te denken over blinde vlekken om uiteindelijke tot verandering te komen en net zo naar de wereld te kijken als Jezus.

Annemarieke van der Woude
Annemarieke van der Woude
Basis

Om jezelf te kunnen worden, moet je op reis gaan

Ik luister graag naar de radio, maar moet me nogal eens door reclames heen worstelen om bij mijn favoriete programma uit te komen.  Bijvoorbeeld een advertentie voor een reisorganisatie – ik noem geen naam. Op hun site lees ik dat ze klanten proberen te lokken met beloftes als ‘hoogtepunten’, ‘zorgeloos’ en ‘comfortabel’. Daar gaat een bepaalde opvatting achter schuil over wat reizen de moeite waard maakt: dat je zonder last of ongemak een reeks bijzondere ervaringen opdoet. Maar is dat de waarde van reizen?

rode kruis
rode kruis
None

“Is het wel goed voor mij om zo lang thuis te blijven wonen?”

Piekeren over werk, relaties of de zin van het leven – we doen het allemaal. Soms blijf je in rondjes draaien, maar dat hoef je niet langer alleen te doen. Onze zingevingsexpert Mathieu van Kooten draait vanuit het klooster Nieuw Sion een rondje met je mee. Maandelijks beantwoordt hij de ‘grote vragen’ van lezers. Dit keer de vraag: ‘Is het wel goed voor mij om zo lang thuis te blijven wonen? Ik kan namelijk geen studentenkamer vinden en woon noodgedwongen bij mijn ouders.”

Nieuwe boeken