Menu

None

Dwaalt u niet?

Wie zich deze jaren waagt aan een boek over gender, weet op voorhand dat dit moeilijkheden gaat opleveren. Zowel in samenleving als kerk blinken aan de ene kant de vlijmscherpe tanden van veelkoppige progressieve stemmen, terwijl aan de andere kant traditionele en orthodoxe stromingen hun eigen draaikolk gaande houden. Veel waardering dus voor Jan Minderhoud, die in het boek ‘Geloof en gender: zoeken naar een begaanbare weg’ probeert te laveren tussen deze hedendaagse Scylla en Charybdis.

Risico

Waarom zou je het risico nemen om te schrijven over een onderwerp dat zo polariseert? Omdat je je ertoe geroepen voelt! Het boek is ontstaan uit de pastorale nood die Minderhoud de laatste jaren enorm zag toenemen, specifiek in christelijke kring. “Kerk en gender lijkt een lastige combinatie te zijn.”1 Vanuit het verlangen dat de gemeente van Christus ook voor lhbtiqa+’ers een veilige en heilige plek mag zijn, is het boek in een proces van meerdere jaren ontstaan.2 Die pastorale bewogenheid is het hele boek door voelbaar en innemend.

Mijns inziens terecht presenteert Minderhoud de uitkomsten van zijn zoektocht als een tussenstand.3 Over gender en geloof is het laatste woord nog niet gezegd. Dat laat onverlet dat zijn bijdrage van grote waarde is. Niet alleen vanwege de moed om een gevoelig onderwerp vanwege pastorale overwegingen tóch aan te snijden, maar ook vanwege de uitgebreide en nauwgezette manier waarop de auteur dat doet. Uitleg van begrippen, achtergronden, biologie, psychologie en sociologie komt uitgebreid aan bod in het eerste van de drie delen van het boek. In het derde deel werkt Minderhoud toe naar hoe het veilige gesprek over genderkwesties te voeren. Elk hoofdstuk sluit af met bezinningsvragen, een uitgelezen handreiking aan groepen of kringen die het boek gezamenlijk willen lezen en bespreken.

Het boek is ontstaan uit de pastorale nood die Minderhoud de laatste jaren enorm zag toenemen

Op het tweede deel, dat ingaat op de vraag wat er vanuit Bijbel en theologie over gender gezegd kan worden, wil ik iets dieper ingaan. Hoewel ook hier eerst waardering voor de breedte en diepte van Minderhouds zoektocht op zijn plek is, ben ik daarover uiteindelijk toch iets kritischer op de uitwerking van zijn centrale notie dat lichamelijkheid eeuwigheidswaarde heeft. Het ‘ja’ van God voor het menselijk lichaam bij de schepping herhaalt Hij op de Paasmorgen bij de lichamelijke opstanding van Jezus.4 Minderhoud beroept zich op Paulus’ opmerking dat Christus ons armzalig lichaam gelijk zal maken aan zijn verheerlijkt lichaam (Filippenzen 3,20-21). Voor Minderhoud leest dit als een eschatologische belofte voor wie in dit aardse bestaan worstelt met zijn of haar lichamelijkheid of geslachtelijkheid.

Synoniemen

Voor wat betreft het aspect van lichamelijkheid kan ik de auteur goed volgen. Christus ís opgestaan met een verheerlijkt lichaam en ons voorgegaan doorheen de dood naar het nieuwe leven. Problemen ontstaan echter als de begrippen lichamelijkheid en geslachtelijkheid als synoniemen of Siamese tweeling worden gebruikt. Wanneer geslachtelijkheid — en daarmee bedoelt Minderhoud mannelijk en vrouwelijk — namelijk onlosmakelijk verbonden is met het Koninkrijk van God, is er voor transgenders en intersekse-mensen in dat Koninkrijk namelijk geen plaats meer. Over hun situatie nu kan dan anno nú niet anders gesproken worden dan in termen van ‘weeffoutjes in Gods schepping’.5

Dat is de prijs die Minderhoud betaalt voor zijn theologische positie dat mannelijkheid, vrouwelijkheid en huwelijk eeuwigdurend onderdeel uitmaken van de door God bij de schepping gegeven orde. Voor nu rest dan niets meer dan met pastorale, medische en psychologische zorgvuldigheid de scherpe randjes ervan af te halen. Het zal je toch maar gezegd worden dat je een ‘weeffoutje’ bent… De troost is dan dat we allemaal op weg zijn naar een totale vernieuwing, dus ook van onze mannelijkheid óf vrouwelijkheid.6

Voor wat betreft het aspect van lichamelijkheid kan ik de auteur goed volgen

‘Maar in Christus is toch mannelijk noch vrouwelijk (Galaten 3,26-29)?’ Minderhoud legt uit dat door de doop in Christus alle verschillen in hiërarchie op basis van etniciteit, sociale afkomst of geslacht opgeheven worden.7 Onder verwijzing naar het Grieks in de genoemde tekst van Paulus wijst hij er echter op dat deze spreekt over Jood of Griek en slaaf of vrije, maar daarna over mannelijk en vrouwelijk.8 Voor Minderhoud is dit het bewijs dat het geslachtsverschil tussen man en vrouw nog steeds relevant is. Daarmee neemt hij positie in tegen Erwich en Leene, die betogen dat het binaire denken in Christus is doorbroken.9

Zelf meen ik dat Erwich en Leene het binaire denken wellicht te vroeg doorbreken, maar Minderhoud dat te laat (want niet) doet. Het gesprek van Jezus met de Sadduceeën in Marcus 12, 18-27 biedt de mogelijkheid dat toe te lichten. ‘Dwaalt u niet?’ bevraagt Jezus de vooronderstellingen over het leven na de dood, om te concluderen: ‘U dwaalt vreselijk!’ Minderhoud concludeert op basis van die passage dat van seksualiteit en huwelijk in het Koninkrijk waarschijnlijk meer geen sprake is: “Met dit alles mogen we de huidige huwelijkseenheid enigszins relativeren, zeker in het licht van de eschatologische bruiloft met Christus op de nieuwe aarde onder een nieuwe hemel.” Tegelijkertijd houdt hij vast aan de polariteit van man en vrouw als vast onderdeel van Gods scheppingsplan.10

Maar áls geslachtelijkheid dan zó onlosmakelijk is verbonden met Gods eeuwige bedoeling met de schepping, waarom heeft dan juist die geslachtelijkheid geen functie meer in het Koninkrijk? Op die vraag had ik graag een antwoord gehad van Minderhoud. De conclusie van Jezus naar de Sadduceeën wil ik naar Minderhoud niet trekken, maar de vraag hem wel stellen: ‘Dwaalt u niet?’ Het is moeilijk te aanvaarden dat God man en vrouw éérst met minutieuze nauwkeurigheid geslachtelijk op elkaar afstemt, om die afstemming vervolgens met het eschatologische badwater weg te gooien als het op de eeuwigheid aankomt.

Perspectiefwisseling

Als ik zelf om een antwoord gevraagd zou worden, zou ik een perspectiefwisseling bepleiten: vergelijk niet langer Christus en zijn Kerk met het huwelijk van man en vrouw. Het is juist andersom! Christus en zijn gemeente lijken niet op een bruidegom en bruid; bruid en bruidegom zijn juist zélf een afspiegeling. In het Koninkrijk zijn Christus en zijn gemeente zo’n volmaakte verbintenis, dat aan de afspiegeling via huwelijken geen behoefte meer is. Zo bezien is lichamelijkheid wel van eschatologisch belang voor de fysieke werkelijkheid van het Koninkrijk van God, maar geslachtelijkheid niet.

Geslachtelijkheid en gender zijn bij de schepping dan ook niet ingegeven als doelen op zichzelf met eeuwigheidswaarde, maar als tijdelijke instrumenten om naast relaties met God ook relaties met elkaar te kunnen aangaan en zo als beelddrager van God ook het relationele aspect van God gestalte te kunnen geven, totdat God alles in allen zal zijn (1 Korintiërs. 15,28).

Een scherper onderscheid tussen de begrippen lichamelijkheid en geslachtelijkheid zou Minderhoud dus meer ruimte bieden voor de pastorale benadering die hij nastreeft bij gendervraagstukken. Ook al zullen het vast geen gemakkelijk begaanbare wegen zijn, vasthouden aan lichamelijkheid onder relativering van geslachtelijkheid vanuit eschatologisch perspectief schept ruimte. Transgendermensen zijn dan niet een ‘weeffoutje’ waar zij en wij zo goed mogelijk mee moeten leren leven. De weg om te gaan is dan hoe transgendermensen via gesprek en eventueel een medisch traject hun lichaam weer tot partner van zichzelf en anderen kunnen maken, om ook in het heden de relatie met God en de ander aan te gaan. Anders gezegd: zijn beelddrager te zijn.

Carlo van Dijk is proponent in de Protestantse Kerk Nederland.

  1. Minderhoud, J. (2025). Geloof en gender: Zoeken naar een begaanbare weg. KokBoekencentrum, 14. ↩︎
  2. Minderhoud, 17. ↩︎
  3. Minderhoud, 13. ↩︎
  4. Minderhoud, 117. ↩︎
  5. Minderhoud, 145. ↩︎
  6. Minderhoud, 148. ↩︎
  7. Minderhoud, 170-175. ↩︎
  8. Minderhoud, 171. ↩︎
  9. Erwich, R., & Leene, A. (2022). Vuur dat nooit dooft: Gender, seksualiteit en theologie in gesprek. KokBoekencentrum, 240. ↩︎
  10. Minderhoud, 179. Minderhoud tekent erbij aan dat deze gedachte niet klip-en-klaar uit het Nieuwe Testament is af te leiden en daarmee een speculatief element in zich heeft. ↩︎

Jan Minderhoud, Geloof en gender. Zoeken naar een begaanbare weg. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 224 pp. € 24,99. ISBN 9789043542432

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken