Weerbaarheid: een militair begrip?
Hoe defensie en kerken samen kunnen bijdragen aan het gemeenschappelijk goed
Onlangs was geestelijk verzorger in de krijgsmacht Erik Sengers op bezoek bij de Nationale Weerbaarheidstraining. Dit is een militaire basistraining, maar is dat terecht, vraagt Erik zich af. Is ‘weerbaarheid’ niet een veel breder begrip dat niet alleen door militaire vaardigheden kan worden ingevuld en ingeoefend? En zouden kerken niet ook een rol kunnen spelen in het bevorderen van weerbaarheid?
Onlangs was ik op bezoek bij de Nationale Weerbaarheidstraining. Dat is een training voor mannen en vrouwen tussen de 18 en de 55 jaar oud, die zich in geval van calamiteiten en nood willen inzetten voor de verdediging, of weerbaarheid in brede zin, van de samenleving. Studenten kunnen in sommige gevallen studiepunten krijgen, alle deelnemers krijgen een basissalaris. Daarvoor geven ze wel 10 weken van hun dagelijks leven op, ook een enkel weekend ben je weg van familie of gezin, vrienden en collega’s. De training is erg geliefd: in het weekend dat ik er was om iets te vertellen over geestelijke verzorging waren er ongeveer 200 deelnemers, en dat is niet de enige opkomst dit jaar. Het voorziet dus duidelijk in een behoefte onder de bevolking om ‘iets te kunnen doen’ in de huidige situatie van toenemende dreiging. Ook voor defensie is het een attractieve cursus: in een situatie van groeiende personeelsvraag is het een manier om mensen te werven als beroeps- of reserve-militair, of als burgermedewerker.
De training is in feite een militaire basistraining. Je krijgt een uniform en leert marcheren, je leert basale overlevingstechnieken en herkennen van explosieven, je leert iets over militair recht en protocollen, en je krijgt dus ook iets over geestelijke verzorging en het belang van zelfzorg. Wat voor veel mensen in de individuele samenleving een eyeopener is, is de ervaring van het belang van samenwerking en groepsgevoel. Je wordt echt even, zoals gebruikelijk in de militaire wereld, even over je fysieke, persoonlijke, en soms ook morele grenzen geduwd en geconfronteerd met jezelf. Ook dat is in onze comfort-samenleving iets wat niet meer zo vaak ervaren wordt. Tenslotte: je leert ook omgaan met een wapen en staat onder militaire tucht. Het is dus niet zomaar een cursus, je wordt wel een beginnend militair. Of je er daarna bij defensie mee verder gaat is aan jou. Het is allemaal geheel vrijwillig, zeker zolang de dienstplicht niet opnieuw wordt geactiveerd.
Weerbaarheid als militair begrip
Dat de Weerbaarheidstraining een militaire basiscursus is, daar ben ik wel kritisch op. Weerbaarheid suggereert een breder begrip dan militair alleen. En het is een begrip dat niet alleen door militaire vaardigheden kan worden ingevuld en ingeoefend. Weerbaarheid hebben we in Nederland ook nodig op het gebied van maatschappelijke saamhorigheid en samenhang. Weerbaarheid is ook nodig op energiegebied, waar we discussiëren over afhankelijkheid en autonomie van energiebronnen. Weerbaarheid is er nodig in de zorgsector, waar flink op financieel en personeel gebied geïnvesteerd moet worden. Weerbaarheid is er nodig in het onderwijs, om jonge mensen op te voeden en democratische waarden bij te brengen. Weerbaarheid is nodig in een stabiele en ecologisch houdbare voedselketen én op klimaatgebied. En jazeker, weerbaarheid betekent ook dat onze defensie op orde is en dat de veiligheidsdiensten en de politie hun werk goed kunnen doen. Dat het begrip ‘weerbaarheid’ nu geclaimd is door defensie is in mijn ogen een onwenselijke vernauwing die suggereert dat militaire vaardigheden de oplossing bieden.
Weerbaarheid suggereert een breder begrip dan militair alleen
Het gemeenschappelijk goede
Het begrip ‘weerbaarheid’ verwijst zo bekeken naar wat in de katholieke sociale leer het ‘bonum commune’ heet, het gemeenschappelijk goede. Dat begrip maakt duidelijk dat er in elke samenleving waarden, gebruiken, instituties zijn die aan elk lid van de gemeenschap, zonder onderscheid, ten goede (zouden moeten) komen. Daarbij gaat het om hele zichtbare dingen als riolering en wegen. Het gaat om minder grijpbare dingen als onderwijs en zorg, maar het gaat ook om abstracte waarden als rechtsstaat, democratie en veiligheid. Hoe sterker dit soort aspecten van het algemeen goede zijn, hoe weerbaarder de samenleving is, zouden we kunnen zeggen. Het zorgt er immers voor dat de samenleving bestaat uit gezonde, geïnformeerde, gewaardeerde leden en daarin is het prettig wonen – en dat wil je verdedigen. Maar het bijzondere is dat het bonum commune niet alleen wat biedt, maar ook wat vraagt van de burgers. We dienen ons zelf ook in te zetten om scholing, zorg, recht, democratie en veiligheid te kunnen realiseren. Dus hoe meer we ons hiervoor inzetten, hoe groter het gezamenlijk goede wordt waar we weer met elkaar van kunnen profiteren.
Hoe meer we ons hiervoor inzetten, hoe groter het gezamenlijk goede wordt
Meer professionele vrijwilligers
Daarom ben ik er een voorstander van dat de nationale weerbaarheidstraining wordt verbreed. Waarom zouden we mensen niet 10 weken lang, voor een basissalaris, vrijwillig laten kennismaken met verschillende aspecten van maatschappelijke weerbaarheid? We zouden ze een soortgelijke training kunnen aanbieden bij de politie en de brandweer, bij de kustwacht en de reddingsbrigade, bij zorginstellingen en het Rode Kruis. En zo zijn er misschien nog wel meer organisaties met een mix van vrijwilligers en professionals, of professionele vrijwilligers, die in geval van calamiteiten snel kunnen uitrukken, de eerste nood kunnen lenigen, en de tijd kunnen overbruggen totdat de echte hulp op gang komt. Dit zijn organisaties die ook nu al staan te springen om vrijwilligers, dus die kunnen best wat meer maatschappelijke erkenning en waardering gebruiken. Bijvoorbeeld door elke achttienjarige bij de brief van de dienstplicht niet alleen op defensie, maar ook op deze mogelijkheden te wijzen. In Duitsland bestaat er al zoiets met het Freiwilliges Soziales Jahr.
Bronnen van troost en hoop
Er bestaat ook zoiets als geestelijke weerbaarheid. Daaronder zouden we kunnen verstaan dat we ons voorbereiden zodat we onze bronnen van troost en hoop paraat hebben. Dat we duidelijk voor ogen hebben wat goed en wat kwaad is om te doen. Hoe we in tijden van geweld menselijkheid bewaren en het ideaal van vrede voor ogen blijven houden. En hoe we gemeenschap kunnen behouden in tijden van grote maatschappelijke spanningen. Dit zijn allemaal vragen die we niet zo gemakkelijk door politiek, defensie of bedrijven kunnen laten beantwoorden. Het zijn in brede zin geestelijke vragen die moeilijk te beantwoorden zijn en waar we met elkaar ook een gesprek over moeten voeren. Maar ze zijn wel ontzettend belangrijk, want zonder gedeelde antwoorden op deze vragen slaan teleurstelling, wanhoop en polarisatie snel toe. En als we het dan hebben over weerbaarheid: in een dergelijke situatie heeft ‘de vijand’ (en we weten allemaal welke rijken op de huidige wereld onze samenlevingen omver willen werpen) vrij spel. Bij het beantwoorden van deze vragen zie ik daarom een belangrijke rol voor de levensbeschouwelijke instellingen – de kerken in het bijzonder.
Er bestaat ook zoiets als geestelijke weerbaarheid
De rooms-katholieke brief
De afgelopen maand hebben zowel de katholieke kerk als de protestantse kerken van zich laten horen op dit terrein. De rooms-katholieke bisschoppen schreven een brief met de titel Vrede en gerechtigheid: Houvast in onzekere tijden. Dat laat al zien dat ze een meer spirituele, pastorale brief schreven. Ze wijzen op de traditionele visie dat vrede en gerechtigheid met elkaar samenhangen. Daarmee wijzen ze op een begrip van vrede dat breder is dan afschrikking en de tegenstander verslaan en dat wijst op een toekomst in verbinding met vroegere tegenstanders. Om dat bredere concept van vrede te verdedigen mag er best geweld worden gebruikt, mits beperkt en als laatste redmiddel, overeenkomstig het internationaal recht. Maar het beste is te werken aan het afbouwen van de wapenarsenalen en het opbouwen van vertrouwen tussen de volken. Dat is ook een spirituele oproep, want het vraagt van mensen, samenlevingen en politici niet te bouwen op eigen kracht, maar uiteindelijk op de vrede die God ons beloofd heeft. Dat geloof ontslaat ons echter niet van de verplichting om ons actief in te zetten voor vredesopbouw en rechtvaardige samenlevingen.
De protestantse handreiking
Het document van de protestantse kerken is meer praktisch van aard en geeft handreikingen over hoe de lokale geloofsgemeenschappen kunnen bijdragen aan de maatschappelijke weerbaarheid in tijden van crisis. De handreiking bevat drie niveaus, waarbij het eerste ‘bewustzijn’ is. We moeten eerst maar eens in gesprek komen over wat ons als samenleving te wachten staat en hoe we daarop willen reageren. Zien we allemaal dezelfde bedreiging en wat hebben we in huis? Wat hebben we nodig om in die situatie de taak van de kerk te vervullen? Het tweede niveau is ‘weerbaarheid’. Hier wijzen de kerken op de verbindende functie die kerken hebben in de eigen gemeenschap en met andere geloofsgemeenschappen, maar ook met andere maatschappelijke organisaties en de overheid. Het is de moeite waard om deze contacten op te poetsen en eens over de gewenste en mogelijke bijdrage in geval van nood te spreken (of daarop te oefenen). Het derde niveau is ‘veerkracht’ en daarbij wordt gewezen op het bieden van concrete pastorale en spirituele steun en begeleiding in geval van een crisis, al is het maar door een kaarsje op te kunnen steken.
Kortom, ook de kerken hebben een rol in de weerbaarheid van de samenleving. Sterker nog, de kerken leveren met hun missie een bijdrage aan het bonum commune en zijn er onderdeel van. En ook hier geldt: hoe meer je je ervoor inzet, hoe meer je ervoor terugkrijgt. Dus wat mij betreft gaan we de boer op met de boodschap dat geestelijke weerbaarheid een belangrijk onderdeel is van de weerbaarheid van de samenleving. Logisch gevolg zou zijn dat als die bredere opvatting van weerbaarheid erdoor komt, en dat als er meer organisaties dan defensie alleen ter keuze staan, dat de kerken op die keuzelijst terechtkomen. Ik ben benieuwd welke creatieve ontwikkelingen er dan gaan ontstaan!

Erik Sengers is theoloog, krijgsmachtaalmoezenier en diaken van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Hij promoveerde in de sociologie van religie én in de kerkgeschiedenis en is als hoogleraar Chaplaincy Studies in the Military verbonden aan Tilburg University. In zijn werk reflecteert hij op de rol van zingeving, religie en publieke verantwoordelijkheid, met bijzondere aandacht voor dienstbaarheid en het gemeenschappelijk goede.