Vandaag, de tweede zondag na Trinitatis en de derde na Pinksteren, in de periode van de heilige Geest, lezen we bij Marcus dat Jezus thuiskwam en dat de menigte daar weer samenkwam, zodat het hun volstrekt onmogelijk was om brood te eten. Zijn verwanten, toen zij dit hoorden, gingen eropuit om Hem in bedwang te houden, want ze zeiden dat Hij niet bij zinnen was. De schriftgeleerden, afgedaald vanuit Jeruzalem, zeiden ‘dat Hij Beëlzebul had’, en door de aanvoerder der demonen de demonen uitdreef. Jezus zegt dan tot hen ‘in gelijkenissen’ (Gr.: en parabolais): ‘Hoe kan satan satan uitdrijven?’ Zoals
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden