Menu

None

Evans – Inspired

Dit is een fragment uit het laatste deel van de inleiding

Oudtestamenticus Peter Enns, die ik als mijn mentor en vriend beschouw, heeft me aangemoedigd om de Schrift met nieuwe vragen te benaderen, zoals: ‘Wat als de Bijbel gewoon goed is zoals hij is? … Niet de nette alles-is-in-orde versie die wij creëren, maar de rommelige, ongemakkelijke, rare, oeroude Bijbel die we eigenlijk hebben?’ (Peter Enns, Omdat de Bijbel het zegt. Barneveld: Plateau, 2017, p. 20)

Dankzij deze vragen werd mijn grip op de tekst losser en mocht ik van de Bijbel houden zoals de Bijbel is, niet zoals ik wil dat de Bijbel zou zijn. En weet je wat daar zo verrassend aan is? Wanneer je stopt met je pogingen om de Bijbel te maken tot iets wat het niet is – statisch, scherpzinnig, vaststaand, absoluut – dan ben je vrij om te genieten van wat het wel is: levend, ademend, verwarrend, wonderbaarlijk en ja, misschien zelfs magisch. De oude rabbijnen vergeleken de Schrift met een paleis, levendig en bruisend, vol grote zalen, eetkamers, geheime gangen en gesloten deuren. […]

Met dit boek wil ik weer wat van die bijbelse magie vangen, maar op een manier die de tekst respecteert om wat die is: oud, ingewikkeld, omstreden en slordig, zowel universeel relevant als ontsproten aan een bepaalde context en cultuur. Ik schrijf het met twee lezersgroepen in gedachten. Ten eerste degenen die net als ik een conservatief- christelijke achtergrond hebben en proberen om te gaan met de enorme kloof tussen de Schrift zoals ze die hebben leren kennen en de Schrift zoals die in werkelijkheid is. En ten tweede degenen die zich net als ik hebben aangesloten bij een progressief kerkgenootschap en dolgraag meer willen weten over de achtergrond, betekenis en relevantie van de teksten die ze elke week in de kerk te horen krijgen. Ik hoop dat ik kan laten zien dat de Bijbel boeiend en waar kan zijn wanneer je het boek op zijn eigen voorwaarden aanvaardt en zowel het strikte literalisme als het veilige, afstandelijke liberalisme vermijdt.

Ik heb dit boek gestructureerd rond diverse bijbelse genres waarbij ik korte, creatieve hervertellingen van vertrouwde bijbelverhalen (‘De tempel’, ‘De bron’, ‘De muren’, enzovoort) afwissel met diepgravender verkenningen van deze genres (‘Oorsprongsverhalen’, ‘Verlossingsverhalen, ‘Oorlogsverhalen’, enzovoort). Het geheel is verweven met bespiegelingen uit mijn eigen leven en uitnodigingen aan de lezers om na te denken over hoe hun verhalen raken aan die in de Bijbel.

Ik schrijf dit boek niet als wetenschapper, maar als een verhalenverteller en literatuurliefhebber die gelooft dat het inzicht in het genre van een bepaalde tekst de eerste stap is om de betekenis ervan te doorgronden. Ik kijk naar de Bijbel als een verzameling verhalen waarvan we pas echt iets kunnen leren als we begrijpen met welk doel ze zijn geschreven. Voor de wetenschappelijke onderbouwing ontleen ik veel aan het werk van Peter Enns en de publicaties van Walter Brueggemann, Ellen Davis, Delores Williams, Nyasha Junior, Amy-Jill Levine, Soong-Chan Rah, J.R. Daniel Kirk, Scot McKnight, Glenn R. Paauw en N.T. Wright. Ik ben dankbaarder dan ooit voor de gewetensvolle bijdragen van deze medepelgrims.

De Bijbel noemt de heilige Schrift nergens ‘magisch’, wat begrijpelijk is, omdat die term in de oudheid een nog sterkere occulte bijklank had dan tegenwoordig

Een memoireschrijver die een boek over de Bijbel schrijft – het lijkt misschien een hachelijke onderneming, maar iedereen die net zoveel van de Bijbel heeft gehouden als ik, die liefde is kwijtgeraakt en weer heeft teruggevonden, weet dat de relatie met de Bijbel net zo reëel en ingewikkeld kan zijn als een relatie met een familielid of een goede vriend. Of ik het nu leuk vind of niet, mijn verhaal is onlosmakelijk verbonden met de verhalen in de Schrift, tot en met mijn voornaam. In plaats van te proberen de draden van mijn leven los te trekken van de draden van de heilige tekst, hoop ik beter te begrijpen hoe ze met elkaar zijn verknoopt. En misschien lukt het zelfs om ver genoeg achteruit te lopen om een wandkleed te zien verschijnen.

De Bijbel noemt de heilige Schrift nergens ‘magisch’, wat begrijpelijk is, omdat die term in de oudheid een nog sterkere occulte bijklank had dan tegenwoordig. In plaats daarvan verklaart de auteur van 2 Timoteüs 3:16: ‘Alles wat de Schrift zegt is door God geïnspireerd.’ De schrijver heeft hier een nieuw woord gecreëerd – theopneustos – een combinatie van het Griekse theo, dat ‘god’ betekent, en pneo, dat ‘uitademen’ of ‘blazen’ betekent. Het woord inspiratie is geworteld in het idee van goddelijke ademhaling, het eeuwige ritme van inademen en uitademen, verzamelen en loslaten. In het Evangelie naar Johannes wordt Gods adem beschreven als een wind die waait waarheen hij wil. ‘Je hoort zijn geluid’, zegt de tekst, ‘maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat’ (Joh. 3:8). Het is de onzichtbare kracht van wind in zeilen, de wonderbaarlijke chemie tussen zuurstof en kooltjes. Ook al doe je nog zo je best, je kunt hem niet waarnemen en volgen.

Inspiratie is beter dan magie. Want zoals elke artiest je kan vertellen, is ware inspiratie geen kwestie van geluk of betovering, maar een kwestie van trouwe volharding – door de schrijver die elke ochtend achter haar toetsenbord gaat zitten, ook als ze doodmoe is, door de gitarist wiens vingers bloeden na urenlang oefenen, door de danser die eerst de basispassen moet leren voordat ze kan improviseren. Inspiratie is geen kwestie van een immateriële, etherische stem die woorden of zinnen dicteert aan een passieve ontvanger. Het is een samenwerkingsproces, een heilig geven en nemen, een partnerschap tussen Schepper en schepper.

Ook al zien christenen de Bijbel als de enige openbaring en autoriteit voor hun geloof, er is geen enkele reden om te denken dat de vele auteurs ervan immuun waren voor fouten, ver- en herschrijvingen en perioden van opgedroogde creativiteit. Verder mogen wij als lezer niet verwachten dat we ons na elke ontmoeting met de tekst vreugdevol verwonderd en verlicht voelen. Inspiratie vergt oefening en geduld, zowel aan de gevende als aan de ontvangende kant. Het houdt in dat je komt opdraven, al heb je geen zin, en zelfs als er niemand anders lijkt te zijn. Het betekent dat je wacht totdat de wind opsteekt.

God ademt nog steeds. De Bijbel is geïnspireerd en inspireert. Het is onze taak om de zeilen te hijsen en de kooltjes bijeen te garen, te discussiëren en te debatteren, en net als het bijbelse personage Jakob te worstelen met het mysterie totdat God ons zegent.

Als je nieuwsgierig bent, zul je tijdens het lezen van de tekst altijd iets leren. Als je volhardt, zou je zelfs geïnspireerd kunnen worden.

Rachel Held Evans (1981-2019) was een van de populairste christelijke auteurs in de VS en een invloedrijke stem onder christenen.


Rachel Held Evans, Inspired. Bijbelse verhalen voor gelovigen en zoekers. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 240 pp. € 22,99. ISBN 9789043543453

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken