INLEIDING De kortste van Paulus' brieven werd geschreven ten gunste van een weggelopen slaaf van Filémon, een zekere Onésimus. De apostel verzoekt op een vriendelijke en bewogen manier deze slaaf, die door de prediking tot bekering kwam, weer in liefde te ontvangen. Aan het slot wordt de hoop uitgesproken ook persoonlijk Filémon spoedig te mogen ontmoeten (vs 22). De brief werd in gevangenschap geschreven en dateert uit dezelfde tijd als de brieven aan de Efezieërs, de Filippenzen en de Kolossenzen, dwz. 61 of 62 n. Chr. Hoewel dit schrijven dus tot de zgn. gevangenschapsbrieven moet worden gerekend en niet tot
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden
Redactie Tekst voor Tekst