Menu

Basis

God, Maria of Haruki Murakami?

All roads lead to Rome

Door gezondheidsproblemen was Frank van de Winkel maanden van de kaart. Toch wist hij zich mentaal goed door de ziektekperiode heen te slaan, dankzij verschillende ‘zingevers’: God, Maria, klassieke muziek en de schrijver Haruki Murakami. Maar welke ‘zingever’ stond nou eigenlijk op één, vraagt Frank zich in deze persoonlijke reflectie af. Bestaat er zoiets als een ‘zingevershiërarchie’ en moet God altijd bovenaan staan?   

In juli werd ik ziek. ’s Nachts moest ik tot vijf keer opstaan om naar het toilet te gaan. Overdag was ik doodmoe, met maagoprispingen als kers op de taart. Meer wel dan niet voelde ik me misselijk, maar met buikpijn had het niets te maken. Daarbij deden zich dipjes voor. Een te lage bloedsuikerwaarde? Ik heb namelijk reactieve hypoglycemie en moet om die reden zowat om de tweeënhalf uur trage koolhydraten eten tot ik ga slapen. Gebeurt dat niet, dan voel ik me moe en krachteloos. Als ik niet tijdig ingrijp, word ik doodmoe, raak ik uitgeput en moet ik uren op de bank bekomen omdat de brandstoftank leeg is.

Bij elk nieuw bezoek aan de huisarts, over een tijdsspanne van vier maanden, piekerde de man zich suf. Voor het veelvuldige wc-bezoek ’s nachts bleef hij een verklaring schuldig. Mijn bloedwaarden bleken goed: geen prostaatkanker dus. En de kans op slaapapneu was klein, want dat had een onderzoek negen jaar geleden reeds uitgewezen. Ik deed de test opnieuw en die bevestigde het rapport: lichte slaapapneu, een verstoorde slaap dus, maar niet wereldschokkend slecht. Wat was er toch aan de hand?

Alsof ik net een marathon had gelopen

Zou het psychosomatisch zijn? De arts vroeg het voorzichtig. Ben je zenuwachtig omdat je vreest dat je de inleverdatum voor je nieuwe boek zult missen? Ik dacht van niet. Na negen boeken heb ik die stress toch wel onder de knie? Maar hij meende signalen te zien en te horen. Was ik uitgeblust? Een dokter van wacht was de mening toegedaan dat ik wel ‘heel erg in mijn hoofd leefde’. Hoezo? Ik wandel veel en kan, omdat ik thuis op zelfstandige basis werk, mijn leven indelen en leiden zoals ik dat wil. Ik ben dus zo vrij als een vogel. Onderhuidse stress, zou het?

Een maand of vier sleepten de problemen voort. Dag in, dag uit. Van het ene op het andere moment ging mijn kaars uit en ging ik op de bank rusten of slapen, soms uren per dag. Nochtans bleef ik ’s nachts meestal goed slapen, zoals voorheen. Toch stond ik vaak doodmoe op, alsof ik net een marathon gelopen had. Ik durfde nauwelijks nog de deur uit en moest af en toe in allerijl naar huis terugkeren, zelfs bij kerkbezoek.

Ik heb geen partner maar leef samen met mijn zestienjarige dochter. Ze heeft in mijn ziekteperiode geen dag doorgebracht zonder dat ik haar een warme maaltijd heb voorgeschoteld. Ik hield het huis aan de kant, deed de was en de plas. Soms met moeite, maar het lukte.

Sterker dan tropisch hardhout

Nooit was ik in paniek. Er was nooit sprake van pijn of ziekte – dan moet je zeker niet te kleinzerig doen. Problemen pak je gewoon routineus aan, zeker wanneer je weet dat het na een dip altijd weer goed komt. Toch gingen er tientallen dagen voorbij zonder beterschap, zonder diagnose, zonder oplossing. Er was, kortom, geen perspectief. Maar ik besefte dat ik te allen tijde best rustig bleef en van moment tot moment leefde. Ik nam het leven zoals het kwam. Niet uit fatalisme, maar om geen energie aan negativiteit te verliezen. Ik bleef optimistisch. Bovendien: mijn dochter heeft me nodig (denk je als ouder graag). Ik rekende op mijn innerlijke kracht, op haar en op enkele naasten. En ik wilde elke dag blijven stappen. Dat lukte. Een mens is sterker dan tropisch hardhout.

Buiten de kerk bad ik weinig

‘Hielp je geloof in God niet?’ hoor ik u voorzichtig opwerpen, ‘want je zegt dat je naar de kerk gaat.’ Hm. Ja. Ik bad tijdens mijn ziekte weleens, zeker in de kerk, maar daarbuiten weinig. Waarom? Dat is me tot vandaag een raadsel. Weet ik niet hoe je bid? Wilde ik het niet? Wilde ik de regie over mijn leven houden en me niet afhankelijk maken, zelfs niet van Hem? Is God voor mij iets anders dan Eerste Hulp bij Ongevallen? Of denk ik dat ik gelovig ben, maar ben ik het eigenlijk niet? Is God voor mij een te abstract idee, waarmee ik in de praktijk weinig kan?

Een heel warm dekentje

Honderd meter verderop, in mijn steil oplopende straat, bevindt zich een Onze Lieve Vrouwe-kapel. Door de goede zorgen van de vijfentachtigjarige buurvrouw Julia brandt er dikwijls een kaars. Tijdens wandelingen kom ik er voorbij, meestal wanneer ik weer op huis afsteven, zeker ’s avonds laat, in het pikkedonker. In Vlaanderen kun je haast nergens binnenkijken: daar zijn bewoners als de dood voor. Maar in de Mariakapel kun je de klok rond een blik werpen, zo gastvrij is ze. Ze lijkt je zelfs op te wachten. Ik kijk dan naar haar beeld en naar het kaarsvlammetje en bid even. Een bedanking, een vraag om me te inspireren om het goede en juiste te doen. Het is alsof Maria me bij het begin van een wandeling verzekert dat ze over me waakt en dat ze knipogend tegen het einde zegt dat ze haar belofte heeft gehouden en me nog een fijne dag toewenst. Ik ben een eenvoudige ziel, meer kan en mag ik van haar niet verwachten. Maria biedt een heel warm dekentje.

Erbarme dich, mein Gott

Op God deed ik tijdens mijn ziekte dus zelden een beroep en van Maria had ik het gevoel dat ze elke dag paraat is, me zegent en over me waakt. Dat bood troost. Nog meer balsem voor de ziel haal ik uit klassieke muziek en jazz. Hier net naast Brussel kun je op de radio zowel de Vlaamse klassieke zender Klara als de Franstalige evenknie ervan beluisteren: Musiq 3. Ik laat de klanken tot in mijn poriën doordringen. Bachs Erbarme dich, mein Gott, Gershwins Rhapsody in Blue, Schuberts Winterreise. Polyfonie of gregoriaans: heilige momenten om het mysterie van het mens-zijn en het goddelijke te voelen. Een hulpbron.

Literaire kaviaar

Maar laat ik mijn grootste geheim verklappen: wie mijn grootste hulpbron bleek te zijn. Mijn redder, mijn steun in bange dagen, mijn leidsman, de man die me met het leven verzoent. Hij deed het al eens in 2022, toen ik meer dan drieëntwintig uur per dag alleen in mijn woonkamer verbleef. Mijn matras lag toen voor de bank en ik kon me door een hernia moeilijk bewegen. Je wordt zo langzaam gek van de eenzaamheid en de effecten van zware geneesmiddelen, maar hij verhinderde dat.

Tja, het had ook een zij kunnen zijn: Marguerite Yourcenar of Chimamanda Ngozi Adichie, maar hij is nog een tikje dwingender. Hij heet Haruki Murakami en is een Japanse schrijver, vooral van fictie. Op 12 januari werd hij alweer 76 jaar.

Tijdens mijn ziekte van de voorbije maanden kon ik niet werken, maar op sommige tijdstippen wel lezen, zij het met pauzes. Ik heb van Murakami’s vijfentwintigtal vertaalde boeken er toen een stuk of twintig opnieuw gelezen, meestal in het Nederlands en een paar in het Duits. Het ene na het andere. Heerlijk, deze literaire kaviaar. Ik houd hartstochtelijk van de mens en schrijver Murakami. Hij is bescheiden, leeft teruggetrokken, is introvert, haat interviews, is nochtans de beleefdheid en voorkomendheid zelve, en doet koppig en met een onvoorstelbare hardnekkigheid zijn ding: elke dag een paar uur schrijven, vanaf een uur of vijf ’s morgens. Als het kan, gaat hij daarna sporten (vooral hardlopen) en ‘s avonds in het gezelschap van zijn vrouw laat hij de tijd verglijden door te lezen of naar muziek te luisteren.

Een atypisch Japans levenspad

Murakami en zijn vrouw Yoko Takahashi verkozen een atypisch Japans levenspad: ze trouwden nog voor hij aan de universiteit was afgestudeerd en ze openden als prille twintigers zonder veel zakelijke voorkennis en geld een jazz-bar. De man is namelijk gek van jazz. (In maart verschijnt bij Atlas Contact een boek van zijn hand met als titel Jazzportretten.) Slechts met de allergrootste moeite ging de jazz-bar niet financieel kopje-onder, al ging het de uitbaters uiteindelijk, na enkele jaren, wel voor de wind.

In 1978 kreeg Murakami tijdens een honkbalwedstrijd die hij bijwoonde het idee dat hij eens een verhaal wilde schrijven. Dat deed hij toen hij ’s nachts van zijn jazzbar thuiskwam. Hij won er een debuutprijs mee. En toen was het hek van de dam: hij had zijn roeping gevonden. Hij zwoer de sigaretten en het nachtleven af, begon iets na vier uur op te staan in plaats van te gaan slapen, begon te hardlopen (marathons en later triatlons) en werd een wereldwijd gerespecteerd schrijver met een volstrekt eigen stem. Het echtpaar woonde trouwens een tijd in de Verenigde Staten, Italië en Griekenland. Ze kijken graag over het muurtje. Toch laat Murakami haast al zijn verhalen in Japan plaatsvinden.

De schrijver zette de traditionele Japanse literatuur midden de jaren tachtig op zijn kop met verhalen over levens van eenentwintigste-eeuwse mensen, hoewel die eeuw nog moest beginnen. Dikwijls kiest hij oudere tieners en twintigers als personages, al passeren alle leeftijden de revue. Ze maken turbulente tijden mee en leggen hun zielenroerselen onder de loep – tot groot jolijt van miljoenen (jonge) lezers in Japan en daarbuiten. Murakami verkocht wereldwijd al tientallen miljoenen boeken in meer dan vijftig talen. En dat met echte literatuur – niet met sentimenteel gezwets, clichés en happy endings. De verhalen van Murikami gaan over buitenstaanders, over breekbare mensen die koppig en volhardend hun eigen weg gaan, zoals hun innerlijke kompas die aanwijst.

Blokje om

Omdat mijn bloeddruk een paar keer heel hoog bleek, moest ik maar eens een bloeddrukverlager nemen, zei de arts uiteindelijk. En zowaar, dat leek te helpen. En ging ik niet beter opnieuw bij de fysiotherapeut langs, bedacht ik. Misschien dat mijn lage-rughernia en nekproblemen van de voorbije jaren opspeelden en mijn moeheid mede veroorzaakten? Ook die wekelijkse nek- en schoudermassages van de fysio leken zoden aan de dijk te zetten. Zou ik ook niet beter wat meer stappen? Al jaren doe ik dat zo’n uur per dag, zowat zes- tot achtduizend stappen. Voortaan zou ik er minstens tienduizend proberen te zetten: een fikse staptocht ’s middags en een blokje om net voor het slapen gaan. Ook dat leek mijn lichaam te verwelkomen en zelfs te herbronnen.

Intussen waren we voorbij half november. Ik sloeg de slotbladzijde van Murakami’s laatste boek De stad en zijn onvaste muren dicht, stond opnieuw versteld van zijn zoveelste verrukkelijke meesterproef, prees me oeverloos gelukkig en besefte dat het er alle schijn van had dat ik genezen was.

Meerdere wegen naar Rome

Op het ene moment in mijn ziekteperiode leunde ik meer op God, op het andere meer op Maria. Soms ervoer ik troost in de klassieke muziek, op andere momenten weer in Murakami’s literatuur. Is het nodig om te kiezen? Bestaat er een zingevershiërarchie wanneer je gelovig bent en moet God altijd bovenaan komen te staan?

Dat was niet mijn ervaring. Elke dag legde ik graag opnieuw een puzzel met al die zingevers, waarbij ik de stukjes in elkaar bleef schuiven tot ze voor die dag op de juiste plaats vielen. Ik ervoer de stukjes als gelijkwaardig: ze symboliseerden ieder een dimensie van mijn mens-zijn die ik allemaal broodnodig had. En het geheel was meer dan de optelsom van de delen. Ik prijs me gelukkig dat er zoveel zingevers zijn die me inspireren!

Maar doe ik God te kort door Hem niet altijd bovenaan te zetten? Is Hij zodanig vanzelfsprekend geworden dat ik Hem onrecht aandoe, door Hem als een van meerdere zingevers te beschouwen? Is Hem relativeren ongehoord en zelfs godslasterlijk? Ik moet wel even slikken terwijl ik dit schrijf. Misschien doe ik Hem vanuit een theologisch oogpunt bekeken onrecht aan, maar het is mijn ervaring dat er meerdere wegen naar Rome leiden. En dat Hij misschien wel op een bepaalde manier in al deze wegen aanwezig is.

Frank Van de Winkel is journalist, schrijver en kerkganger.

Wellicht ook interessant

Dorenkroon als symbool van veertigdagentijd
Dorenkroon als symbool van veertigdagentijd
None

Boekentips voor in de veertigdagentijd

De veertigdagentijd is een periode van bezinning, vasten en spiritualiteit, waarin veel mensen bewust stilstaan bij hun innerlijke groei en geloofsbeleving. Het is een tijd van inkeer, voorbereiding en verdieping, waarin boeken een waardevolle bron van inspiratie kunnen zijn. In deze lijst van negen boeken vind je werken die je helpen om stil te staan bij de essentie van vasten, de kracht van bezinning en de spirituele reis die deze periode met zich meebrengt. Of je nu op zoek bent naar theologische inzichten, praktische begeleiding of meditatieve teksten, deze boeken bieden houvast en inspiratie voor een betekenisvolle veertigdagentijd.

Rood Kruis
Rood Kruis
None

Hebben goede voornemens zin in een onvoorspelbare wereld? 

Piekeren over werk, relaties, familie – we doen het allemaal. Heeft mijn leven zin? Doe ik het juiste werk? Ben ik er wel voor mijn vrienden? Waar geloof ik in? Soms voelen we ons eenzaam, vinden we onze richting niet en blijven we in rondjes draaien. Maar dat hoeven we niet alleen te doen. Onze zingevingsexpert Mathieu van Kooten draait sinds deze week vanuit het klooster Nieuw Sion een rondje met je mee. In deze maandelijkse column beantwoordt hij de ‘grote vragen’ waar veel lezers mee rondlopen. Deze week de vraag: ‘Hebben goede voornemens zin in een onvoorspelbare wereld?’

Nieuwe boeken