Menu

None

Goed levenseinde is meer dan regels volgen

Er is een mens gestorven. Een oudere dame, die al decennialang depressief was. Alles wat ik van haar weet, weet ik uit de krant (Trouw, 18 april). Een arts van de Levenseindekliniek heeft haar geassisteerd bij het sterven. De Regionale Toetsingscommissie Euthanasie heeft de dokter een onvoldoende gegeven voor zijn optreden. Daar ben ik niet gelukkig mee. Niet vanwege mevrouw, maar ook niet omdat het oordeel van de commissie van procedurele aard is. Inhoudelijke overwegingen spelen geen rol.
De casuïstiek over het zelfgekozen levenseinde buitelt over ons heen. Het is bijna niet meer te volgen. Sinds maart 2012 bestaat de Levenseindekliniek. Daar kunnen mensen terecht die willen sterven, maar bij hun eigen arts geen gehoor vinden. Is er een verband tussen de openstelling van de kliniek en de gevallen van een vrijwillig levenseinde in de kolommen van kranten en de debatprogramma’s op televisie? Dat verband is er, maar om te kunnen bepalen op welke wijze precies is nader onderzoek nodig.
Complexe problematiek
Twee dingen kun je wel vaststellen. Bij de mensen die zich wenden tot de kliniek is sprake van complexe problematiek. Het kan dan ook niet verbazen dat hun overlijdensberichten de media halen. Daarnaast heeft het bestaan van de kliniek een effect op de behandelend arts. Consultatie van het ambulante team van de kliniek kan een arts van opvatting doen veranderen en tot de overtuiging brengen dat hij toch kan ingaan op de euthanasievraag van zijn patiënt.
De Levenseindekliniek afficheert zich als een hulpverleningsinstantie. “Wij willen mensen zo goed mogelijk helpen. Elk individu is uniek”, stelt directeur Steven Pleiter. Wie heeft er geen waardering voor de ene mens die de ander bijstaat? Het middel waarmee de kliniek mensen helpt, is het aanbieden van de dood. In andere situaties van hulpverlening is er de mogelijkheid om achteraf na te vragen of de geboden hulp is bevallen. De Levenseindekliniek kan dat niet doen: degene die is geholpen, is overleden. Hoe weet je als dokter dan of jouw antwoord op dit ingewikkelde verzoek het juiste was?
Er speelt nog iets anders mee. De zorgverleners die bij de kliniek zijn aangesloten hebben weinig tijd om een relatie op te bouwen met degene die een doodsverlangen kent. Het risico dat een arts bij de beoordeling van de vraag iets over het hoofd ziet, is met de organisatie van de kliniek gegeven. Het feit dat mensen met een complexe euthanasiewens zich melden bij de kliniek, dat de hulpvrager zich achteraf niet kan uitspreken over de geboden hulp – hij is immers overleden −, en dat er nauwelijks een behandelrelatie kan worden aangegaan, zijn drie argumenten die een inhoudelijke evaluatie van twee jaar Levenseindekliniek noodzakelijk maken.
Smeerolie
Protocollen en richtlijnen lijken de smeerolie van onze samenleving te zijn geworden. Als de procedure maar netjes is gevolgd en de formulieren correct zijn ingevuld, is het akkoord. Het is een tendens in de zorg, in het onderwijs, in de politiek en ook in de euthanasiepraktijk. En dat is precies waaraan de huidige discussie over het levenseinde mank gaat. De vraag die wordt gesteld, is of de arts aan de zorgvuldigheidscriteria van de wet heeft voldaan en niet of we van mening zijn dat wat hij of zij deed ook het goede was. Er is bijvoorbeeld een onderwerp dat mij bezighoudt: “Wat vinden we er als samenleving van dat we bij een steeds bredere waaier aan existentiële problemen – levensmoeheid, depressiviteit, angst voor regieverlies – de dood presenteren als oplossing?” De leden van de teams van de Levenseindekliniek nodig ik uit om over deze kwestie van gedachten te wisselen.
Annemarieke van der Woude is geestelijk verzorger in een verpleeghuis en onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij publiceerde bij Uitgeverij Meinema het boek Het doodshemd heeft geen zakken. Nadenken over het levenseinde.

Wellicht ook interessant

None

Recensie over Luisteren. Klein kompas voor meer verbinding

“Luisteren. Klein kompas voor meer verbinding” van Ben de la Mar, Utrecht 2026 Met dit handzame boekje van 96 pagina’s biedt Ben de la Mar ons een praktisch kompas om alle potentie die in een luisterend gesprek opgeslagen ligt, te laten opbloeien. Dit kompas is de vrucht van een levenslange oefening in luisteren van de kant van de auteur en is een waar kleinood voor hulpverleners en geestelijke verzorg(st)ers, voor leken en professionals binnen het vrijwilligerswerk en in counseling en/of pastoraat. 

None

Recensie over Wat als we niet alleen zijn? Twintig verhalen over geloof en kosmos

Zo vaak verschijnt er geen boek van een theoloog waarin hij of zij spannende vragen stelt door middel van fictie in plaats van een theoretische uiteenzetting (al dan niet gelardeerd met wat praktijkvoorbeelden). Laat staan dat het om sciencefiction gaat. Alleen al om zijn creatieve invalshoek valt Ruben van Wingerden te prijzen. In Wat als we niet alleen zijn? denkt hij na over wat Christus’ verlossingswerk betekent voor (mogelijke) aliens en allerhande buitenaardse wezens – of hoe we ze ook noemen.

Nieuwe boeken