Kerk in onrustige politieke tijden
In wat voor tijd leven we…? Mensen zuchten wel, dat ze het nieuws niet meer kunnen zién, niet begríjpen, er geen raad mee weten. Als mens en burger niet, maar zeker ook als christen niet. Deze bijdrage probeert wat we meemaken uit elkaar te rafelen en te duiden.
Op 3 februari van dit jaar publiceerde NRC een artikel over de perikelen rond een nieuw AZC in Nieuw-Lekkerland. Het dorp heeft 9000 inwoners en kent een achttal protestantse kerkgenootschappen. Het is deel van een gemeente, waarin 16 van de 27 zetels in de gemeenteraad worden bezet door SGP, Christen Unie en CDA, aldus NRC, dat daaraan toevoegt: ‘Op lokale nieuwssites discussiëren inwoners over wat de Bijbel verlangt. Is het belangrijk naastenliefde te tonen of vraagt deze tijd juist om verzet tegen moslims om het christendom te beschermen?’
Ik vind de genoemde tweedeling tussen naastenliefde en bescherming van het christendom problematisch, maar wel herkenbaar op basis van wat ik zie in mijn omgeving en de media. Ik zet echter graag een stap terug om deze tweedeling beter te kunnen plaatsen, liever dan dat ik er meteen instap en de tegenstellingen alleen maar scherper maak of juist bagatelliseer omwille van de lieve vrede. Je kunt uit de Bijbel niet zomaar één perspectief halen voor naastenliefde of bescherming: er zijn onderling verschillende Bijbelboeken en er bestaan verschillende manieren om de Bijbel te lezen. In de genoemde discussies spelen bovendien ook allerlei sociale en politieke kwesties mee. Het lijkt me goed om dat een beetje uit te pellen.
Je kunt uit de Bijbel niet zomaar één perspectief halen voor naastenliefde of bescherming
Dat ik een stap terugzet, betekent niet dat ik geen standpunt heb. Ik zou het accent beslist bij naastenliefde leggen en ik heb bezwaar tegen de opvatting, dat een verdediging van het christendom vraagt om uitsluiting van moslims.
Ik plaats echter een kanttekening bij beide opvattingen. Aan de ene kant kun je uit het liefdesgebod alleen nog geen goede migratie-ethiek en politiek afleiden, of daarmee goede procedures voor de omgang met asielzoekers opstellen. Aan de andere kant wil ik in het oog houden, dat er bij tegenstanders van migratie oprechte zorgen kunnen leven om de sociale cohesie van gemeenschappen. Die zorg betreft misschien het christendom, maar evenzeer de zorg voor het eigen dorp of de eigen westerse cultuur, die dan met elkaar vereenzelvigd worden. Die vereenzelviging lijkt mij een probleem, omdat dorp of cultuur niet zomaar met het christendom geïdentificeerd kunnen worden.
Sociale cohesie
Zorg om sociale cohesie lijkt mij een terechte kwestie, omdat ze onder druk staat. Wij zijn komen te leven in wat wel een ‘superdiverse samenleving’ wordt genoemd, waaraan iedereen zich moet aanpassen, of het nu gaat om nieuwkomers of oud-ingezetenen. In de wijk waar mijn vrouw verpleegkundige is, zijn oude mensen hun buurt kwijt, die een aantal decennia geleden nog werd gekenmerkt door een zekere homogeniteit. Het was gemakkelijk om je in anderen te herkennen en mee te leven. Nu wordt de buurt in de waarneming van oude bewoners grotendeels bevolkt door jongens op fatbikes en mensen van een niet-westerse afkomst, die sociaal niet meedoen. Er schuilt wel wat vertekenende nostalgie in die kijk op de zaak, maar dat de wijk grote problemen kent, hoef je niet te verdoezelen. Dat oud-ingezetenen zelf ook bij het probleem horen evenmin. Verpleegkundigen met een hoofddoek, die in Nederland geboren en getogen zijn, lopen voortdurend tegen vooroordelen op en zijn bij cliënten soms alleen maar welkom, omdat er anders niemand komt. Terwijl ze komen om te verzorgen en te verplegen. De sociale cohesie van gemeenschappen, wil ik maar zeggen, vraagt iets van ons en moeten we met elkaar tot stand brengen, en is niet iets dat we al hebben en moeten houden door anderen te weren.
De sociale cohesie vráágt iets van ons en moeten we met elkáár tot stand brengen
De verworvenheden van het Westen
Wat op dorpsniveau speelt, speelt op een soortgelijke manier ook op mondiaal niveau. Wij kunnen van de eigen westerse cultuur een mooi beeld schetsen. Mede op basis van het christelijk verleden werden in het Westen de rechtsstaat en de democratie gevestigd, waarin individuele vrijheid werd beschermd en de menselijke waardigheid van groot belang werd geacht. Die westerse verworvenheden (zo wil ik ze toch noemen) werden echter beslist niet door alle kerken en gelovigen omarmd. Lhbtiq+, euthanasie en individuele vrijheid werden en worden bijvoorbeeld in behoudende christelijke kringen onder kritiek gesteld of afgewezen. Het positieve beeld van het Westen werd echter ook onder meer progressieve christelijke en seculiere denkers in toenemende mate bekritiseerd. Zij maakten duidelijk, dat de vooruitgang in het Westen samenging met onderdrukking en uitbuiting in gekoloniseerde gebieden. Niet alleen overzeese gebieden, ook natuur en milieu werden door westerse vooruitgang gekoloniseerd, wat leidde tot de ecologische crisis waar wij nu middenin zitten.
Onder alle mooie taal was het Westen ook een imperialistische macht. En het christendom maakte daarvan deel uit. Kritiek op het westerse imperialisme moest daarom wel samengaan met christelijke zelfkritiek. Waar het Westen tijdens het kolonialisme de bepalende macht was, werd het christendom als de hoogste vorm van godsdienst gezien en kon het met zijn zending in overzeese gebieden meeliften op de expansie van het Westen. Dat levert zelfs heel schematisch al een ingewikkeld beeld op. Er zijn in de PKN behoudende christelijke groeperingen, die de waarden van de Verlichting en het moderne Westen afwijzen op Bijbelse gronden. Er zijn ook groeperingen, die met een heel andere Bijbelvisie de waarden van de Verlichting delen, maar het westerse imperialisme bekritiseren en christelijke zelfkritiek belangrijk vinden. Binnen niet-westerse kerken en migrantenkerken bestaan vervolgens nog weer heel verschillende perspectieven op het Westen en het westerse christendom, die het verdienen om beter gehoord te worden.
Het positieve beeld van het Westen werd door progressieve denkers steeds meer bekritiseerd
De opschudding van verhoudingen
Recentelijk heeft het Westen zijn verhoudingen met de rest van de wereld behoorlijk opgeschud door de politiek van Amerika onder Trump. Dat zorgt voor verwarrende tijden. Trump veroorzaakte een scheur in het Westen, door zich uit internationale verbanden terug te trekken en Amerika weer groot te willen maken. Hij schroomt niet om Europa daarbij onder druk te zetten. Hij haalde alle moraliteit uit de politiek en koerst op het recht van de sterkste. Feitelijk omarmt hij het imperialistische Westen en steunt hij wit christelijk nationalisme.
Die Amerikaanse insteek kent behoorlijk wat repercussies. In Europa wordt erover gesproken, dat het tijdperk van onderlinge verdragen voorbij is en ook wij ons sterk zullen moeten maken in nieuwe geopolitieke verhoudingen, bijvoorbeeld door zelf een sterke legermacht op te bouwen. Bovendien vindt het beleid van Trump voor een belangrijk deel weerklank bij uiterst-rechts in Europa. Uiterst-rechts is in Duitsland sterk vertegenwoordigd door de AfD, in Frankrijk door RN, en in Nederland door partijen als PVV, JA21, Forum voor Democratie en inmiddels ook BBB. Het deelt een belangrijk deel van Trumps ideologie, namelijk dat massale immigratie het Westen verandert en destabiliseert en zal uitmonden in het uitwissen van de beschaving. Volgens een onderzoek van Instituut Clingendael, waarover NRC berichtte op 18 februari 2026, zou 54 procent van de Nederlanders menen, dat de westerse beschaving wordt bedreigd, waarbij overigens niet is gespecificeerd wat ‘bedreiging’ dan precies inhoudt.
De opschudding van mondiale verhoudingen roept ook in kerkelijke kringen verschillende reacties op. De regering van Trump wordt gesteund door een groot deel van de Amerikaanse evangelicalen. In Nederland zit onder kerkgangers een deel, dat sympathiseert met uiterst-rechts. Het lijkt aannemelijk dat zij te vinden zijn onder behoudende kerkelijke groeperingen binnen de PKN, die de Verlichting en de verworvenheden van het Westen afwezen. Groepen die kritiek hadden op westers imperialisme en zelfkritisch wilden kijken naar de rol van het christendom daarin, zien in Trump en uiterst-rechts precies wat ze verwerpelijk vinden.
Verhoudingen op scherp
De verhouding tussen het Westen, het christendom, geloofsovertuigingen en politiek komt vooral op scherp te staan rond de oorlog in Oekraïne en het geweld in Gaza.
Het Westen wil Oekraïne steunen, omdat het voor vrijheid en zelfbeschikking opkomt tegen Russisch imperialisme en dictatuur, al is het inmiddels de vraag waar Amerika staat. Tegelijkertijd is het Westen, of Europa, erg terughoudend in kritiek op Israël, dat zich in Gaza schuldig maakt aan misdaden tegen de menselijkheid en volgens verschillende instanties aan genocide. Dat roept bij landen uit het globale Zuiden de vraag op, hoe hypocriet het Westen eigenlijk is. Zelfbeschikking en recht gelden blijkbaar alleen als het eigenbelang ermee gemoeid is. Met name de situatie in Gaza roept binnen de kerken grote verdeeldheid op. Aan de ene kant staan mensen van De Rode Lijn, die willen dat Israël volgens internationaal recht wordt terechtgewezen, aan de andere kant mensen, die zich beroepen op een Bijbelse belofte voor Israël en de onverbrekelijke band, die de kerk met Israël heeft.
Kerken kunnen zich gevangen voelen – mensen bij elkaar houden óf duidelijk spreken?
Migratie, sociale samenhang, de vraag hoe wij naar het Westen moeten kijken en hoe het Westen zich ontwikkelt, uiterst-rechts en Gaza vormen stuk voor stuk ingewikkelde vraagstukken, die bovendien met elkaar in verband staan. Deze kwesties zijn fel omstreden en zorgen ook binnen de kerken voor verdeeldheid.
In die situatie kunnen kerken zich gevangen voelen. Enerzijds willen ze mensen bij elkaar houden en zich boven de partijen opstellen. Anderzijds moeten ze ook duidelijk spreken en vreemdelingenhaat en misdaden tegen de menselijkheid scherp veroordelen, waardoor ze partij worden.
In die onmogelijke positie om zowel de eenheid als de duidelijkheid vast te houden, kunnen kerken een beroep op mensen doen. Zij mogen van mensen vragen, om open te blijven voor anderen en zich niet in een eigen westers of christelijk gelijk op te sluiten. Ze kunnen erop wijzen, dat ingewikkelde kwesties niet simpel op te lossen zijn en dat we moeten vermijden om te doen alsof er simpele antwoorden op complexe vragen mogelijk zijn. Ze mogen die complexiteit natuurlijk niet gebruiken als excuus om niet helder te benoemen wat niet deugt.
Kerken kunnen aansluiten bij discussies, zoals NRC die in Nieuw-Lekkerland waarnam. Niet om vanuit de hoogte over de wereld te oordelen, maar om daaraan ten goede bij te dragen. ‘Kerken’ kunnen dat doen, schrijf ik, maar ik bedoel dat wíj dat kunnen doen, die kerk en samenleving beide zijn.
Dr. Rick Benjamins is hoogleraar vrijzinnige theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU).