Kerken en Pacht
Dat veel kerken in ons land ook grondbezitters zijn, en van de opbrengst voor een deel bestaan, is ons wel bekend. Maar… hoe komt dat eigenlijk? En wat betekent dat in de zorgen om grond, milieu, water en klimaat? Welke morele afwegingen hebben kerkbesturen – als grondbezitters – óók te maken…?
Wat moet een kerk met landbouwgrond? Misschien is dat voor u een vreemde vraag, omdat uw kerk geen andere grond bezit dan die waarop het kerkgebouw staat, een parkeerplaats of soms een kerktuin of begraafplaats. Voor veel kerken is dit echter wel een reële vraag, omdat zij naast deze grond ook landbouwgrond bezitten. In totaal gaat het om ongeveer 750 protestantse kerken. Samen bezitten ze ongeveer 27.000 hectare. Sommige kerken hebben slechts een paar hectare, andere bezitten veel.
Hoe komen kerken aan landbouwgrond?
Kerken behoren in Nederland tot de oudste grondbezitters. Het grondbezit van kerken gaat soms zelfs terug tot vroeg in de Middeleeuwen. Het stichten van een nieuwe plaatselijke kerk kon alleen als de kerk ook grond bezat. De opbrengst van de grond (geld en voedsel) was namelijk nodig voor het onderhoud van het kerkgebouw en voor het levensonderhoud van de geestelijke. Daarnaast bezaten kerken of kloosters ook akkers en weilanden, die speciaal voor de diaconie (toen armenzorg genoemd) waren bestemd. Zendelingen in de Noordelijke Nederlanden, zoals Willibrord en Liudger, gaven onderwijs aan de kinderen van de edelen, die hun daarvoor met grond en boerderijen betaalden. Die grond maakte het mogelijk om een kerk te stichten. Zonder grond had de kerstening van Nederland er anders uit gezien.
Zie het rapport Grond en geloof in Nederland. Een terreinverkenning vanuit christelijk theologisch perspectief, Utrecht, PThU 2026
De Reformatie uit de zestiende eeuw heeft aan de relatie tussen grondbezit en kerken nauwelijks iets veranderd. De band bleef tot zeker halverwege de negentiende eeuw van zeer grote betekenis voor de bekostiging van de Nederlands-hervormde gemeenten en de Lutherse Kerken. De Gereformeerde Kerken, die vanaf 1834 worden gesticht, kenden een ander bekostigingsmodel. Gereformeerde kerkleden financierden samen de bouw van kerkgebouwen en het levensonderhoud van voorgangers. Dat financiële model staat aan de basis van de huidige Actie Kerkbalans, die in Nederland door verschillende kerkelijke denominaties wordt gehanteerd voor de financiering van geloofsgemeenschappen. Grondbezit is daarnaast in veel kerken nog steeds een belangrijke inkomstenbron.
Van wie is de grond?
Hierboven schreven we, dat de grond van de kerk is. Juridisch klopt dat. Vanuit een theologisch standpunt kun je er ook anders naar kijken. De persoon, die een kerk stichtte, schonk daarbij grond. De kerk en de bijbehorende grond werden aan een patroonheilige gewijd, bijvoorbeeld Sint Martinus van Tours of aan Sint Willibrord. Met deze toewijding maakten de stichters duidelijk, dat de grond niet louter van mensen is, maar dat die de heilige toebehoorde. Dat betekende concreet, dat de manier, waarop die heilige had geleefd, ook bepalend was voor de wijze, waarop met de grond moest worden omgegaan. Sint Martinus stond bijvoorbeeld bekend om zijn vrijgevigheid, hij deelde zijn dure jas met een arme man. Als de grond geschonken was aan Sint Martinus, mocht je ervan uitgaan dat de opbrengsten van de grond ook de armen ten goede zouden komen. De kerk kon dus niet zomaar doen met de grond wat zij wilde. Zij moest trouw blijven aan de missie van de heilige.
De patroonheilige, aan wie de kerk was gewijd, bepaalde de bestemming van de opbrengst van de grond
De grond werd beheerd door een vooraanstaande persoon uit de gemeenschap – een notabele. Deze persoon behartigde voor de heilige de belangen van de grond. Hij inde de pacht en zorgde ervoor, dat de opbrengsten voor de juiste doelen werden ingezet. Ook nieuwe schenkingen aan de kerk werden door deze notabele in ontvangst genomen. Na de Reformatie bleef deze functie in stand, als kerkvoogd. De kerkvoogd bleef verantwoordelijk voor het beheer van de materiële goederen van de kerk.
We ontdekten in ons onderzoek naar de geschiedenis van de kerkelijke grond, dat in de kasboeken het grondbezit van de kerk nog vaak met het woord ‘patroon’ werd aangeduid, als een echo van de patroonheilige. De heilige zelf (en misschien zelfs het heilige van de grond) is na de Reformatie echter uit beeld geraakt. Het grondbezit van de kerk raakte langzamerhand geseculariseerd.
Kerk en diaconie
Een deel van de grond, die kerken bezitten, wordt beheerd door de kerkrentmeesters, een ander deel door de diaconie. Soms heeft alleen de diaconie grond, soms alleen de kerkrentmeesters, soms beide. Ook hier hoor je nog een echo van het verleden. Grond die geschonken is aan de diaconie, is bestemd voor diaconale doeleinden. Grond die aan de kerk is gegeven, is bestemd voor onderhoud van gebouwen en de kerkelijke organisatie.
Beide dienen dus de bestemming van kerk-zijn: lofprijzing, verkondiging, gemeenschap of de zorg voor mensen in de knel. In die zin gaat het nog steeds om gewijde grond, grond met een geloofsbedoeling. Diakenen en kerkrentmeesters handelen zorgvuldig in lijn met deze bedoeling. De opbrengsten van diaconale grond gaat naar diaconale doelen. Opbrengsten van kerkelijke grond gaat naar de kerkelijke organisatie.
Het gaat steeds om gewijde grond met een geloofsbedoeling
Hoe staat het ervoor met de grond?
Intussen is er veel veranderd met de grond. Vanaf de Tweede Wereldoorlog is de opbrengst van de grond spectaculair toegenomen mede dankzij kunstmest, betere en grotere machines, gewasbeschermingstechnieken, ruilverkaveling en gewasveredeling. De omvang en omzet van agrarische bedrijven is sterk toegenomen. De prijs van de grond is fors gestegen, waardoor boeren hun grond steeds intensiever moeten gebruiken om voldoende omzet te krijgen.
Al deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat Nederland kampioen voedselproductie is geworden. Daar mag je trost op zijn. Er zit echter ook een keerzijde aan. Intensieve land- en tuinbouw heeft ook gevolgen voor de kwaliteit van grond en water en voor de biodiversiteit (de hoeveelheid (verschillende) dieren die in en op de grond aanwezig is). Dat weten we uit metingen, maar je kunt het zelf ook merken: hoeveel bloeiende bloemen zie je in een weiland, hoeveel weidevogels hoor je nog? Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het er met de grond in Nederland over de hele linie niet goed voorstaat.
Willen de grond en de planten en dieren die daarvan afhankelijk zijn weer herstellen, dan zal het minder moeten: minder mest, minder bestrijdingsmiddelen, minder intensief. Daar zijn al manieren voor ontwikkeld: biologische landbouw, biodynamische landbouw, vormen van natuur-inclusieve landbouw. Zo gaan werken is niet voor alle agrariërs een optie; omschakelen kost tijd en geld. Maar dat er ingrijpende veranderingen nodig zijn, dat is eigenlijk voor iedereen nu wel duidelijk.
Uit onderzoek blijkt dat het er met de grond in Nederland over de hele linie niet goed voorstaat
Hoe gaan kerken om met de grond?
Onderzoek dat we deden onder kerkrentmeesters en diakenen, die grond verpachten, liet zien dat de financiële inkomsten voor hen de belangrijkste reden is om te verpachten. Tegelijk bleek dat de meesten niet streven naar een maximaal rendement. Zij hechten aan continuïteit in de relatie met de pachter en willen graag een betrouwbare partner zijn voor de agrariër.
Daarom kiezen de meeste kerken voor langdurige pachtcontracten, in plaats van kortdurende vrije pacht. Met vrije pacht kan een grondeigenaar meer geld verdienen en ook bepaalde eisen stellen aan de manier, waarop de grond gebruikt moet worden. Maar omdat de looptijd zo kort en de prijs zo hoog is, is deze vorm voor agrariërs niet geschikt om natuur-inclusieve landbouw toe te passen. Daarin investeren kost immers tijd en geld. Uit hetzelfde onderzoek bleek ook, dat de meeste kerkrentmeesters en diakenen de verantwoordelijkheid voor bodemherstel of natuurherstel graag aan de overheid en aan de pachter zelf laten.
Welke verantwoordelijkheid hebben kerken voor de grond?
Hebben kerken zelf een verantwoordelijkheid als het gaat om het stimuleren van landbouw, die de kwaliteit van de bodem verbetert en biodiversiteit bevordert? Concreet: moeten ze de pachter in staat stellen om minder intensief te boeren, minder mest te gebruiken, met minder zware landbouwmachines het land te bewerken, te stoppen met chemische gewasbestrijdingsmiddelen, kruidenrijk gras te zaaien in plaats van raaigras, de slootkanten natuurvriendelijk te beheren of te wachten met maaien tot de eieren van weidevogels zijn uitgebroed? Los van allerlei praktische bezwaren, namelijk dat je niet zomaar eisen aan een pachtcontract kunt toevoegen of een pachtcontract kunt openbreken, denken we dat kerken hier wel een verantwoordelijkheid in hebben. Hun relatie met de grond is eeuwenoud. De grond heeft de kerk veel geschonken en daar past een eigen verantwoordelijkheid bij.
De grond heeft de kerk veel geschonken en daar past ook verantwoordelijkheid bij
De kernvraag is dan niet: waar heeft de kerk de inkomsten uit de pacht voor nodig, maar: zijn we voldoende opmerkzaam op wat God in en met de grond schenkt? Welke omgang met grond past vandaag bij de bedoeling van kerk-zijn? Wat is leidend voor hoe wij omgaan met alles wat God geschapen heeft? De kerk leeft al zo lang van wat de grond geeft; waarderen we ook de relatie van mensen met dieren, planten, schimmels en micro-organismen, met het weefsel in de grond dat leven draagt en voedsel voortbrengt?
Veel kerken bezinnen zich momenteel op de vraag wat ze kunnen doen tegen milieuvervuiling, klimaatverandering en afname van biodiversiteit. Als respectvol omgaan met al het geschapene, inclusief de grond, bij kerk-zijn hoort, dan heeft dat consequenties, ook voor de manier waarop je omgaat met die grond. Er ontstaat dan een wederkerige relatie: grond maakt kerk-zijn mogelijk en de kerk eerbiedigt het bodemleven.
Hoe die eerbied concreet vorm moet krijgen, dat is nog best een complexe vraag. Je kunt niet zomaar contracten openbreken, je wilt rekening houden met de specifieke omstandigheden en ambities van de pachter, er zijn mogelijk financiële verplichtingen die de kerk moet nakomen, er zijn diaconale doelen die de kerk graag met de opbrengsten wil blijven steunen, je wilt misschien samenwerken met andere partijen. Dat vraagt om afwegingen, die iedere kerk zelf moet maken. Maar het begint altijd met de vraag naar: wat mag de grond die aan de kerk geschonken is op zijn beurt van de kerk verwachten, nu hij het zwaar heeft?
In ons vervolgonderzoek naar kerken en pacht gaan we met kerken precies met deze vraag aan de slag. Mocht u belangstelling hebben om hierbij aan te sluiten, neem gerust contact op met één van de auteurs.
Dr. Thijs Tromp is hoogleraar Diaconaat aan de Protestantse Theologische Universiteit en betrokken bij het onderzoeksproject Grond.
Dr. Eward Postma is universitair docent Beroepsvorming en Spiritualiteit aan de Protestantse Theologische Universiteit en eveneens betrokken bij het onderzoeksproject Grond.