Menu

Premium

De heiligen ons voorgegaan

Overwegingen en liedsuggesties bij de gedachtenis der overledenen

Kist van bovenaf gezien met bloemstuk erop
(Beeld: Mayron Oliveira via Unsplash)

Allerheiligen en Allerzielen zijn in de protestantse traditie geen gangbare feesten. Niettemin is op tal van plaatsen ook in protestantse kring de gewoonte ontstaan om op of rond Allerzielen de overledenen te gedenken. Nu dit jaar Allerheiligen op een zondag valt en Allerzielen op een maandag, zien wij kansen voor een gedachtenisviering op 1 of 2 november. In het eerste deel van dit artikel belichten wij de relatie tussen Allerheiligen en Allerzielen. Het tweede deel biedt suggesties voor liederen tijdens een gedachtenisviering in het perspectief van Allerheiligen. Deze suggesties zullen ook bruikbaar zijn wanneer de gedachtenis op een andere dag gevierd wordt.

Allerheiligen

Sinds de 9e eeuw viert de Westerse (Latijnse) kerk het feest van Allerheiligen op 1 november. Oorspronkelijk was het een oogstfeest, gevierd in de ‘liturgische herfst’ aan het eind van het kerkelijk jaar. In de ontwikkeling van dit feest werd steeds meer het accent gelegd op de ‘heiligen ons voorgegaan’, waardoor het de naam Allerheiligen kreeg. In de Oosterse kerk werd dit feest in de 6e eeuw op 13 mei gevierd, hoewel er ook aanwijzingen zijn dat het op de vrijdag na Pasen plaatsvond. Tegenwoordig viert de Oosterse kerk op de zondag na Pinksteren de ‘zondag van alle heiligen’.

De oorsprong van het gedenken en vieren van de heiligen ligt in de verering van de martelaren. De kerk kende vanaf haar ontstaan een reeks heftige vervolgingen. Waar het mogelijk was, kwamen de christenen samen rondom de graven van de martelaren – zij die omwille van hun geloof in Christus waren gemarteld en gedood. Hier werd uit de Schrift gelezen, werd het leven van de martelaren in herinnering geroepen (de Vitae, ‘levensbeschrijvingen’) en werd de eucharistie gevierd. Na de vervolgingen werden op de graven kerken gebouwd. Zo werden de martelaren letterlijk en figuurlijk de fundamenten van de kerk.

Na de vervolgingen werd de aandacht gericht op de ‘belijders’ en de geloofsgetuigen – zij die een voorbeeldig christelijk leven hadden geleefd. Zij werden tezamen met de martelaren tot voorbeeld gesteld van een waarachtig en christelijk leven. Geleidelijk kreeg hun verering een uitgebreidere vorm. Relieken van de heiligen werden bewaard in kostbare reliekschrijnen en in processies door stad en dorp gedragen. De sterfdag van heiligen werd liturgisch gevierd, met passende teksten voor elke heilige die op de heiligen- en martelarenkalender stond. Voor de heiligen die geen plaats hadden op de kalender en voor wie geen eigen gedachtenis bestond, werd een apart feest gehouden, Allerheiligen. Op dit feest was ook ruimte voor de verering van plaatselijke heiligen en martelaren.

Lang is 13 mei als datum aangehouden, tot paus Gregorius IV in 844 het (Westerse) feest van Allerheiligen verplaatste naar 1 november, mede met het oog op het begin van het winterseizoen en de komende afsluiting van het liturgisch jaar. Allerheiligen kreeg de status van hoogfeest, met een eigen officie en misliturgie. In veel landen is 1 november dan ook een officiële vrije dag. Liturgisch ligt het accent op de gedachtenis van de heiligenlevens, hun voorbeeldfunctie en de voorspraak die zij krachtens hun plaats bij God nu voor ons kunnen doen.

Allerzielen

Allerzielen, de jaarlijkse gedachtenis van de gestorvenen, vond in de Oosterse traditie plaats op de zaterdag vóór de eerste zondag van de Grote Vasten. In de Westerse kerk bestond een maandelijkse gedachtenis voor alle overledenen, met eigen liturgische formulieren. In de 10e eeuw kreeg Allerzielen meer aandacht, onder invloed van het klooster Cluny. Het feest, geplaatst op 15 oktober, verbreidde zich over Europa, maar het zou nog tot de 14e eeuw duren, voordat ook de kerk van Rome Allerzielen officieel erkende. De maandelijkse viering, zoals vooral in Cluny gebruikelijk was, werd toen een jaarlijkse gedenkdag. Carolus Borromeus (1538-1584), aartsbisschop van Milaan en invloedrijk in de katholieke reformatie, plaatste Allerzielen op 2 november, daags na Allerheiligen. Hierdoor ontstond een merkwaardige verbinding tussen beide feesten. De gedachtenis van de gestorvenen was er immers op gericht om de christenen op te roepen om voor hun doden te bidden, opdat zij het vagevuur zouden kunnen verlaten en opgenomen mochten worden in Gods heerlijkheid. De viering van Allerheiligen was daarentegen gericht op het verkrijgen van voorspraak van de heiligen voor ‘de strijdende kerk’ hier op aarde.

Reformatie

Door de Reformatie zijn veel liturgische tradities verbroken. Voor een viering van Allerheiligen of Allerzielen was geen plaats meer. Er was zelfs geen kerkelijke begrafenis meer, omdat onze zorg ophoudt bij het sterven van een mens. De omkering had bij een mensenleven moeten plaatsvinden. Bij het graf werd alleen nog uit de bijbel gelezen en gebeden.

Mede door de Liturgische Beweging is er in de vorige eeuw weer aandacht gekomen voor het gedenken van gestorven gemeenteleden. Werden aanvankelijk de namen van de overledenen genoemd in een dienst op oudejaarsavond, nu ontstond de gewoonte dit op de laatste zondag van het kerkelijk jaar te doen. De laatste jaren zien we de gedachtenis op tal van plaatsen naar Allerzielen, 2 november, verschuiven. Van het bidden voor de zielen van de overledenen opdat zij alsnog genade zullen vinden kan in het protestantse denken bezwaarlijk sprake zijn. Het accent ligt op herinnering, plaats geven aan verdriet en troost vanuit het geloof. Tegelijk zien we ook in de rooms- en oudkatholieke tradities een ontwikkeling. Ook hier is het accent in de praktijk verschoven naar de herinnering van het leven van de gestorvenen, en naar troost en bemoediging voor hen die achterblijven.

Actueel

In de protestantse traditie wordt op of rond Allerheiligen geleidelijk meer aandacht besteed aan de heiligen, martelaren, belijders en geloofsgetuigen die ons zijn voorgegaan. Niet omdat wij hun voorspraak nodig zouden hebben, maar omdat zij ons kunnen inspireren door hun voorbeeldig leven. Daarbij denken wij ook aan geloofsgetuigen die niet officieel zijn heilig verklaard, zoals Dietrich Bonhoeffer, Martin Luther King en Dorothee Sölle. Ook de gedachtenis van de overledenen is in beweging. De gedachtenis op de laatste zondag van het kerkelijk jaar staat bekend als dodenzondag, Eeuwigheidszondag of zondag van de voleinding. Doen deze namen wel recht aan wat we willen vieren? Begrafenisondernemingen hebben een ontwikkeling in gang gezet om op Allerzielen de doden te gedenken, wellicht onder invloed van de gewoonte, met name in zuidelijke streken, om die dag de graven te bezoeken, ze met bloemen en lichtjes te versieren en om er te verwijlen. De bedoeling is herinneringen en verdriet een troostrijke plaats te geven. Steeds meer sluiten kerken zich hier bij aan met passende rituelen en bijeenkomsten. Daardoor verschuift de gedachtenis geleidelijk naar 2 november. Het is een ontwikkeling die kerken kansen biedt: zo kunnen we onze overledenen, in het perspectief van Allerheiligen, meer zien als mensen die ons zijn voorgegaan ‘met het teken van het geloof’.

Gedroogde blaadjes van de hortensia
In veel protestantse gemeenten zullen de namen nog wel genoemd worden op de laatste zondag van het kerkelijk jaar of misschien nog wel in een oudejaarsviering.
(Beeld: Heike Tönnemann via Pixabay)

Zingen met Allerzielen

Dit jaar kan op zondag 1 november Allerheiligen worden gevierd in combinatie met Allerzielen. De overledenen uit de gemeente of parochie kunnen worden herdacht, hun namen genoemd. Daarbij heeft iedere gemeente of parochie een eigen, in de loop van de tijd gegroeid ritueel. In veel protestantse gemeenten zullen de namen nog wel genoemd worden op de laatste zondag van het kerkelijk jaar (dit jaar 22 november) of misschien nog wel in een oudejaarsviering. In alle gevallen echter mogen daarbij liederen klinken die de namen van de overledenen voor Gods aangezicht brengen, die hen in verband brengen met de gehele kerk op aarde en in de hemel, en die troost weten te brengen door de overledenen te zien als mensen die op God vertrouwd hebben en daarin ons tot voorbeeld kunnen strekken. Welke liederen staan ons zoal ter beschikking?

In de afgelopen jaargangen van De Eerste Dag werden voor deze gelegenheid de volgende suggesties gedaan uit het Liedboek (2013):

  • 199   Koester de namen die wij hier gedenken (t. De Vries, m. Vogel)
  • 730   Heer, herinner u de namen (t. Verdaasdonk, m. Strategier)
  • 731   Vergeet niet hoe wij heten (t. Barnard, m. Vogel)
  • 733   Vrienden die zijn overleden (t. Barnard, m. Vogel)
  • 736   Dat ons zorgen en werken (t. Verhoeven, m. Vogel)
  • 818   Niet is het laatste woord gesproken (t. Govaart, m. De Vries)

Een kleine en niet representatieve steekproef op internet leverde op dat van bovengenoemde liederen lied 730 het meest populair is.

De rubriek ‘Levensgrens’ in Liedboek 2013 bevat liederen die behalve bij een uitvaartdienst ook heel goed in een gedachtenisviering passen:

  • 948   Als Gij er zijt (t. Barnard, m. Vogel)
  • 954   Rust en vrede (t. en m. Plantinga)
  • 961   Niemand leeft voor zichzelf (t. Oosterhuis, m. Van der Putt)
  • 962   Wat ik gewild heb (t. Oosterhuis, m. Oomen)

Het lied ‘Wat ik gewild heb’ leent zich goed om het ritueel van het noemen van de namen mee in te zetten. Met de vierstemmige notatie in het Liedboek is het ook geschikt voor koor of cantorij.

Andere mogelijke liederen uit het Liedboek zijn nog:

  • 813   Vreemden zijn wij (t. De Vries, m. Vogel)
  • 513   God heeft het eerste woord (t. Wit, m. Kremer)

Een voorbeeld hoe je een lied met ritueel kunt integreren komt uit onze eigen liturgische praktijk. Bij het noemen van de namen en tijdens het aansteken van de kaarsen kun je om de zoveel namen couplet 3 van Lied 960 (t. Den Besten, m. Wittenberg 1533) zingen, met iets gewijzigde tekst:

Hun naam staat vaster dan in steen
gegrift in Gods gedachtenis
die hun het leven gaf te leen
en die geen God van doden is.1

Tot slot geven we nog enkele suggesties uit andere liedbundels:

  • ZG 5,61       Gij kent bij hoog en laag in uw domein (t. Borkent, m. Vanlanduyt)
  • ZG 6,19       Slechts uit de verte zagen zij (t. De Vries, m. Vogel; ook in ZZZ 64)
  • ZG 8,19       Onze namen staan geschreven (t. Mudde, m. Strategier)
  • ZZZ 79        Wij noemen U de namen (t. Lautenbach, m. Liedboek 577)

In het Verzameld Liedboek van Huub Oosterhuis valt te denken aan het ‘Lied van alle dagen’ (p. 804, m. Oomen).

Theo Menting en Erik van Halsema schreven dit artikel voor De Eerste Dag (jaargang 49 nr. 4)

  1. Deze vrije omgang met Lied 960 is ooit in Hilversum bedacht en ingevoerd door mijn oud-collega ds. Heleen Weimar (EvH) ↩︎

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken