Menu

Basis

Hardlopers blijken kerkgangers

Kerk in Haarlem stroomt vol

Op zondagochtend 11 november 2018 was in de Grote Vermaning, de doopsgezinde kerk van Haarlem, een speciale dienst. Drieduizend mensen waren tijdens de dienst in de kerk aanwezig, terwijl de kerk maar vierhonderd zitplaatsen heeft. Hoe was dit mogelijk?

De Haarlem Urban Trail is een loop van tien kilometer, waarbij de lopers niet alleen door het stadscentrum, maar ook door markante gebouwen heen lopen. Dit geeft de loop een recreatief tintje. Persoonlijke records zullen niet gebroken worden. Sommige deelnemers nemen rustig de tijd wanneer ze binnen lopen. Onder de bijzondere gebouwen in Haarlem zijn de voormalige Koepelgevangenis en de Grote Vermaning. De route door deze doopsgezinde kerk begint bij de ingang aan de Frankestraat, waarna de lopers door de lange gang lopen, langs enkele stijlkamers, en vervolgens de kerkruimte ingaan. Na het doorkruisen ervan komen ze in de, eveneens bij de kerk behorende, expositieruimte De Gang. Vervolgens komen ze in de Grote Houtstraat weer het gebouwencomplex uit. In totaal al een kleine honderd meter. Dat een dergelijke loop door een kerk gaat, is niet heel bijzonder. De Groninger versie van de Urban Trail ging immers al door de Der Aakerk. Maar in Haarlem gaan de lopers dwars door de zondagse kerkdienst. Dat kan ook haast niet anders omdat het gros van de lopers tussen 10.30 uur en 12.30 uur de kerk passeert en de wekelijkse dienst niet is verplaatst of geannuleerd. Voor deze gelegenheid heeft men de dienst in duur aangepast. En dan niet korter, maar langer. De kerkdienst wijkt dus niet voor het evenement, maar breidt juist uit. Om 12.15 uur wordt uiteindelijk de zegen gegeven. De laatste lopers moeten het helaas zonder dienst doen. Maar dan zijn er al bijna drieduizend gepasseerd.

Erik van Muiswinkel

Herman Heijn, een van de vaste predikanten, noemt het meteen aan het begin een dienst ‘met twee snelheden’. En dat is het inderdaad. Gedurende bijna twee uur vormt deze activiteit voor de vaste kerkgangers een consistent geheel. Voor de lopers vormt dit kerkbezoek, hoe kort ook, een markant hoogtepunt.

De andere voorganger is Abeltje Hoogenkamp, die door de kerk speciaal voor bijzondere projecten is aangesteld. De verteller is cabaretier Erik van Muiswinkel. Dit drietal loodst zowel kerkgangers als lopers door de tijd. De avondmaalstafel, die normaal in het midden staat, is weggehaald. Diagonaal door de kerk ligt een rode loper die de kerk in twee helften splitst. De hardlopers vinden hierdoor gemakkelijk hun weg. Het eerste dat zij zien als ze binnenkomen, is de doopsgezinde spreuk ‘Daden gaan woorden te boven’, die aan de galerij is opgehangen. Op zich al geen gekke slagzin in deze context.

Geïmproviseerd theater

Een terugkerend element in de viering wordt geïmproviseerd door een theatergroep van jongeren, die in en rond de kerk actief zijn. Onder leiding van regisseur Annerixt Pijlman zijn er zeven scènes waarin langzaam toegewerkt wordt naar het in tweeën knippen van tientallen jassen. Het is vandaag immers Sint-Maarten. Eerst, aarzelend, worden de spelers wakker, om dan een stapel kleding te ontwaren. Hiermee ontstaat een interactief spel. In het verloop van de dienst ontstaat er ook contact met de lopers. Hun wordt bijvoorbeeld een (halve) jas voorgehouden. Spelers reageren op de ondersteunende pianomuziek, de muziek weer op de spelers, spelers weer op lopers en lopers op spelers. De kerkgangers geven commentaar, ze lachen en roepen. Soms klappen zij.

Wie is eigenlijk het publiek?

Snelle lopers zijn binnen tien seconden de kerk al weer uit. Maar de meesten vertragen hun pas. Het is bijzonder om te zien dat tijdens gebed en lezing het hardlopen plaatsmaakt voor een eenvoudig wandeltempo, soms zelfs licht en ingetogen. Het is alsof de lopers bij binnenkomst direct de sfeer van het betreffende onderdeel van de kerkdienst door hebben. Daardoor ervaren de kerkgangers juist hoe betekenisvol elk moment van de dienst is. Zij krijgen dit terug alsof zij in de schouwburg op het toneel staan. Het is hier ook eigenlijk puur theater. Maar wie is hier eigenlijk de speler en wie de toeschouwer? Dit perspectief wisselt van moment tot moment en van persoon tot persoon. Soms zijn de lopers toeschouwer en de kerkgangers spelers. Dan weer is Herman Heijn of Abeltje Hoogenkamp de acteur en is iedereen toeschouwer. En vervolgens zijn de lopers de spelers en vormen de kerkgangers het publiek. Op een gegeven moment rent een hardloper langs Erik van Muiswinkel. Hij is hem net een paar meter gepasseerd als Van Muiswinkel aan zijn verhaal begint. De loper hoort een bekende stem, houdt zijn pas in en blijft, aan het eind van de kerk, staan. Hij draait zich om. Het duurt twee, drie seconden voor hij door heeft wie hij net rakelings passeerde. En dan die blik daarbij! Eerst hol je onverwachts dwars door een kerkdienst en dan blijk je daar een bekende cabaretier tegen het lijf te lopen… Het moet niet gekker worden.

Pachelbel

Een vocaal kwartet zingt vanaf de galerij het Magnificat in D van Johann Pachelbel. Ook hier is de concentratie zo groot dat de lopers stil binnenkomen. Nee, het zijn beslist niet ‘de Filistijnen over u’. Het is alsof de lopers op het puntje van hun tenen passeren. Sommigen staan een paar seconden stil. De rode loper blijkt een prima geluiddemper. Na het slotakkoord van Pachelbel klinkt spontaan applaus van de kerkgangers. Een enkele loper klapt mee. Na de zegen verlaten de ruim honderd kerkgangers de kerk. Hoewel de dienst drie kwartier langer duurde dan anders, blijven velen nog in een andere ruimte napraten en koffie drinken. Het is te zien dat ze zojuist iets van belang hebben meegemaakt. Ik hoor iemand zeggen: ‘Dit zouden we vaker moeten doen.’ Even later enthousiast: ‘Dit is zoals je kerk zou moeten zijn.’ Ook zijn er kritische geluiden: ‘Ik vraag me af wat de kerk hiermee wil bereiken.’ Een paar dagen later vraag ik een van de kerkgangers, emeritus-predikant Renderd Gaaikema, wat hij ervan vond. Direct zegt hij: ‘Een duidelijke, krachtige preek. Ik werd meteen meegenomen en mijn aandacht werd vastgehouden. Ik had eigenlijk verwacht meteen afgeleid te zijn door al die lopers, maar dat was helemaal niet zo.’ Vooraf had hij zo zijn twijfels om als cantorijlid mee te doen aan deze dienst: ‘Moet ik wel gaan? Maar achteraf gezien was het wel goed. Ik had een zekere verwondering. Ik vond het een grappige, leuke dienst. En de foto’s zijn fantastisch! Kijk, zo hebben we de kerk in de stad.’

Volgend jaar is er weer een Haarlem Urban Trail. Ook weer dwars door de kerk?

Jan Marten de Vries is redactielid van Laetare.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken