Menu

Premium

Het geschenk van God

Alternatief bij 1e zondag van de zondag (Handelingen 8,(1b)4-25)

Handelingen 8 verhaalt over de tweede geld-gerelateerde crisis in de prille kerk. Eerst vielen Ananias en Saffira dood op de grond neer vanwege hun leugen tegen de heilige Geest (Hand. 5). Simon de magiër komt er genadiger vanaf, maar de boodschap is helder: het geschenk van God moet geschenk blijven. Geld heeft de potentie om de kerk te vergallen, de potentie om de kerk en haar boodschap tot slaaf van een louter werelds doel te maken. De apostel Petrus wil het goddelijk geschenk en de daarbij behorende mentaliteit van het ontvangen veiligstellen.

Bij alle klachten over de kerk van onze tijd mogen we met dankbaarheid vaststellen dat de zonde van de simonie grotendeels tot de geschiedenis behoort. Simonie: het kopen en exploiteren van kerkelijke ambten. De zonde is vernoemd naar Simon de magiër, van wie in Handelingen 8 sprake is. In de tijd van Dante (1265- 1321) was het een ware plaag voor de kerk. In zijn Goddelijke komedie ontmoet hij bijna onder in de hel verscheidene pausen die zich eraan bezondigd hebben. Ze zitten ondersteboven vast in een nauwe rotsspleet. Dante geeft ze een veeg uit de pan: ‘De wereld toch stort tranen om uw schraapzucht, / die braven trapt en bozen leidt ten zetel’ (29e zang). Ook weet Dante het moment aan te wijzen waarop de simonie epidemisch werd: de bekering van keizer Constantijn in 312.

Die wantoestanden liggen inmiddels ver achter ons. Maar voordat we onszelf heiliger inschatten dan reëel is: lijden wij niet aan omgekeerde simonie? Toen het ambt nog maatschappelijk aanzien opleverde, waren er kandidaten genoeg. Nu de voordeeltjes verdwenen zijn, is de interesse voor het ambt grotendeels verdampt. Is onze grondhouding dan ten diepste zoveel anders?

Oecumenische dialoog

Voor de dialoog tussen protestant, katholiek en oosters-orthodox is de passage 8,15-17 interessant vanwege zijn ambtelijke en sacramentele dimensie. In laatstgenoemde twee tradities zijn de apostelen de voorlopers van de bisschoppen, die een andere bevoegdheid hebben dan diakens en priesters. Bovendien kennen deze tradities dat wat de heilige Cyprianus (210-258) het ‘dubbel-sacrament’ noemde: doopsel en vormsel. In de oosterse traditie worden zuigelingen gedoopt én gezalfd met olie die door de bisschop gewijd is. In de westerse traditie zit er in geval van de kinderdoop tijd tussen het ene en het andere sacrament van initiatie.

Gedoopt wordt men veelal als zuigeling, gevormd als kind van ongeveer twaalf, en wel door de bisschop. Kan Handelingen 8,15-17 (samen met 19,5-6) dienen als illustratie bij deze praktijk? Of hebben we hier te maken met een nog ‘vloeibare’ gang van zaken, waarin de Geest waait waarheen hij wil? De komst van de heilige Geest geschiedt in 2,38 direct na de doop, in 10,44 zelfs vóór de doop, en hier pas na de handoplegging van de apostelen. Moeten we onderscheid maken in verschillende manieren van ‘de heilige Geest ontvangen’, en zo ja hoe? Het zijn vragen die in de oecumenische dialoog zeker een rol moetenspelen. Maar of ze in de verkondiging erg vruchtbaar zijn, valt te betwijfelen.

Bloedarmoede

Dichterbij komt dit schriftgedeelte als wij onszelf de vraag stellen: waar is in ons leven de kracht van de heilige Geest? Filippus verricht tekenen: veelbetekenende wonderen van genezing en geestelijke bevrijding. Ze zetten niet zijn ego centraal, zoals de magie van Simon doet, maar Jezus Christus. Ze zorgen voor een explosie van blijdschap (8,8). Velen bekeren zich van de loze magie tot de levende God. Waar zijn in onze tijd de bekeringen? We kunnen onszelf wel feliciteren met het feit dat wij niet of nauwelijks aan magie doen, maar wellicht is dat geen goed teken. John Henry Newman (1801-1890) wees erop dat het evangelie binnenkwam in een door en door bijgelovige wereld, terwijl de wereld van nu door en door sceptisch is. De vanzelfsprekende afwijzing van het bovennatuurlijke is een onvruchtbaarder bodem dan het bijgeloof. Bijgeloof impliceert tenminste nog – hoe verwrongen en manipulatief ook – de openheid voor wat deze empirische wereld overstijgt.

Als we ons kerkelijk leven naast Handelingen 8 leggen, valt onze bloedarmoede op. De kerk ziet bleek. Dat simonie en magie bij ons afwezig zijn, lijkt eerder gevolg te zijn van een algeheel gebrek aan vitaliteit dan van levende religiositeit. Is er een geneesmiddel of een therapie? We zijn gedoopt en wellicht ook gevormd, maar zijn de goddelijke geschenken tot ontplooiing gekomen? Kan de heilige Geest niet méér met ons dan we nu ervaren?

Ontvangen

Sommige mensen weten vrij precies wat we moeten doen om weer in de sfeer van Handelingen te komen. Soms zijn ze manipulatief en vergeten ze de vrijheid van God. Toch stellen ze ons een vraag. Zijn we eigenlijk niet bang voor de heilige Geest? Bang om de controle kwijt te raken? Wie droomt er van bidden in tongen, wie hoopt er op wonderen van genezing en bevrijding uit het kwaad? We schrijven liever beleidsstukken en herbestemmingsplannen.

Misschien moet Petrus het ook tegen ons zeggen: Naar de hel met je geld! Stel je open voor de Gave van God, de heilige Geest: niet te organiseren, niet af te dwingen, niet te koop maar wel te krijg. Oefen je in het ontvangen. Bid en kijk maar wat Hij doet in zijn liefdevolle vrijheid. We worden niet geroepen om de kerk opnieuw uit te vinden. Zo’n reconstructie is toch altijd weer het teleurstellende kind van zijn eigen tijd. Laten we daarentegen verantwoordelijkheid nemen voor twintig eeuwen kerkgeschiedenis (inclusief simonie), en in de ambtelijke structuur blijven. Maar daarbinnen kunnen we de Gave van God toch herontdekken? De kerk is niet dood. Maar een beetje meer vlees op de ambtelijk-sacramentele botten, een beetje meer kleur op het gezicht en Geestesadem in de borst, zou dat niet mooi zijn?

Deze exegese is opgesteld door Wouter van Voorst.

Wellicht ook interessant

Nieuwe toelichting op de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland
Nieuwe toelichting op de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland
None

Het leven van de gemeente

De kerkorde typeert het werk van de kerkenraad als ‘leiding geven aan de opbouw van de gemeente in de wereld’. Maar wat moet je je daarbij voorstellen? Ord. 4-7-1 ziet het als de tweede taak van de kerkenraad, na de zorg voor de dienst van Woord en sacramenten: immers, in paragraaf 2.1 zagen we al dat de gemeente allereerst een horende en vierende gemeenschap is. Maar wie het Woord hoort en de gemeenschap met God en mensen beleeft rond doop en avondmaal, weet zich ook geroepen ‘tot dienst aan het Woord van God’ (art. IV-1 KO). Daarmee komt de opbouw van de gemeente in de wereld in beeld. Opbouw van de gemeente: in pastoraat, gemeentediaconaat, geestelijke vorming, en wat ook verder maar kan dienen ‘tot opbouw van het lichaam van Christus’. In de wereld: onder meer in diaconaal en missionair werk.

Vliegende uil
Vliegende uil
Basis

Theologie met twee vleugels

Thandi Soko-De Jong woonde onlangs de Beijing 30+ conferentie bij van de Wereldraad van Kerken. Daarin werd er teruggeblikt op de wijze waarop vrouwen wereldwijd de afgelopen dertig jaar vorm hebben gegeven aan hun spirituele zoektochten. Ze raakt in het bijzonder geïnspireerd door de metafoor van de vogel met twee vleugels. In plaats van één gender centraal te stellen in de kerk en de theologie, en dus te vliegen met één vleugel, nodigt de metafoor ons uit om gelijkwaardige aandacht te besteden aan de ervaringen en het leiderschap van vrouwen.

Nieuwe boeken