Menu

Basis

In een wereld van altijd maar verder

Temidden van alle angsten en vragen en het omzien naar uitzicht en stilte sta Jij als mijn enige antwoord. Jij, groter dan mijn hart en van mijn verlangen de oorsprong.

(Grafwacht, p.44)

In deze handreiking laten we ons leiden door teksten van Herman Andriessen (1927-2013), priester, psychotherapeut, schrijver en dichter. Het grote thema in zijn werk is het gaan van de spirituele weg en de ervaringen die zich daarop voordoen. Bij het gaan van die weg draait alles om verlangen en haar keerzijde van angst en droefheid.

In zijn Klein Pelgrimsboek komt zijn pastorale bewogenheid aan het licht als hij schrijft: ‘Ik weet van de weg en het ongeweten verlangen en van de dodelijke impasse. Te veel heb ik tranen gedroogd en de angst van het hart woordeloos toch verstaan en de trekken van kommer gezien, gekerfd in het zachte gelaat van de mens.’ (p.24) Zijn intentie was steeds weer om mensen in contact te brengen met hun levenschenkende verlangen, met het geheim dat zij zelf zijn.

Met name in zijn diepzinnige gedichten neemt Andriessen ons mee in het leren ervaren van ons zielsverlangen. Hier laat hij zien hoe verlangen en gemis zich gaandeweg kunnen omvormen tot een leven in liefde en mededogen, dat innerlijke rust en geborgenheid kent.

Om de pijn van ons diepste verlangen werkelijk onder ogen te zien is moed nodig

Stem van de liefde

Het woord ‘verlangen’ draagt ver-schillende aspecten in zich. Het kan vol hartstocht zijn, fysiek of meer materieel gericht. In de mystiek is het vooral Augustinus die met het woord duidt op het ingeschapen, menselijk verlangen om zich te verenigen met God. ‘De mens kan pas volledig mens worden, als hij één wordt met God’, aldus Augustinus.

‘Verlangen’ kan misverstanden oproepen. Was het maar zo simpel dat we ons steeds bewust zijn van het Godsverlangen dat er ten diepste aan ten grondslag ligt. We zijn echter keer op keer geneigd dit verlangen te reduceren tot iets wat binnen ons bestaan ligt. Dan vullen we ons leven met allerlei zaken die ons uiteindelijk geen vervulling zullen geven. Maar om de pijn van ons diepste verlangen werkelijk onder ogen te zien is moed nodig. We zullen moeten leren zwijgen om te kunnen luisteren naar de Stem van de liefde.

Laten we beginnen met enkele woorden van Herman Andriessen:

Diep in ons welt als uit een heilige bron op een oeroud verlangen:

ziet iemand ons hier op de weg?

Is er een oog dat ons volgt, een liefde die ons verstaat, een beraad dat omsluit

al onze wegen, die ons wil gedenken en schenken de vrede die ons voortdurend

ontvalt in een wereld van altijd maar verder?

(Klein Pelgrimsboek, p.46)

Verlangen als weg

Verlangen is geen verstild moment, niet alleen onze diepste drijfveer, maar het is vooral een weg. Een weg waarop we ons bewust zullen worden dat achter al onze strevingen een ander, dieper verlangen schuilgaat. Een weg die ons vraagt gehoorzaam te worden aan dat wat ons ten diepste beweegt, waarop we trachten stiller te worden, zodat we dat wat in ons aan het woord wil komen leren verstaan. Het is ook een weg die ons leidt uit opgeslokt zijn en gevangen zitten in alles wat het leven van je vraagt.

Zo voer je ons – louter genade – op de weg tussen hemel en aarde, tussen leven en dood, tussen einder en anker. Jij wacht op ons altijd be-schikbaar, nimmer bereikbaar, soms te vermoeden.

Hoeden wil Je ons verlangen,

ontvangen al wat ons beweegt zonder

te stuiten de vlucht onzer ziel.

Arm en rijk maak Je ons

Die, verborgen, alles ont-dekt

en ons wekt tot de aandrang der

oorsprong.

Jij houdt ons gaande die de wegen beheerst, God van de Weg, van Verlangen

Oorsprong en eindpunt, wekroep ten leven.

(Klein Pelgrimsboek,

Kijk naar jouw leven als naar een weg. Hoe ziet die weg eruit?

Waardoor word jij gaande gehouden op je weg? Wie/wat motiveert jou?

Wie loopt er met jou mee? Wie niet?

Hoe houdt God jouw weg gaande?

Beschrijf het perspectief van je weg.

Lees de laatste drie regels nog eens langzaam voor jezelf. Wat doen ze jou?

Hoewel we mogen hopen dat deze weg ons zal leiden naar innerlijke rust en geborgenheid, naar een ‘thuiskomen bij God’, is het geen makkelijke weg. Hij is weerbarstig en pijnlijk, voert ons via stilte en woestijn en vraagt ons te wachten en het uit te houden. Andriessen brengt dat, als in een smeekbede, onder woorden:

Op ons zal toekomen Je vrede.

Nog zijn wij diep in ons leed

en ons kwaad en ons lot, Jij en wij.

Nog is er geen uitweg

dan dat wij elkaar niet verliezen en

niet weigeren ons lot en ons kwaad

en ons leed; niet vluchten maar

gaan onze weg. Maar Jij, die beschikt

over arsenalen van liefde,

blijf met ons gaan op de weg.

(Grafwacht, p.22)

Al luisterend naar het verlangen worden wij als vanzelf naar onze bestemming ‘getrokken’

Gods liefdevol initiatief

De bekende woorden van Augustinus ‘Mijn hart is onrustig, totdat het rust vindt in U’, geven kort en krachtig de kern weer waar het bij ons verlangen om gaat. Maar het is geen eenzijdig gebeuren. Het zoeken en verlangen komt niet zomaar, uit ons zelf, tot stand. Het verlangen naar God is ons immers ingeschapen, de trekkracht van Gods initiatief is in ons hart gelegd. En al luisterend naar dat verlangen worden wij als vanzelf naar onze bestemming ‘getrokken’. Veel mystici hebben beschreven hoe ze niet anders kunnen dan op weg gaan om hun verlangen te volgen. Gaandeweg ervaren zij dat niet zij het zijn die verlangen, maar dat het God is die naar hen verlangt. Het vervult met dankbaarheid en liefde.

Jij opent de ruimte die schuilt diep in mijn bestaan. Jij alleen hebt de sleutel. Jij alleen kent het geheim.

(Grafwacht, p.15)

Wij worden getrokken door Jou,

van alle stromen de oorsprong en stroomkracht en richting en die ons roept naar waar tijd zich verwijdt,

eeuwigheid zich mateloos aanmeldt.

Ga rustig zitten met pen en papier bij de hand.

Lees bovenstaande tekst nogmaals en laat de volgende vraag door je heen gaan: Hoe open ik mij in mijn dagelijks leven voor ‘Jij die mij roepen wil’?

Noteer in enkele steekwoorden de eerste associaties die in je opkomen.

Neem een paar minuten rust. Schrijf vervolgens uitgebreider op wat deze vraag bij je oproept. Lees dat wat je geschreven hebt rustig door.

Bezin je vervolgens op wat je nodig hebt om jouw ‘innerlijke roepstem’ te kunnen verstaan.

Ga ergens rustig zitten en neem de tijd om ‘thuis’ te raken op deze plek. Sluit je ogen en volg het komen en gaan van je adem. Stel je dan voor dat je aan een waterkant zit. Je kijkt in alle rust naar het wateroppervlak en ziet dat het vlak voor je zachtjes begint te borrelen. Je kijkt er vol liefde naar en wordt je bewust dat uit die kleine bron voor je jouw verlangens opborrelen. Alles wat boven komt is goed. Je kijkt ernaar, ‘proeft’ het en legt het vervolgens in gedachten naast je neer. Na een tijd wordt de bron rustig. Je blijft nog een tijdje in stilte zitten en opent dan weer rustig je ogen om lang-zaam terug te keren naar de plek en de dag waar je bent.

Literatuur

Herman Andriessen, De Weg van het Verlangen, Gooi en Sticht, Baarn, 1992.

Idem, Klein Pelgrimsboek – Teksten voor Onderweg, Kok, Kampen, 1992.

Idem, Grafwacht, Kok, Kampen, 1993.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken