Interview met Rick Paul, chirurg en lid van het medisch beoordelingsteam
door GM
Dit is een fragment uit hoofdstuk 5, van p. 85-89 van het boek Onvermoed aangeraakt.
Oncologisch en longchirurg Rick Paul kijkt met veel genoegen terug op zijn deelname aan het beoordelingsteam van medici, dat vanaf de zijlijn kritisch meekeek bij het tot stand komen van het proefschrift van Dick Kruijthoff.
Het was een flinke opgave: tientallen medische gevallen stuk voor stuk grondig tegen het licht houden. Zoeken in de medische literatuur of zo’n geval al eerder genoemd werd. Discussiëren of een genezing nu wel of niet deel kon uitmaken van het onderzoek van Kruijthoff.
‘Maar de tijd vliegt als je het naar je zin hebt,’ glimlacht Rick Paul. ‘Wat wij deelden, was een ongeneeslijke nieuwsgierigheid. Die werd alleen maar groter naarmate er meer gevallen op tafel kwamen.’
In het beoordelingsteam zaten vijf specialisten uit diverse vakgebieden.
‘Wij vormden in zekere zin de toetsingscommissie. Qua insteek varieerden we van christen tot agnost. Dat verschil vond ik buitengemeen plezierig. Je achtergrond neem je ondanks je professionele kijk toch mee. Al hadden we vakmatig voldoende scepsis om de gevallen te beoordelen. Bij elke claim van een genezing na gebed vroegen we objectieve data als bloedonderzoeken, foto’s en scans op. Dat akkerden we door en bespraken we.’
Regelmatig kon een op het eerste oog bijzondere genezing toch niet medisch opmerkelijk worden genoemd.
‘We hebben gezocht naar een formulering om die boodschap te brengen aan degene om wie het ging. In één geval ging het bijvoorbeeld hoogstwaarschijnlijk om een misverstand in de communicatie. Maar je wilt mensen het geloof in het wonder dat zij ervaren hebben niet afnemen; bovendien is dat uiteindelijk ook niet aan ons. In zulke gevallen kozen we voor een voorzichtige omschrijving, ook omdat we ons vaak wel verbaasden over de andere niet-medische gebeurtenissen om de genezingen heen.’
Er bleven desondanks 11 gevallen over die de specialisten medisch opmerkelijk vonden. Zeer bijzondere gevallen, zo omschrijft Rick Paul ze.
‘Maar geen enkele viel in de hoogste categorie van onverklaarde genezing. Vreemd is dat niet. Dick noemt het ook in zijn proefschrift: in Lourdes, waar vele duizenden heen gaan voor genezing op gebed, zijn in de afgelopen twintig jaar vijf onverklaarde genezingen vastgesteld. En dan zou een Nederlandse huisarts er opeens zeventig vinden?’
Dat staat los van de vaak zeer opmerkelijke verhalen. Paul benoemt vooral de korte tijdsperiode tussen het gebed om genezing en de genezing zelf.
‘Ja, stress en andere emoties kunnen invloed hebben op een ziekteproces. Maar bij deze gevallen ging het na gebed in zeer korte tijd de goede richting op. Bijna letterlijk van het ene op het andere moment. Dat is zeer opvallend. Ook bij gevallen die uiteindelijk niet medisch opmerkelijk zijn genoemd. Een goed voorbeeld is een man bij wie een pees in de schouder was afgescheurd. Wekenlang kon hij die schouder niet gebruiken. Normaal zijn er weken, maanden van fysiotherapie nodig om alles weer te laten functioneren. Maar hij gaat naar een gebedsgenezingsdienst, voelt een warm gevoel in zijn schouder en opeens doet alles het weer. Medisch zeggen we: dat kan helemaal niet. Maar omdat bij herbeoordeling van de scans bleek dat de pees net niet helemaal afgescheurd was, hebben we deze casus toch niet als medisch opmerkelijk opgenomen.’
Overtuigingen over het al dan niet geloven in wonderen veranderden niet binnen het beoordelingsteam. De insteek was vanaf het begin puur zakelijk.
‘De basis was niet: wat geloof je, maar het medisch model dat we geleerd hebben. De verleiding was er vanzelfsprekend wel om dieper te graven. De verbazing die we ervoeren, spraken we regelmatig uit: we begrijpen er helemaal niets van. Maar de verklaring ervoor zoeken, was niet de vraag die ons was gesteld. Wij hielden ons aan onze opdracht. Dat was of de gebeurtenis toch niet vanuit en met het medische model te verklaren was. En voor de artsen die niet geloofden? Voor hen was het uitspreken van de conclusie dat een genezing niet te verklaren was veilig. Voor hen hoefde God of het geloof er niet bij gehaald te worden. De uitspraak er is meer tussen hemel en aarde dan wij vermoeden was voor hen voldoende.’
Voor Rick Paul persoonlijk stond het geloof in wonderen al vast, vanuit zijn christelijke levensovertuiging, maar ook vanuit eigen ervaring.
‘Ik heb als arts in Afrika daarvoor voldoende meegemaakt. Wat het onderzoek wel nadrukkelijk laat zien is dat genezingen niet op afroep komen. Het is geen “u vraagt en wij draaien”. Gelukkig maar. Als we er een vaste formule van willen maken, dan begeven we ons op een weg die gevuld is met teleurstellingen.’
Aan de andere kant is het bekend dat in met name behoudende christelijke kerken wonderen met de nodige scepsis worden bezien. “Dat was iets voor de beginfase van de christelijke kerk en is nu alleen voorbehouden aan het zendingsveld.” ‘Daarmee hebben we het in een kader gegoten. Maar we zijn daarin wel een stuk blijde verwondering kwijtgeraakt.’
Hij benadrukt nog iets anders: ook het gewone leven herbergt meer dan genoeg om je over te verbazen.
‘We verstrekken medicijnen en iemand herstelt. Er komt een kind gezond ter wereld. Als je weet wat er allemaal mis kan gaan, dan zijn dat ook wonderen. We zijn verleerd om het wonderlijke in het normale te zien. En nee, niet overal is een verklaring voor. Ook het proefschrift van Dick Kruijthoff geeft niet overal antwoord op. Sterker nog, zoals elk goed wetenschappelijk onderzoek zijn er na afloop meer vragen dan toen je begon. Alle weten is ten dele.’
Rick Paul was van 2001 tot 2021 longchirurg in het VU medisch centrum (nu onderdeel van Amsterdam UMC) en voor die tijd oncologisch chirurg in het Zuiderziekenhuis te Rotterdam.
Dick Kruijthoff, Onvermoed aangeraakt. Onderzoek van een arts naar genezing na gebed. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 224 pp. € 21,99. ISBN 9789043542371.
