Toegewijd bidden
Preekschets bij biddag
Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. (Matteüs 6:31)
Schriftlezing: Matteüs 6:19-23
Liturgisch kader
Biddag gaat heel wat eeuwen terug in de geschiedenis. In de middeleeuwen werden regelmatig zogenaamde ‘bededagen’ gehouden: bij een grote ramp of een oorlog werd dan een dag al het werk stilgelegd om te gaan bidden. Later, toen het protestantisme in opkomst was, kwam er meer oog voor ‘de gewone mens’ en werd er een biddag ‘voor de oogst’ in het leven geroepen. Nog weer later, toen er minder mensen boer waren en een andere baan kregen, werd de naam veranderd in ‘biddag voor gewas en arbeid.’
Biddag hoort bij dankdag, aan het eind van het oogstseizoen wordt God gedankt voor alle oogst en wat tot bloei is gekomen. Biddag kan ons eraan helpen herinneren dat we afhankelijk zijn van allerlei omstandigheden, van anderen, van God. We denken soms wel dat we de touwtjes in eigen handen kunnen houden, maar in het grote geheel ben je maar een klein radertje. Je ziet het niet altijd direct, maar God werkt op een subtiele manier door de hele geschiedenis heen.
Uitleg
Tekst in context
In de eerste helft van dit hoofdstuk geeft Jezus aanwijzingen over drie kernthema’s: aalmoes, gebed en vasten. Hij waarschuwt een paar keer niet te doen zoals de huichelaars. Dat woord werd in die tijd gebruikt voor toneelspelers, mensen die een masker droegen en zich anders voordeden dan ze waren en zo aandacht vroegen. Dit heb ik geïnterpreteerd als ‘je hoeft je niet anders voor te doen dan je bent’. Het gaat om iets tussen jou en God. Het heeft te maken met je eigen geestelijk leven en dat is niet iets wat je zou moeten gebruiken om aandacht van anderen mee te krijgen. In hetzelfde tekstdeel leert Jezus aan zijn leerlingen het gebed dat wij nu kennen als het Onze Vader.
Letterlijk en figuurlijk
In de voorbeelden die Jezus gebruikt zit steeds tegelijk iets letterlijks en iets figuurlijks. Bijvoorbeeld het verborgene waar Jezus over spreekt: dat zou een kleine ruimte in huis kunnen zijn, maar ook een teruggetrokkenheid in jezelf, in je hoofd. Het oog in de tekst van vandaag verwijst zeker naar het fysieke oog. De aandacht voor het lichamelijke lijken we in de protestantse traditie wat te zijn kwijtgeraakt. Daarover later meer. De troebelheid van het oog in de tekst heeft ook een figuurlijke kant. Iets niet meer helder kunnen zien kan ook te maken hebben met iets niet meer snappen of doorgronden.
Heldere ogen staan in deze context voor je blik gericht houden op Jezus, terwijl de troebele ogen staan voor de afleiding van hem in de vorm van materiële zaken.
Je hele lichaam gebruiken om je te richten tot God, zonder afleiding van buiten.
Onverwoestbare schat
De schat uit vers 21 is dezelfde als in Matteüs 13:44. Het is een onverwoestbare schat, in tegenstelling tot aardse schatten. Die laatste zijn niet altijd veilig. Vers 19 verwijst naar de huizenbouw in Palestina, die meestal van stro en leem gemaakt waren en dus makkelijk om in te breken. Deze schat is iets waarvoor je alles over hebt en wat al je aandacht verdient. Het is een levenshouding, die oefening vraagt, zo lijkt vers 23 ons duidelijk te willen maken. Je moet ervoor zorgen dat je helder blijft kijken, zodat duisternis je niet in zijn greep krijgt en je afhoudt van je hemelse schat. Dit lijkt erop te wijzen dat je, als je bidt, geen afleiding moet hebben.
Thomas a Kempis schrijft in dit kader over een zuivere geest hebben. Volgens hem zou je om dat te bereiken moeten leven in eenvoud en zuiverheid. Eenvoud betekent dan gericht zijn op God en zuiverheid dat je God omarmt en je ‘in Hem verheugt’.
Als je zo leeft, zegt a Kempis, zal je vrij zijn van ongecontroleerde verlangens. Uit alles wat Hij geschapen heeft spreekt de goedheid van God. Het vraagt toewijding om dat innerlijk te oefenen en daardoor uiterlijk te laten zien.
Bidden met je lichaam
In het verborgene bidden betekent volgens mij niet dat je stil in een hoekje moet gaan zitten. Dat haal ik tenminste niet uit de tekst. Juist uit de verwijzing van Jezus naar een lichaamsdeel maak ik op dat het ook iets lichamelijks is. Of misschien maak ik te veel onderscheid tussen lichaam en geest en wil Jezus met zijn voorbeelden juist laten zien dat die twee altijd samengaan.
Kees van Ekris citeert hierbij Tish Warren, die schrijft dat wie je bent, hoe je doet en hoe je je voelt niet los te maken is van het lichaam. Als zij migraine heeft, snauwt ze automatisch sneller tegen haar kinderen. Tish Warren leerde door het ervaren van lichamelijkheid ruimte te maken voor God. Door haar chronische pijn leerde ze via haar lichaam over de breekbaarheid van het leven en de dood, de sterfelijkheid die zo met het leven verbonden is. Wakker liggend in de nacht leerde ze over vertragen en hoe dat haar leerde niet aan God voorbij te lopen in de haast van het leven. Warren beschrijft dit als de ruimte in ons waardoor Christus kan werken, aldus Kees van Ekris. Die ruimte creëer je door volharding en trouw, stille en ongeziene gebaren.

(Beeld: Pixabay)
Aanwijzingen voor de prediking
Een biddagviering geeft mijns inziens ruimte voor een vrije invulling. Aangezien bidden een handeling is, zou ik ervoor willen pleiten om het (samen) bidden meer ruimte te geven dan een (lange) preek. Wil je toch een preek houden, zou ik niet zoveel voelen voor een leerpreek, maar meer voor het ruimte geven aan persoonlijke reflectie. Dat kan door vragen te stellen, die je niet zelf beantwoordt maar bij je hoorders laat. Daarbij is een koppeling denkbaar tussen de tekst en het thema biddag in het algemeen.
Denkend aan de huichelaars: op social media ligt de nadruk juist wel vaak op lichamelijkheid, of uiterlijk vertoon. Het gaat om zien en gezien worden, maar wie ziet hoe het leven achter al die mooie plaatjes is? Met de opkomst van AI wordt de vraag wat nog echt is steeds relevanter.
Om dan nog, zonder afleiding, gericht te blijven op God in je leven en in gebed vraagt daarom oefening. En is een kerk dan niet een uitgelezen plek om dat samen te oefenen? Een geleide meditatie of Lectio Divina zou een plek kunnen krijgen in de biddagviering.
Gezien de richting die de tekst lijkt te wijzen naar zonder afleiding bidden, lijkt het me goed om te beginnen met het zoeken van de stilte.
Door de eeuwen heen is de kerk altijd een gemeenschap van biddende mensen geweest. Mensen die woorden hebben gezocht bij allerlei gebeurtenissen en emoties. We kunnen putten uit een hele bibliotheek aan bestaande gebedsteksten. Ook als je zelf geen woorden kunt vinden om te bidden, zijn er gebeden die anderen al geschreven hebben die je kunt gebruiken.
In de viering kan je gebeden uit verschillende tradities (samen) bidden. En het ultieme gebed is misschien wel het Onze Vader, het gebed dat Jezus zelf ons leerde. Om ook iets lichamelijks te ervaren kan je een knielende houding aannemen bij een gebed.
Voorbeeldvragen die je in je preek zou kunnen verwerken:
- wat heb jij nodig om je volledig op God te kunnen richten (in je gebed)?
- welke afleidingen ervaar jij in je (gebeds)leven en wat heb je nodig om die los te laten?
- wat wil jij dat de komende tijd tot bloei komt?
Ideeën voor kinderen en jongeren
We bidden in de kerk meestal met woorden. Dat past niet bij elk kind. Je zou de gelegenheid kunnen geven om kinderen te laten tekenen waar ze voor willen bidden.
Omdat een volle kerk voor sommige kinderen te veel prikkels heeft om zich te kunnen concentreren, kan je een bidhoekje in een aparte ruimte inrichten met zachte kussens, gedimd licht en noise cancelling koptelefoons.
Liedsuggesties
- Psalm 62
- LB 836
- LB 894
- LB 1006 (het Onze Vader gezongen)
- Opwekking 464
- Opwekking 717
Esther de Vegt is kerkelijk werker voor Kerken met Vaart in Nieuw-Amsterdam, Erica en Klazienaveen. Zij richt zich daar op de mensen tot 50 jaar, zoekt met en voor hen naar andere vormen van vieren en pastoraat en hoe we ‘kerk naar buiten’ kunnen zijn in de drie dorpen.
Geraadpleegd
A Kempis, T. (2016) De navolging van Christus. Kok.
Peels, H.G.L., Van Houwelingen, P.H.R. (2013) Studiebijbel in perspectief. Nederlands Bijbelgenootschap.
Van Ekris, K. (2023) Moderne profeten. Ware woorden. Brandaan.