Bloeien in het donker
Kerstliederen zingen van bloemen en bloeiende bomen, midden in de winternacht. Het klinkt prachtig, maar is het wáár? Kan dat: bloeien in de nacht? Als het niet mee zit, als het niet stralend licht is maar donker?
Kerstliederen zingen van bloemen en bloeiende bomen, midden in de winternacht. Het klinkt prachtig, maar is het wáár? Kan dat: bloeien in de nacht? Als het niet mee zit, als het niet stralend licht is maar donker?
Wie het kerstevangelie uit Lucas hardop voorleest, is na een paar woorden al bij keizer Augustus. Houd dan meteen even stil! Dan hoor je zijn legers voorbijkomen, dreunende laarzen en soldatenliederen. Zij brengen de boodschap dat zijn macht overal op aarde vrede brengt. Je hoort hoe de keizer met militair geweld geschiedenis schrijft en hoe die ons daarbij wil inschrijven! Je hoort het en huivert. Het zal toch niet waar zijn?
‘Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door helder licht beschenen’ (Jesaja 9:1). Al te gemakkelijk is het om op Kerstavond deze regels te verbinden met hartje winter en de donkere winteravond, en het oergevoel dat komt met de viering van de zonnewende. Er komen andere tijden! Het donker gaat wijken en het licht is bezig door te breken.
Het is altijd weer een uitdaging om de vreugdevolle tijding van Kerst te verkondigen vanuit het Johannesevangelie. Hier horen we immers geen geboorteverhaal met alle vertedering die daarbij hoort. In het Johannesevangelie gaat het om een woord (Gr.: logos; Hebr.: dabar) dat werkelijkheid (vlees) wordt en daardoor de duisternis van deze wereld verlicht. Ons theologen ligt dan het woord ‘incarnatie’ in de mond bestorven, maar wat bedoelen we ermee?
Hoveling Damocles prees koning Dionysius gelukkig met zijn heerlijkheid. Daarop bood deze hem aan, mee te genieten aan zijn banket. Dat aanbod aanvaardde Damocles direct. Hij smulde naar hartenlust (alsof hij aan een kerstdiner zat), tot hij een zwaard boven zich ontdekte. Koning Dionysius had het boven hem laten ophangen aan een paardenhaar. Zó precair is een leven in weelde, liet de koning de vleier fijntjes voelen. Toen kon Damocles er toch niet meer zo van genieten.
Lucas 2:21 is de kortste evangelieperikoop die in het gemeenschappelijk leesrooster voorkomt. Tegelijkertijd valt hij op vanwege wat er met Jezus gebeurt, zeker vanuit het perspectief van een maatschappij die steeds weer met de gedachte speelt om jongensbesnijdenis te criminaliseren.
In dit Theologisch drieluik staat kindertheologie centraal. Kindertheologie is een visie op de ontmoeting tussen kinderen, de Bijbel en geloof, en opvoeders. Kindertheologie vindt meer en meer haar weg in de wereld van geloofsopvoeding en geloofsdidactiek. Ik draag kindertheologie een warm hart toe en laat mij er door inspireren. Dat deel ik graag met je in deze drie blogs.
De eerste zin van een boek is belangrijk. Een goede eerste zin eist de aandacht op en maakt nieuwsgierig naar wat volgt. Sommige eerste zinnen zijn beroemd geworden, zijn zelfs deel gaan uitmaken van ons collectief geheugen. Zo weet u zeker wie deze bekende openingszin schreef: “Ik ben makelaar in koffie en woon op de Lauriergracht no. 37.”
Niet alleen kijken wij naar de icoon, maar de icoon kijkt óns aan. Een uitleg over iconen en over de kersticoon in het bijzonder.