Kindermoment Herkenning – Onderweg
Bij Genesis 28, 10-22 en Lucas 24,13-35
Uit de bijbel
De kans is groot dat je tijdens een retraite of conferentie zo’n wandeling hebt gemaakt: een Emmaüswandeling. Als tweetal word je op pad gestuurd met een vraag of een gedachte, om – na een korte bezinning in stilte – in gesprek te gaan over die vraag. En al gaande het gesprek is er de hoop en verwachting, dat de ongenoemde d/Derde zich bij het tweetal voegt. Al pratende ontdek je dat er meer is dan de som van de twee individuele gedachten. Een verrijkende ervaring met een verwijzing naar dit bijbelverhaal.
Lucas toont ons twee leerlingen, Kleopas en … Ze zijn samen op weg naar Emmaüs voor de nacht. Een reis van 60 stadiën1 (1 stadie is 607 voet = 192 meter, totaal 11,5 km, afmeting van de renbaan) vanaf Jeruzalem. Gezien de korte afstand tot Jeruzalem zullen de leerlingen vermoedelijk van plan zijn daar de nacht door te brengen om de volgende dag weer naar Jeruzalem terug te keren voor het Feest van de Ongezuurde Broden, een feest dat meerdere dagen besloeg. De leerlingen zijn op weg naar hun nachtverblijf en nemen samen de gebeurtenissen van de afgelopen dagen door.
Hoewel er in dit tekstgedeelte veel wordt gesproken en gezegd, gaat het vooral om de bewegingen die worden gemaakt. De wandeling van de twee, waar de derde zich bij voegt (vers 15). De nodiging aan de derde om vooral niet door te lopen, maar bij hen te blijven (vers 29). Het breken en de deling van het brood (vers 30) en dan pas gaan hun ogen open. In fasen wordt het geheim van de Opgestane, de Levende aan hen onthuld. Eerst is hun blik vertroebeld (bijbels beeld voor beperkt zicht op de werkelijkheid), pas in vers 31 worden hun de ogen geopend.
De bewegingen die Jezus maakt, hebben tot doel de leerlingen weer terug te brengen bij de belofte van de Opgestane. Jezus sluit zich aan bij de leerlingen en later ook bij hun gesprek. Hij luistert wat hen beweegt, om vervolgens de woorden van de Schrift voor hen te duiden en zo de bijbelse boodschap te ontsluiten. Pas in het breken van het brood wordt de nieuwe werkelijkheid van Pasen ontsloten. Prachtig hoe vers 33 dat dan zegt: ‘Vervolgens stonden zij op’.
Met de kinderen
De vorige zondag op eerste paasdag begon de jaarlijkse telling van de paastijd. Van Pasen tot op de vijftigste paasdag Pinksteren gevierd wordt want dan is Pasen vol.
De zondagen tussen Pasen en Pinksteren hebben allemaal het thema ‘Herkenning’ meegekregen – telkens met een ander accent.
Vandaag is dat: onderweg. Onderweg naar Emmaüs ontmoeten twee leerlingen een man die hun alles uitlegt – pas in wat hij doet, herkennen ze Jezus.
In de kerk
Als voorbereiding kun je een paar mensen in de kerk vragen een attribuut mee te nemen dat bij hun beroep hoort. Denk aan een politiepet, een koksmuts, een doktersjas (met stethoscoop). Je kunt ook alleen de attributen meenemen, of foto’s laten zien via de beamer.
Voorganger:
Laatst was ik in ….. gastpredikant. Ik was er nog nooit geweest. Omdat ik een beetje laat was, had ik mijn toga/gebedsmantel al in de auto aangetrokken. Ik stopte aan het begin van het dorp om de weg te vragen aan een mevrouw die daar liep. Ik draaide het raampje van de auto open en ze zei meteen: ‘Goedemorgen dominee’. Nou vraag ik je toch! Hoe wist ze nou dat ik dominee was?
De voorganger gaat hierover kort een gesprekje aan met de kinderen.
Soms kun je aan de buitenkant dus zien wat mensen doen, welk beroep ze hebben. Je herkent ze meteen.
Een voor één komen de mensen die gevraagd zijn naar voren of je laat de foto’s of de attributen zien.
Om welk beroep gaat het?
Waar kun je dat aan zien?
Extra: gebed
Goede God,
als ik de stem hoor van mijn vader,
weet ik dat hij het is –
zonder dat ik hem zie.
Als ik de parfum ruik van mijn moeder,
weet ik dat zij het is –
zonder dat ik haar zie.
Als ik de natte neus voel van onze hond,
weet ik dat het Bruno is –
zonder dat ik hem zie.
Hoe kan ik u herkennen, God,
als ik u niet zie?
Heeft u een stem?
Kan ik u ruiken of voelen?
Help mij, God,
te vertrouwen dat u er bent,
ook al kan ik u niet zien,
en kan mijn neus u niet ruiken;
ook al voelen mijn handen niets
en blijft het in mijn oren stil.
Bij Genesis 28:10-22 en Lucas 24:13-35