Kindermoment Het komt goed
8e zondag van de herfst
Genesis 41:37-46
Jozef geeft een prima advies aan Farao. Uit dankbaarheid mag hij onderkoning worden.
De sleutelachtige navertelling sluit aan bij Allerzielen, maar ook bij de vraag uit het Lucas-evangelie hoe het zal zijn na je dood en bij wie je dan hoort als je meer keren getrouwd bent geweest.
Uit de Bijbel
Jozef geeft niet alleen uitleg van de dromen van de farao maar knoopt er ook een advies aan; u weet wat er gaat gebeuren (het besluit van God staat vast) dus: zet graan opzij. Niet alleen het advies voorraden aan te leggen, maar ook om het in eigen hand te houden.
Hij houdt heel praktisch rekening met het menselijk gedrag: als het goed gaat denk je niet aan later. De farao overlegt met zijn raad en ze komen tot de conclusie dat je niet snel iemand vindt met Gods geest en die tegelijkertijd wijs en verstandig is. Jozef krijgt daarom het beheer over het paleis. Van het beheer over het huis van Potifar via het beheer in de gevangenis nu naar het beheer over het land. De farao wil zelf die verantwoordelijkheid niet. Hij maakt Jozef tot onderkoning. Jozef krijgt zelfs de zegelring: dat wil zeggen de uitvoerende macht, Hij krijgt de eerbewijzen die bij die functie horen en wordt door het land gereden en zo voorgesteld aan het volk als degene die het voor het zeggen heeft: eerbied!
Jozefs Egyptische naam wil zoveel zeggen als’ de god heeft gezegd, hij zal leven’. De farao treedt ook nog op als een vader en regelt een huwelijk voor hem met Asnath, ‘zij behoort aan de god’, dochter van een priester. Nadat Jozef onderkoning is geworden op de leeftijd van dertig jaar (een messiaanse leeftijd), gaat hij aan het werk: hij reist het land door om te zorgen dat gebeurt wat hij adviseert. Het voedsel wordt in regionale centra opgeslagen.
De opmerking dat het graan niet te tellen is, duidt erop dat bij grote hoeveelheden men in moeilijkheden kwam, omdat men geen getallen kende maar letters gebruikte om een getalswaarde aan te duiden,
In de kerk
-
Neem een doosje mee. Vraag de kinderen of ze wel eens piekeren.
-
Voorganger: ‘Piekeren begint zodra je wilt dat dingen anders zijn dan ze nu zijn. Het is een soort stemmetje in je hoofd. Ik pieker ook wel eens bijvoorbeeld of mijn preek wel goed genoeg is of, of ik wel genoeg aandacht geef aan mensen. Jullie kennen dat vast ook wel als je denkt: Ken ik mijn huiswerk wel goed? Of zou de hond nog beter worden?’
-
(de kinderen mogen vertellen waar ze wel eens over piekeren, maar dat hoeft niet)
-
Laat het doosje zien en vertel dat het jouw piekerdoosje is.
Voorganger: ‘Als ik steeds aan dezelfde dingen blijf denken of me zorgen maak, als ik niet op kan houden met piekeren, stop ik die gedachten gewoon in dat doosje. Dat doosje staat in mijn kamer, zo dat ik het kan zien. Van een afstandje. Dat helpt.’
Meer informatie op www.kinderdienst.nl