Kindermoment Jij hoort erbij
13e zondag van de zomer
Exodus 32:7 – 14 en Lucas 15:1 – 10
Vandaag horen we over terugvinden wat verloren was en de blijdschap die dat geeft. Wat weg is, wordt gezien.
Uit de Bijbel
Het gaat in dit gedeelte over zondaars. Zondaars zijn mensen die hun doel missen, de minkukels, de verliezers in onze ogen. Zondaars zijn mensen die de verkeerde keuzes maken, bewust of onbewust en we moeten ons niet verbeelden, dat wij dat nooit doen.
Jezus zegt nu juist: Wie achter is, mag voorgaan. Hij eet met tollenaars en zondaars en dat is moeilijk te verteren voor de Farizeeën en Schriftgeleerden en misschien ook wel voor ons. Jezus houdt ons een spiegel voor. Verplaats je eens in de situatie van de verliezers, lijkt hij te willen zeggen. Jij zou toch ook blij zijn als je terugvindt, wat verloren was? Hoe lang kunnen wij niet zoeken naar een puzzelstukje dat ontbreekt. Zonder dat stukje komt de puzzel niet tot zijn recht, mist die zijn doel.
Jezus gebruikt beelden uit het dagelijks leven. Je kudde is toch niet compleet als dat ene schaap ontbreekt? God is als een herder die zich verheugt over elke ‘zondaar’ die terugkeert. God zet de deur wijd open, juist voor mensen die fouten maken, die zich omkeren en hun leven anders willen gaan leven. De herder maakt zich druk om dat ene schaap. De anderen zijn toch al ‘binnen’.
In de gelijkenis van het verloren schaap staat nergens dat het schaap roept om de herder. Het is bewust of onbewust afgedwaald en heeft het misschien zelf nog niet eens door. In de gelijkenis van de drachme wordt het nog eens onderstreept. Een drachme kan ook niet roepen om gevonden te worden.
In het Rooms-Katholieke lectionarium komt ook de gelijkenis van de verloren zoon aan bod. De zoon maakt zich los van de vader. De vader laat hem gaan, maar blijft naar hem uitzien. De jongste is gul en raakt al zijn geld kwijt. De oudste suggereert bij terugkomst van de jongste, dat ‘die zoon van u’ het vermogen verkwanseld heeft aan de hoeren’. Hij kan niet blij zijn om zijn broer die ‘dood was en weer tot leven is gekomen’. De oudste komt niet binnen en wordt daarmee op zijn beurt een verloren zoon. Wij kunnen kennelijk moeilijk van onszelf afzien naar de ander die ons nodig heeft.
In de kerk
Laat een foto van een boom zien (als het kan op de beamer). Zien de kinderen hoeveel bladeren aan die boom hangen? Zijn ze te tellen? Laat de bladeren goed bekijken. Zijn ze allemaal hetzelfde? Of verschillen ze van vorm, kleur, dikte, grootte? Toch zijn het allemaal bladeren van één boom. Ze horen allemaal bij die ene boom.
Zo is het ook met mensen. Ieder mens is weer anders, niemand is helemaal hetzelfde, maar we horen wel bij God. Voor God zijn we allemaal bijzonder. We horen er allemaal bij.
Meer informatie op www.kinderdienst.nl.