Korte Metten: Wie ben ik als ik niet werk?
“Wie ben ik als ik niet werk?” Die prangende vraag stond centraal tijdens een gespreksavond in Antwerpen, georganiseerd volgens het Estuary-protocol. Een zorgvuldig vormgegeven gespreksvorm waarin mensen in een kring zitten, thema’s pitchen, en dan één vraag kiezen om samen uit te diepen. Estuary draait niet om debat of profilering, maar om je al luisterend en sprekend te verdiepen in elkaars leefwerelden.
De winnende vraag kwam van een dominee die binnenkort met emeritaat gaat. En dat is geen detail, want dominee is niet zomaar een baan. Predikant, dat bén je. Met toga, kansel en microfoon, maar ook daarbuiten. Dominee zijn is een roeping, een missie, een identiteit.
Zelfs een protestantse predikant blijft een passant
Toch heeft de protestantse dominee in tegenstelling tot de rooms-katholieke priester geen ambt voor het leven. Een predikant blijft een passant. Een dominee is iemand die samen met een gemeente bouwt aan een kerk, en daar de sfeer en klankkleur bepaalt — en dan op een dag weer vertrekt. En ja, dat roept vragen op. Niet alleen bij de gemeente, die soms vergeefs naar opvolging zoekt. Maar ook bij de dominee zelf. Waarom staan we bij dat laatste eigenlijk nauwelijks stil?
Een emeritaat is zoveel meer dan stoppen met werken. De afscheidnemende predikant laat een vertrouwde gemeenschap los, een dragende functie, een pastorie en misschien zelfs een woonplaats. Ondertussen krijgt wie met pensioen gaat, steevast dezelfde vraag te horen: “Wat ga je doen?” Zelden luidt de vraag: “Wie ga je zijn?” En dat is een wereld van verschil.
We leven in een samenleving waarin de eerste kennismakingsvraag bijna altijd is: “Wat doe je?” Alsof dat meteen duidelijk maakt wie je bent en waar je staat. Maar wat als je (tijdelijk) geen betaald werk hebt? Dan bekruipt je al snel het gevoel niet volledig mee te draaien in de samenleving. Of erger nog: geen volwaardig mens te zijn.
Werk: niet langer een fundament voor het leven
Tijdens ons gesprek passeerden verschillende levensverhalen de revue. Dat van de jonge vader die behendig anticipeerde op het gekonkel in een hiërarchische organisatie. De vijftiger die na jaren trouwe dienst zijn baan verloor en de ICT verruilde voor de zorg. Verhalen van succes en verlies, maar vooral verhalen die duidelijk maakten dat werk geen solide fundament meer is. Geen levensverzekering van adolescentie tot pensioen, zoals eerdere generaties dat nog kenden.
In onze moderne samenleving is werk zelf de passant geworden.
Zoals Heraclitus al zei: alles stroomt. Maar dat is niet het probleem. Het werkelijke probleem ontstaat wanneer we dat wat stroomt tot ons fundament maken. Wanneer we onze identiteit bouwen op iets tijdelijks. Als onze baan de maatstaf wordt waarmee we onszelf en anderen beoordelen. Wanneer we onszelf uitputten alsof carrière de ladder naar de hemel is — en er buiten dat universum geen leven bestaat.
En hoeveel mensen belanden niet in een identiteitscrisis zodra het werk wegvalt – bijvoorbeeld door ziekte of ontslag? Of raken de moed kwijt als hun inspanningen door de samenleving niet als ‘werk’ worden meegeteld?
“Wie ben je als je niet werkt?”
Het is een prangende vraag, juist nu, in een tijd waarin functies verdwijnen, kansels leeg blijven en loopbanen steeds minder lineair zijn. Een tijd waarin mensen zich omscholen, vrijwillig of noodgedwongen. Maar waarin het idee dat onze functie onze identiteit bepaalt, nog altijd hardnekkig heerst.
Ook zelf kon ik erover meepraten. Zeven jaar lang zorgde ik als moeder fulltime voor mijn vier zoons. Vandaag ben ik theoloog, journalist en PhD-onderzoeker. Nog altijd dezelfde persoon, maar dat is niet hoe de wereld me ziet. Over zestien jaar, aan de vooravond van mijn pensioen, dient de vraag zich onherroepelijk opnieuw aan.
Wie ben ik als ik niet werk?
In het beste geval betekent dat: minder functie en meer mens. Maar dit is geen vraag die we moeten bewaren voor later, als een hersenkraker voor na het pensioen. Eigenlijk is het een vraag die we onszelf steeds opnieuw zouden moeten stellen — juist in een samenleving die razendsnel verandert. Want een identiteit die rust op werk, is wankel. En onze baan, hoe betekenisvol ook, is uiteindelijk een voorbijganger. Net als zelfs de meest welsprekende preektijger op de kansel.
Kelly Keasberry (1948) is journalist, religiewetenschapper en theoloog.