Menu

Premium

Meer dan er staat

Bij Johannes 1,1-14 / Johannes 1:1-14

Inleiding

Vertel de kinderen dat je soms iets zegt terwijl je iets anders bedoelt. Bijvoorbeeld:

Als je vader zegt: ‘Eet je brood op,’ dan snap je dat hij niet alleen je brood bedoelt, maar ook je beleg.

En als je moeder zegt dat je naar bed moet, ga je haast vanzelf eerst je pyjama aandoen en je tanden poetsen en niet zomaar met je kleren aan in bed liggen.

In de Bijbel wordt soms ook méér bedoeld dan er wordt gezegd. Zo staan in het stukje dat we vandaag lezen een heleboel zinnen die méér bedoelen dan er staat. Eigenlijk gaat het over Jezus, maar Johannes wil dat je denkt aan alles wat bij Jezus en bij God hoort. Hij zou willen dat het is als met ‘brood opeten’ en ‘naar bed gaan’: dat je vanzelf snapt waar het over gaat als je het hoort. Alleen is hij ook een beetje bang dat we dat vergeten en daarom legt hij het uit.

Kaarsengedicht

Steek bij elke strofe één kaarsje aan en bij het laatste een heleboel kaarsjes.

In het begin zei God:

Licht moet er komen,

want het is hier te donker!

En er was licht.

Later zei God:

Iemand moet het uitleggen,

want mensen snappen het niet!

En na wat mooie woorden

ging hun een licht op.

Er kwamen mensen,

die vonden het leven te zwaar

en de wereld te slecht!

Alles moest beter.

En ook zij brachten licht.

Toen kwam er een kleintje,

een kindje, goed en waar!

Alles werd beter,

de mensen begrepen

hoe zij licht konden zijn

voor elkaar.

Ze noemden hem Kerstkind,

Messias en Jezus,

soms God en ook Geest,

hun Koning en Heer.

maar hoe het ook zij,

hoe Hij ook heette,

ze bedoelden het goed,

en Hij is nog veel meer.

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken