“Mijn rol is niet om me overal geliefd te maken”
In gesprek met ecotheologe Kelly Keasberry
Aan de start van het nieuwe jaar had Martine Meijers een ontmoeting met ecotheologe, journaliste, voormalig ziekenhuispastor en moeder van vier, Kelly Keasberry (Zaanstad, 1975). Kelly maakt zich sterk voor het bewustzijn dat het aanpakken van de meervoudige ecologische crisis niet begint bij zonnepanelen en consuminderen, maar bij een mentale verandering. Een gesprek met een ontwortelde pelgrim, voor wie verhalen de rode draad zijn.
Je bent zeer gedreven in jouw taak om vanuit de theologie, de meervoudige ecologische crisis anders te bekijken en je visie te delen met anderen. Klopt dat?
“Ja, dat klopt, ik denk dat we toe moeten naar een werkelijke transformatie van ons wereldbeeld, in plaats van de bestaande orde met een groen sausje te overgieten. Een wereldbeeld van onderlinge verbondenheid, dat niet bij een concept blijft, maar dat je echt leeft en in de praktijk brengt. En waarbij kwetsbare ontmoeting cruciaal is.”
Wat kenmerkt jou als persoon?
“Dat is een goeie. Ik was een dromerig meisje dat heel veel van de natuur hield en eindeloos kon dwalen door de bossen.”
“Ik weet nog dat ik als kind een keer verdwaald ben in een bos. Ik was met een nichtje aan het spelen en ik zei, ‘Ik kom straks zelf wel naar huis, ga jij maar alvast’. Ik raakte de weg kwijt, maar was helemaal niet bang of verloren; ik voelde me juist zo thuis op dat moment. Je kon allerlei paadjes volgen, bomen leken op elkaar maar waren toch ook allemaal weer anders. Ik verwonderde en amuseerde me. Terwijl iedereen ondertussen heel erg bezorgd was natuurlijk”, lacht ze. “Het is uiteindelijk goed gekomen: er kwam een boswachter voorbij die me achter op de fiets weer veilig terugbracht.”
Ik raakte de weg kwijt, maar was helemaal niet bang of verloren; ik voelde me juist zo thuis op dat moment
“Maar ik denk dat dat me kenmerkt. Al vanaf mijn kindertijd was ik dromerig en fantasievol, ik schreef altijd heel graag en de natuur had een bijzondere betekenis voor mij.”
“Als kind had ik een boek, dat ging over een meisje dat toegang had tot een geheime wereld onder een boom. Tussen de wortels vond ze dan telkens een opening tot die geheime wereld boordevol mysterie en wonderden. Maar ze werd gewaarschuwd: ‘Dit is een heel mooie wereld, maar op het moment dat je achttien wordt, zul je de ingang niet meer kunnen vinden’. Op haar achttiende verjaardag rende ze naar buiten, naar de boom, en vond de grond tussen de wortels gesloten.”
“Het was mijn lievelingsboek. Ik heb er later nog naar gezocht, maar heb het nooit meer terug kunnen vinden. Misschien ook wel heel tekenend. Ik heb het mijn moeder gevraagd, maar zij wist zelfs niet over welk boek het ging. Net of het boek verdwenen was, even mysterieus als het verhaal zelf.”
“Ik dacht toen”, voegt Kelly lachend toe: ‘Misschien moet ik dat verhaal zelf eens gaan schrijven’.”
Ga je dat ooit doen?
“Ik denk er inderdaad weleens aan om proza te gaan schrijven. Afgezien van mijn werk over integrale ecologie is dat ook wel iets dag nog in me leeft: proza, verhalen. Maar dat wordt eerder na mijn pensioen, nu voelt de taak van de ecotheologie nog te dringend. Het andere komt misschien later.”
Kun je iets vertellen over de plaats van religie binnen het gezin waarin je opgroeide?
“Ik heb altijd wel een godsbesef gehad. Mijn moeder is katholiek. Ze groeide op als schipperskind, in een groot gezin. Als kind ging ze naar een schippersinternaat, geleid door nonnen. Helaas gebruikten die religie als middel om de kinderen bang te maken, om hen zodoende gehoorzaam te laten zijn. Mijn moeder was een gevoelig kind, voelde ook sterk de afwezigheid van haar ouders die haar wellicht hadden kunnen beschermen. De religieuze angstbeelden waarmee ze opgroeide, waren traumatisch voor haar. Ze nam zich voor: ‘Ik ga mijn kinderen daar niet mee grootbrengen, ik wil ze daartegen beschermen.’ Toch was het geloof altijd wel aanwezig, ergens. Ze hield van de rooms-katholieke traditie, en nog steeds. Mariabeeldjes, crucifixen, je voelde wel die aanwezigheid. We kwamen vrijwel nooit in de kerk, maar de verbinding daarmee was er toch wel, ook vanwege de pastoor in wie ze vertrouwen had.”
De religieuze angstbeelden waarmee ze opgroeide, waren traumatisch voor mijn moeder. Ze name zich voor: ‘Ik ga mijn kinderen daar niet mee grootbrengen
“Mijn vader komt uit Indonesië, en draagt het trauma van het jappenkamp met zich mee. Zijn vader, mijn opa Franciscus, werd indertijd gevangengenomen en moest als dwangarbeider werken aan de Birma-spoorlijn. Birma heet nu Myanmar.”
“Mijn opa was katholiek en bad iedere avond op zijn knieën voor zijn bed. Mijn beide grootouders kwamen uit Nederlands-Indië en waren van gemengde afkomst: Indonesisch – Nederlands. Indo’s: een volk voortgekomen uit verbintenissen tussen Javaanse vrouwen en Europese mannen.”
“Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1945 – internationaal pas erkend in 1949 – veranderde de positie van mensen van ‘gemengd bloed’ drastisch. Vaak waren ze niet meer gewenst, ook al was het hun land en hoorden ze er thuis. Het klimaat werd op een bepaald moment zo grimmig dat mijn grootouders zijn gevlucht en ontworteld raakten. Ze voelden zich niet thuis in hun eigen land en ook in hun nieuwe land. Ze moesten leren omgaan met het trauma van oorlog én migratie. Dat is overleven; ik denk dat er toen heel weinig ruimte voor geloofsbeleving was.”
“Toch waren er altijd wel bepaalde rituelen, was er een bepaalde spiritualiteit. Je had bijvoorbeeld de koempoelan*, een gezellig samenkomen van familie. Dat gebeurde altijd rond een rijsttafel: witte of gele rijst met daaromheen een ring van gerechtjes. Later besefte ik: ‘Dit lijkt op de eucharistie’.”
“En dan had je de selamatan**, dat was echt ook heel feestelijk. Selamat is eigenlijk een soort zegen. Soms huurden we dan een ruimte af, en de rijsttafel stond centraal. Familiefeesten of belangrijke gebeurtenissen werden zo gevierd. Mijn opa en oma hadden vaak een huis vol mensen. Het eten werd opgediend op tafel en de mensen zochten een plekje met een bord op schoot.”
“Die cultuur was nog sterk aanwezig toen ik opgroeide. En ook de mystiek van de natuur droegen mijn tantes in zich. Ze konden urenlang verhalen vertellen over het vroegere Indië waarin de natuur, die doordrongen was van de zogenaamde Stille Kracht, een hoofdrol speelde.”
De ontworteling die jouw vader ervaren heeft, had die ook invloed op jou?
“Ja, toch wel. Het is niet gemakkelijk om met zo’ n verscheurdheid te leven. Dingen die voor anderen vanzelfsprekend zijn, zijn dat voor jou niet. Je bent nooit ergens volledig thuis. Aan de andere kant kan het je ook leren waar je wel in geworteld bent. Juist door die ontworteling heb ik mezelf leren omarmen als een pelgrim. De Marokkaanse schrijver Hafid Bouazza kon heel mooi vertellen over ontworteling, die hij als zijn thuis beschouwde. Een van zijn bekendste quotes is: ‘Leve de ontworteling! Leve de thuisloosheid! Leve de ongebondenheid! Leve de verbeelding!’ Want hij besefte dat zijn boeken nooit zo mooi hadden kunnen zijn, als hij niet ontworteld was geweest. Al schrijvend schreef hij zichzelf thuis. Dat heeft me zo geraakt.”
Juist door die ontworteling heb ik mezelf leren omarmen als een pelgrim
“En hij omarmde ook heel bewust dat nomadische in zichzelf. ‘Want’, zei hij, ‘dat is een goudmijn voor een schrijver’.”
“Weet je, mensen kunnen hun leven lang op dezelfde plek zijn en zich toch niet thuis voelen, dus dat is geen garantie. Misschien zijn we pas werkelijk thuis als we bereid zijn onze maskers te laten vallen en elkaar te ontmoeten in openheid en kwetsbaarheid. ”
“Als je letterlijk op pelgrimage gaat, wat ik heb gedaan, dan ontmoet je allerlei mensen, en iedereen neemt zijn eigen verhaal mee. Je kent dat verhaal niet, maar je wandelt gewoon een stukje met elkaar mee, en deelt als je wilt dat verhaal. Je komt dan een stukje thuis bij elkaar. Want die ander kan jou ook herinneren wie je ten diepste bent, en dat spiegelen, dat is heel waardevol. Wat op zo’n pelgrimage gebeurt, dat zijn elke keer kleine wonderen. Op het moment dat ik jou ontmoet en je me iets vertelt dat resoneert, en ik zeg misschien net iets wat jou raakt op dat moment, dan kan jij dat meenemen voor de rest van je leven, als een klein steentje. Of omgekeerd. Dat is een beetje thuiskomen bij elkaar.”
Jouw verbinding met de natuur, en met verhalen en mystiek, is dat een deel van jouw Indonesische erfenis?
“Jazeker. Maar ik heb van beide kanten wel een bepaald ecologisch bewustzijn meegekregen, ook via mijn moeder. Als schippers leefden mijn grootouders grotendeels buiten. Mijn opa van moederskant, die ik nooit gekend heb, was een enorme fan van de Enkhuizer Almanak. Ik weet niet of je die kent, maar het is een boekje met praktische informatie, voorspellingen en astronomische gegevens zoals over de stand van zon en maan, wanneer het eb en vloed is, allemaal gebaseerd op boeren- en schipperswijsheid. Zeg maar, om de tekenen van de natuur te herkennen. En ja, mijn grootvader leefde daarmee. Hij had als schipper een echte verbondenheid met de natuur. Dat was voor hem ook spiritueel.”
Je hebt masters behaald in theologie en journalistiek, en bent op dit moment betrokken bij het project “Existential challenges of planetary health”. De existentiële uitdagingen van planetaire gezondheid, dus. Wat is je taak daarin?
“Als onderzoeker bestudeer ik antropocentrisme en integrale ecologie binnen het jodendom, christendom en de islam. Ik focus op Maimonides vanuit het jodendom, Sint Franciscus vanuit het christendom, en Rumi vanuit de islam. Dat zijn drie middeleeuwse denkers die een sterk holistisch wereldbeeld hadden, een wereldbeeld van onderlinge verbondenheid. Daarbinnen ga ik op zoek naar aanknopingspunten voor integrale ecologie en naar inspiratie voor de verandering die we daarin doormaken. De verandering die we vandaag nodig hebben om weer te komen tot ecologisch bewustzijn.”
“Ik doe dat niet alleen, want er zijn meerdere onderzoekers actief binnen het project. Zij onderzoeken bijvoorbeeld het apostolisch genootschap, het humanisme, en de christelijke mystiek. Denk bij dat laatste aan Hildegard van Bingen. En er zijn ook kunstenaars aangesloten bij onze onderzoeksgroep.”
Wat willen jullie praktisch gaan doen om mensen te bereiken met het onderzoek?
“Een bewustwording brengen. Wij zien onszelf als een inventieve onderzoeksgroep. We brengen onze inzichten actief in de wereld. We geven lezingen op allerlei plaatsen, organiseren workshops voor beroepsverenigingen bijvoorbeeld, maar denk ook aan publicaties in tijdschriften. En ik ben ook van plan er een boek over te schrijven. Dus we zijn heel zichtbaar in wat we doen.”
“Integrale ecologie is meer dan een onderzoeksveld: het is een uitnodiging tot bewustwording die inspireert tot gedragsverandering. En ja, ik vind zeker dat we innovatief en bruisend bezig zijn. Geen wereldvreemde onderzoekers die alleen achter hun bureau zitten in ieder geval.”
“Je plant zaadjes van bewustwording, dat is wat we doen. En die zaadjes gaan mensen dan op hun manier weer uitdragen.”
Is dit project je vervulling, mag ik dat zo zeggen?
“Ja, dat kun je wel zo zeggen. Terugkijkend is het altijd in mij aanwezig geweest. En het zocht de juiste bedding om te groeien. De tijd is nu ook rijp, en dat is heel belangrijk.”
Waarom denk je dat de tijd rijp is?
“Veel mensen hebben het gevoel dat het anders moet, dat we zo niet meer verder kunnen. Ze voelen dat er een fundamentele breuk is ontstaan tussen mensen en hun omgeving, mensen onderling, en mensen en God.”
“Dat is ook wat paus Franciscus aangeeft in Laudato Si’: ‘De meervoudige ecologische crisis waarin we ons bevinden is terug te brengen tot een fundamentele breuk tussen de mens en alles wat de mens omringt’. En dat besef begint nu wel door te dringen.”
“Ik merk dat ook om me heen, bijvoorbeeld als ik lezingen geef. Mensen zijn zoekende, zo van: ‘Ja, we begrijpen wel dat het belangrijk is, maar hoe moeten we het doen?’”
“Mensen verlangen ook naar verbeelding en verhalen. De wereld is onttoverd geraakt. Mensen zijn stuurloos. En dat zie je ook terug in polarisatie: het extremer worden van standpunten in de samenleving. Veel mensen hebben sterk het gevoel: ‘Wij willen weer in een duidelijke, begrijpelijke wereld leven’, of: ‘Wij willen de samenleving van toen terug weer terugkrijgen.’”
Mensen verlangen ook naar verbeelding en verhalen. De wereld is onttoverd geraakt. Mensen zijn stuurloos. En dat zie je ook terug in polarisatie
“’Terug naar een verleden dat er nooit geweest is’, denk ik dan”, voegt Kelly laconiek toe. “Vaak gaat het om angst. Angst om de controle te verliezen. In die transformatie bevinden we ons nu: het oude wereldbeeld werkt niet meer, maar hoe kunnen we een nieuw wereldbeeld handen en voeten geven?”
En jij wilt dat het religieuze aspect mee volgt in die transformatie van het wereldbeeld?
“Klopt. Zoals paus Franciscus in Laudato Si’ stelt, is het de basis ervan. Omdat alles in de schepping, de Schepper weerspiegelt. En omdat wij onderdeel zijn van een groter geheel. Wij mensen zijn niet onze eigen maker, niet onze eigen baas. Wij bezitten de waarheid niet. De waarheid draagt ons. En dat geeft een bepaalde nederigheid, te weten dat je gedragen bent. Dat jij samen met al die andere schepsels, deel uitmaakt van een gemeenschappelijk huis. Dat besef, daar komt het nu op aan. Franciscus zegt in Laudato Si’ (2015) en Laudate Deum (2023) dat mensen die geen eerbied voor de Schepper hebben, en het idee van een schepper niet zien, onherroepelijk afglijden tot het uitbuiten en het instrumentaliseren van de aarde.”
Toch kun je, als je de Bijbel leest, soms de indruk krijgen dat mensen boven de rest van de schepping staan, in plaats van zich deel van een geheel te weten. Hoe zie je dat?
“Je moet die Bijbelteksten in hun context plaatsen. Die woorden worden gesproken tegen Adam en Eva in een paradijselijke situatie waar nog helemaal geen machtsmisbruik bestaat. In die context gelezen, verwoorden ze Gods roeping aan de mens tot gedelegeerd gezag: om de schepping te bewaken en te bewaren; om haar te koesteren op dezelfde manier waarop God ons liefheeft en koestert. Maar die tekst in Genesis is door de eeuwen heen vaak gelezen als een scheppingshiërarchie waarin God bovenaan staat, met daaronder de mens en daaronder al het andere. Waarbij de mens zichzelf centraal stelt, en denkt een roeping te hebben om te heersen en onderwerpen. Een ‘toxische theologie’ noemde historicus Lynn White dat – terwijl je de teksten ook heel anders kunt uitleggen.”
“Ik interpreteer de Hebreeuwse woorden ‘heersen’ (radah) en ‘onderwerpen’ (kabash) als een overgedragen, gedelegeerd gezag: ‘Zorg voor mij, voor de Schepping, zoals Ik, God, voor jullie zorg.”
“En kijk ook eens naar de schepping in zeven dagen. Op de zesde dag werd de mens geschapen. Toen de Bijbel een hoofdstukindeling kreeg, liet men Genesis 1 daar eindigen. Dat wekt de indruk alsof de mens de kroon op de schepping is. Maar er is ook een zevende dag, de sabbat, die onderdeel is van de cyclus. Die verschoof naar Genesis 2. Maar als je de scheppinsgcyclus als één geheel leest, is de Sabbat de kroon op de schepping. De rustdag, de dag van heiliging, van eerbied, van stilstaan bij de dingen en in dankbaarheid ontvangen. Dat is volgens mij de kroon op de schepping.”
En staan mensen open voor die interpretatie?
“Ja, dat is toch wel iets dat ik om me heen opmerk. Het is soms ook confronterend, omdat mensen zich afvragen: ‘Waarom hebben we dat nooit eerder gehoord?’ En ja, het lijkt misschien een nieuw geluid. Toch werd het door middeleeuwse denkers als Franciscus van Assisi al verwoord en uitgedragen. De ecologische bekering waar ecotheologen op aandringen, houdt in dat het antropocentrische wereldbeeld, waarbij het afgescheiden zelf wordt gezien als iets dat losstaat van al het andere, transformeert naar een wereldbeeld waar je intrinsiek onderdeel bent van alles wat leeft.”
“Zoals paus Franciscus aangaf: Alles begint bij de ecologische bekering. Een definitie daarvan is het besef dat wij onderling verbonden zijn met alles wat leeft. En dat wij dat beseffen en vervolgens van daaruit handelen.”
Alles begint bij de ecologische bekering. Een definitie daarvan is het besef dat wij onderling verbonden zijn met alles wat leeft
“Dat houdt bijvoorbeeld ook in dat we niet zonder gevolgen ons afval kunnen verschepen naar Indonesië of Zuidoost-Azië en het de mensen daar laten oplossen, terwijl wij vrijuit gaan. Nee, alles is onderling verbonden, dus alles wat je vervuilt keert op een dag weer tot je terug. Wat we dumpen, vervuilt op die manier het hele ecosysteem. En dat raakt weer aan die verbondenheid, met de planeet en de natuur. Wij ademen zuurstof dat door bomen wordt geproduceerd, we bestaan voor zo’n 60 procent uit water, en het water dat we drinken keert weer terug tot de rivieren. Je ziet, we zijn zodanig verbonden, het is zo prachtig gebalanceerd allemaal.”
De houding van de mens ten opzichte van de andere mens is een belangrijke pijler in jouw verhaal. Op wat voor manier zie je dat mensen het moeilijk hebben?
“Persoonlijke communicatie met elkaar is iets dat we denk ik een beetje verleerd zijn in onze gecivilizeerde wereld. Je ziet vaak mensen naast elkaar zitten met hun gsm in de hand, zonder elkaar te spreken. Er is veel eenzaamheid. Mensen zijn omringd door anderen en toch kunnen ze zich alleen voelen. Ik heb dat in mijn werk als ziekenhuispastor ook vaak gezien, dat mensen erg eenzaam kunnen zijn terwijl ze hun leven lang tussen andere mensen hebben geleefd. Ze vonden geen gelijkgezinden.”
“Maar wat ik ook denk is dat er afstand is ontstaan omdat we vaak zo snel leven. In onze moderne samenleving draait alles om efficiëntie: je bent wat je oplevert. Telkens bezig zijn met presteren. Die constante druk ondermijnt ook het vermogen om elkaar werkelijk als mens te zien en te ontmoeten.”
“Misschien daardoor beheersen mensen soms de vaardigheid niet meer om echte, open gesprekken te voeren. Over gevoelens te praten, kwetsbaar te zijn. Of ze ontwikkelen een wantrouwen tegenover de ander. Het wordt eng om je open te stellen. Bij wie ben je nog veilig, bij wie is jouw kleinheid nog veilig? Als iedereen zich mooi voordoet op Instagram, dan kun je het gevoel krijgen dat je daar constant tegenop moet boksen, in plaats van dat je er gewoon mag zijn.”
Als iedereen zich mooi voordoet op Instagram, dan kun je het gevoel krijgen dat je daar constant tegenop moet boksen, in plaats van dat je er gewoon mag zijn
“In dat opzicht ben ik ook geraakt door de jezuïet en hoogleraar business spiritualiteit Paul de Blot. In onze wereld staat de ‘doe-modus’ heel erg centraal. Wat ik eerder al zei: die constante focus op presteren, je bent wat je oplevert, input – output.”
De Blot stelt tegenover die doe-modus, de zijns-modus. Dat is een modus van kwetsbaarheid, van: ‘Wie ben jij ten diepste, wat voel jij, wat zou je het liefste willen, waar droom je van, wat ontroert je?’ Dat soort existentiële vragen.”
Voor die zijns-modus staan mensen niet genoeg open?
“Het probleem is dat mensen er vaak onvoldoende vertrouwd mee zijn. Als je dat niet gewend bent, kan het erg onwennig zijn om zo open te zijn. Of neem bijvoorbeeld de stilte. De Vlaamse priester Erik Galle kan hele boeken volschrijven over dat thema, maar veel mensen ontvluchten het liever. Oortjes in, snel iets gaan doen, televisie aan, als het maar niet stil is. Want dan word je geconfronteerd met je binnenwereld. Terwijl daar juist de grootste uitdaging ligt.”
“Om die ander te kunnen aankijken moet je ook jezelf kunnen aankijken. Er is een gezegde dat leert: als je met één vinger naar een ander wijst, wijs je met drie vingers naar jezelf. Hoe meer je je binnenwereld afsluit, hoe meer dat problemen kan geven in de relaties met anderen. Want als ik vol frustratie en stress rondloop en het niet eens doorheb, als ik maar doorga op de automatische piloot, juist dan zal ik me aan anderen gaan ergeren. We zijn geneigd om de dingen die we in onszelf niet onder ogen willen zien op anderen te projecteren.”
Als ik vol frustratie en stress rondloop en het niet eens doorheb, als ik maar doorga op de automatische piloot, juist dan zal ik me aan anderen gaan ergeren
Denk je dat die houding iets is dat typisch is voor de manier waarop wij hier in het westen leven? Is dat bijvoorbeeld in Indonesië anders?
“De mentaliteit is in Indonesië wel anders. Samenwerking is belangrijk. Ik denk wel dat er een heel groot verschil is tussen drukke steden in Azië en de bevolking die echt nog samenleeft met de natuur. Als je de mensen uit de natuur haalt krijg je een andere manier van samenleven. Ik denk dat het leven in grote steden zoals Singapore en Jakarta ook heel snel kan zijn.”
“Maar je ziet in Indonesië veel meer gebieden waar de natuur nog dominant is. Kleine gemeenschappen die nog leven in relatie met de natuur en met elkaar. Ik had laatst een interview met Carmody Grey (bijzonder hoogleraar integrale ecologie aan het Laudato Si’ Instituut, binnen de faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen). Grey reisde al jong de wereld over. In haar jeugd leefde ze een tijdje bij een samenleving op een eiland waar de moderniteit nog niet was doorgedrongen. Ze herinnert zich dat als de mooiste ervaring. Het was zo vanzelfsprekend om samen te leven met de natuur, met elkaar, dingen hoefden niet uitgelegd te worden, er was een bepaalde vanzelfsprekendheid in het je verhouden tot elkaar.”
“Dus ik denk wel, hoe verder je verwijderd bent van de geciviliseerde wereld, die drukke mallemolen waarin mensen leven, en hoe meer je in harmonie en verbondenheid leeft met de natuur en met anderen, hoe vanzelfsprekender een ecologisch wereldbeeld zal aanvoelen.”
Hoe meer je in harmonie en verbondenheid leeft met de natuur en met anderen, hoe vanzelfsprekender een ecologisch wereldbeeld zal aanvoelen
“Indonesië is bovendien een collectivistische samenleving. Een van de cultuurdimensies die de socioloog Geert Hofstede onderscheidt, is het verschil tussen collectivisme en individualisme. Onze westerse wereld neigt naar individualisme: mensen gaan meer van zichzelf uit: het ‘ik’ staat centraal. Ze zien zich als een individu, waar mensen in een land als Indonesië zichzelf primair zien als onderdeel van een groter geheel, zoals de familie of een gemeenschap.
Dat verschijnsel is iets dat ook de Amerikaanse feministische theologe Sallie McFague beschrijft in haar boeken. Beleving vanuit het individu is op zich goed en nuttig; het schept ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en emancipatie, maar we moeten waken voor een disbalans die ten koste gaat van het collectief. Doorgedreven individualisering is een ontwikkeling die we best niet verderzetten, de illusie van het afgescheiden individu heeft al te veel stukgemaakt. We moeten terug naar een besef van onderlinge verbondenheid.”
“In collectivistische culturen staat het geheel, de gemeenschap centraal. Mensen zien zichzelf als onderdeel van het geheel, ze handelen vanuit het besef dat ze onderling verbonden zijn.”
Je bent op jouw weg ook niet bang om tegen heilige huisjes te schoppen. Enige tijd geleden was je gastvoorganger in een kerk in Vlaanderen. Na de dienst werd je aangesproken door bepaalde kerkenraadsleden. Je werd ter verantwoording geroepen over de inhoud van je preek en er werd een bepaalde twijfel uitgesproken of je wel recht in de leer zou zijn. Je schrok er toen niet van terug om een stevig standpunt in te nemen en maakte bekend dat je vanaf dat moment een andere weg zou inslaan, niet meer zou voorgaan als predikant.
“Makkelijk was dat niet, dat ga ik niet zeggen. Absoluut niet. Maar het nomadische, ontwortelde dat bij mijn levensverhaal hoort, helpt daarbij wel. Het geeft ook een bepaalde vrijheid, ik zit niet vast aan een bepaalde omgeving.”
“Je moet ook gaan waar een bedding is he (lacht). Zoals in de Bijbel staat: ‘Als je ergens niet goed wordt ontvangen, schud het stof van je voeten en ga’” (Marcus 6:11).
“Ik denk dat je moet luisteren naar je roeping, naar dat wat je drijft. En dat moet groter zijn dan het verlangen om geaccepteerd te worden. Natuurlijk heb ik dat verlangen wel in de ogen moeten kijken. We willen allemaal graag geaccepteerd worden, mensen zijn sociale wezens. Niemand wordt graag verworpen en dat doet pijn.”
Ik denk dat je moet luisteren naar je roeping, naar dat wat je drijft. En dat moet groter zijn dan het verlangen om geaccepteerd te worden
“Ik heb dat dan ook heel bewust moeten loslaten. En ik realiseerde me: ‘Mijn rol is niet om me overal geliefd te maken, maar om mensen aan het denken te zetten, te inspireren.”
Denk je dat we te veel vastzitten in ons eigen gelijk?
“Wat je ziet wanneer kerk en religie onder druk staan, is dat mensen soms geneigd zijn hun geloofstraditie te verdedigen, te consolideren. Hun eerste reflex is om in te kapselen in plaats van open te breken.”
“Terwijl ik juist denk dat het belangrijk is om een open dialoog en reflectie op gang te brengen, ons als kerkgemeenschap af te vragen: ‘Wie zijn wij, wat vinden we belangrijk?’ Dialoog, dat is voor mij het verhaal waarin je de ander ontmoet. Op het moment dat je je helemaal inbouwt in dogma’s, sluit je de dialoog uit. En daar kan ik niet mee akkoord gaan. Openheid, een menselijk gezicht in een gesprek, is een fundamentele bouwsteen voor een vreedzame samenleving. Alleen zo kunnen we de polarisering overstijgen. Maar die mentaliteit ervaren mensen soms nog als bedreigend.”
Openheid, een menselijk gezicht in een gesprek, is een fundamentele bouwsteen voor een vreedzame samenleving
“Soms houden mensen liever de controle dan de ander werkelijk te ontmoeten. Maar de uitdaging is: in ontmoeting de controle loslaten. Want als ik niet onbevangen luister, kan ik niet openstaan voor jouw verhaal en dat verhaal kan misschien mijn kaders aan het schudden brengen: ‘Ik heb altijd dit of dat geloofd en nu ik jouw verhaal hoor moet ik daar toch eens over nadenken’. Maar juist dat brengt je bij de nederigheid, dat wij het laatste woord niet hebben. Dat de waarheid groter en veelomvattender is dan wijzelf. Dat is toch prachtig? Het Goddelijke gebeurt tussen jou en mij.”
Ontmoeting kan dan een eerste praktische stap zijn om je gedachtengoed in de praktijk te brengen…
“Ja, want samenwerking is essentieel. Niet alleen op levensbeschouwelijk gebied. Ook samenwerking over grenzen heen. Wat opvalt, is een fragmentarisering in de westerse cultuur – allemaal domeinen die op zichzelf bestaan. Veel mensen zijn met hetzelfde bezig, maar allemaal binnen hun eigen domein. Denk bijvoorbeeld aan de zorg en het onderwijs. Veel mensen zijn met mooie dingen bezig, maar gebeurt dat niet te veel vanuit het eigen kokertje, zonder dat er verbanden worden gelegd? Als we erin slagen die verbindingen te leggen, dan kunnen er prachtige dingen ontstaan. Dat zijn belangrijke uitdagingen om integrale ecologie werkelijk in onze samenleving gestalte te geven en zo een antwoord te formuleren op de meervoudige crisis die we doormaken.”
Openheid, flexibiliteit, beweeglijk blijven in het denken, dat typeert jou denk ik. Klopt dat?
“Ik ben altijd onderweg ja. Ik realiseer me dat de waarheid mij altijd overstijgt. Per definitie. Ik kan er alleen naar tasten en reiken. Spiritualiteit is ook altijd in beweging. Het stemt dankbaar om omgevingen te vinden waar ik vorm kan geven aan wat me ten diepste beweegt. Een thuis te kunnen vinden tussen mensen die resoneren met elkaar. Op zulke momenten hervind ik een stukje wortels. En toch: ik heb me verzoend met het idee altijd onderweg te zijn. Zelfs als dat betekent dat er in dit leven nooit een moment van ‘gearriveerdheid’ zal zijn. Dat is niet erg. Want ik denk dat het goed is om zoekend te zijn, vragen te blijven stellen en jezelf te blijven verwonderen. Dat is een levenshouding geworden.”
Martine Meijers woont in Antwerpen en komt uit Vlaardingen. Ze studeerde Leraar Basisonderwijs aan de Fontys Hogeschool Tilburg en werkt als beleidsondersteunend medewerker bij het Ligo Centrum voor Basiseducatie. Daarnaast is ze redacteur van De Band, het kwartaalmagazine van de Antwerpse protestantse kerken.
*Koempoelan is een Maleis/Indonesisch woord dat ‘bijeenkomst’ of ‘gezellig samenzijn’ betekent (Maleis koempoel : verzameld)
**Selamatan is één van de belangrijkste Javaanse kejawenrituelen. Hij bestaat uit een religieus feestmaal waarvoor alle mensen in de buurt worden uitgenodigd.