Protestantse kerken in kenden vanwege hun overwegend Calvinistische signatuur eeuwenlang een sobere liturgie, gekenmerkt door de ‘woorddienst’ waarin muziek een marginale rol speelde. Muziek was geheel gericht op de gemeentezang en het orgel werd in de kerkdienst louter praktisch als begeleidingsinstrument ingezet. Jan R. Luth, ‘Gemeentezang en orgelspel door de eeuwen heen’, in Christiaan Ingelse, Jan D. van Laar, Dick Sanderman, Jan Smelik, Nieuw handboek voor de kerkorganist, Zoetermeer 1995, 49-71; C.H. Edskes, 'Enige aspecten van het koraalspel in de 17e en 18e eeuw', in Jaarboek voor de eredienst van de Nederlandse Hervormde Kerk 1967-1968, ’s-Gravenhage z.j., 147-164; D.J. Balfoort,
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden
Redactie Nederlands Theologisch Tijdschrift