Naar de kerk gaan is best wel gezond
Neurowetenschapper Jitse Amelink over geloof en gezondheid
Geloven raakt langzaam weer terug in de mode. Maar wat doet geloven met een mens, fysiek en mentaal? Neurowetenschapper Jitse Amelink geeft in deze reeks een inkijkje in de laatste wetenschappelijke inzichten. Dit keer: wat is het effect van regelmatig naar de kerk gaan? Grote bevolkingsonderzoeken schetsen het beeld dat naar de kerk gaan verrassend gezond is.
Religie en spiritualiteit zijn wetenschappelijk gezien razend interessant. De combinatie van onder andere muziek, taal, ritueel, ethiek, groepsvorming en transcendentie wordt een soort supersmoothie van betekenis. Toch hebben zowel gelovigen als ongelovigen lange tijd hun handen niet willen branden aan (neuro)wetenschappelijk onderzoek naar religie, juist door die complexe mix aan ingrediënten. Onze wetenschappelijke kennis over religie is daarom een stuk beperkter dan bijvoorbeeld over taal of geheugen. Maar er begint verandering in te komen.
Naar de kerk gaan
Wetenschappelijk onderzoek kan helpen om te zien welke delen van het geloofsleven bijdragen aan de bloei van mensen en wanneer dat wel of niet gebeurt. Leven frequente kerkgangers (en dat kan ook de moskee, synagoge of tempel zijn) bijvoorbeeld langer dan kerkmijders? Met de komst van grote bevolkingsonderzoeken kunnen wetenschappers daar een antwoord op geven. Het korte antwoord is: ja.
Interessant genoeg leven mensen die vaak naar de kerk gaan langer dan mensen die zelden of nooit gaan. En het effect is niet klein. In het rijtje van ‘grote leefstijleffecten’ staat het net achter ‘stoppen met roken’ en ‘voldoende sporten’ en op gelijke hoogte met ‘genoeg groente en fruit eten’. Er is voedsel voor het lichaam en voedsel voor de ziel, zo blijkt. En niets is natuurlijk zo lekker als een koekje bij de koffie ná de kerk.
Hoe vaker, hoe beter
Ook geldt: hoe vaker naar de kerk, hoe beter. Er is een zogenaamde dosis-responsrelatie tussen kerkgang en de kans dat je sterft. Dat betekent dat meer kerkgang leidt tot een lagere sterftekans. Het effect van kerkgang is het grootst als je meer dan een keer per week naar de kerk gaat, maar er is ook een kleiner effect gemeten als je een keer per maand gaat. Wel zijn er verschillen tussen mannen en vrouwen: het effect is een stuk groter voor vrouwen.
Ook geldt: hoe vaker naar de kerk, hoe beter.
Hoe zorgt kerkgang dan voor een langer leven? Dat is een beetje een mysterie. Een deel van het effect verdwijnt als je in de onderzoeken gaat controleren voor hoeveel sociale steun mensen krijgen, maar dat verklaart gemiddeld iets minder dan de helft van het effect. Een ander deel is dat kerkgang stimulerend werkt voor het hebben van een gezonde leefstijl, zoals minder roken. Verder helpt het bij een beter algemeen welbevinden: meer zelfregulatie, hoop, optimisme, betekenis en doel in het leven. Dat resulteert zelfs in een lager risico op overlijden aan kanker en hartaandoeningen.
Hoewel kerkgang gemiddeld dus heel goed helpt, geldt dat mogelijk niet voor iedereen en niet per se voor alle geloofsgerelateerde aspecten. Hoe belangrijk geloof voor je is of hoe vaak je bidt, maken bijvoorbeeld een stuk minder uit voor hoe lang je leeft. Misschien is vooral de specifieke kerksmoothie van gezamenlijke beleving met sterke betekenisvolle elementen goed voor de gezondheid. Kerkgang is natuurlijk ook een ideale factor om te meten, omdat het makkelijk kwantificeerbaar is en gemiddeld samenhangt met hoe belangrijk religie voor iemand is.
Religie als medicijn
Interessant genoeg is kerkgang ook geassocieerd met een sterkere gevoeligheid voor fysieke pijn en houdt geestelijke nood (spiritual distress) juist verband met een slechtere fysieke gezondheid. Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn.
Het risico van dit soort gezondheidsonderzoek is dat geloof te eendimensionaal en utilistisch wordt benaderd. De kerk is geen sportschool en naar de kerk gaan geen voedingssupplement. Maar dit type onderzoek kan wel inzicht geven in de eventuele meerwaarde van religie en spiritualiteit voor een samenleving.
De kerk is geen sportschool en naar de kerk gaan geen voedingssupplement.
Wat betekent dit voor dokters? In 2000 verscheen er een opiniestuk in The New England Journal of Medicine, een toonaangevend medisch blad, waarin de schrijvers zich stevig uitspraken tegen de suggestie dat dokters religieuze activiteiten moesten voorschrijven. De arts moest zich niet met zulke persoonlijke zaken bemoeien. Die tijdsgeest is aan het veranderen: er wordt steeds meer gekeken naar leefstijl en brede gezondheid, en kerkgang kan daar zeker een rol in spelen. Een dokter kan dus best vragen of iemand gelovig is en daar dieper op ingaan bij een positief antwoord (en het thema anders laten rusten).
Gemeenschappelijke beleving
Voor kerken is de belangrijkste boodschap: weet waar je kracht ligt. Die ligt misschien wel meer in het gemeenschappelijke dan in de individuele beleving. Mensen helpen om naar de kerk te gaan, kan dus een belangrijke kerntaak zijn voor een gemeente of parochie, juist wanneer veel dorpskerken sterk vergrijzen en kerken zich weer vaker in steden zullen centreren. Ook voor mensen die zich niet religieus maar wel spiritueel noemen is de boodschap: beleef die spiritualiteit niet alleen, maar juist ook samen. Hoe vaker, hoe beter.

Jitse Amelink is onderzoeker in de neurogenetica van de taalgebieden in de hersenen bij het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen. Eerder was hij redacteur voor geloofenwetenschap.nl en was hij betrokken bij het Veritas Forum.
Wil je meer lezen over geloof en gezondheid?
Verantwoording door de auteur
Een goede samenvatting van de bevindingen van religie en gezondheid is Religion and Health: A Synthesis van Tyler Vanderweele, statisticus bij Harvard en expert op het gebied van de gezondheidseffecten van religie. Bovenstaand artikel is hier grotendeels op gebaseerd.
Het bewijs voor positieve gezondheidseffecten van religie is steeds beter geworden in de afgelopen twee decennia. Waar eerder onderzoek vaak uit kleine en kwalitatief mindere studies kwam, stapelt het bewijs uit meta-analyses en groot langjarig onderzoek zich nu op. Het positieve effect van naar de kerk gaan blijft bijvoorbeeld overeind als je rekening houdt met omstandigheden zoals leeftijd en gezondheid bij de start van het onderzoek (baseline health). Een belangrijk deel van dit bewijs komt uit de Verenigde Staten, maar het is ook gevonden in andere landen zoals Denemarken, Israël en Taiwan. Het geldt dus zeker niet alleen voor landen met een seculiere of christelijke bevolking, alhoewel het in nuances zal verschillen.
De belangrijkste studies in dit verband zijn:
Chida, Y., Steptoe, A., & Powell, L. H. (2009). Religiosity/Spirituality and Mortality: A Systematic Quantitative Review. Psychotherapy and Psychosomatics, 78(2), 81–90. https://doi.org/10.1159/000190791 (Tweede striktere meta-analyse die het verband aantoont in een vergelijkbaar aantal – meer dan 100,000.)
Li, S., Stampfer, M. J., Williams, D. R., & VanderWeele, T. J. (2016). Association of Religious Service Attendance With Mortality Among Women. JAMA Internal Medicine, 176(6), 777–785. https://doi.org/10.1001/jamainternmed.2016.1615 (grootste studie in 1 cohort)
Lucchetti, G., Lucchetti, A. L. G., & Koenig, H. G. (2011). Impact of Spirituality/Religiosity on Mortality: Comparison With Other Health Interventions. EXPLORE, 7(4), 234–238. https://doi.org/10.1016/j.explore.2011.04.005(vergelijking met andere gezondheidseffecten)
Macchia, L., Kaats, M., Johnson, B., & VanderWeele, T. J. (2025). Physical pain as a component of subjective wellbeing. Scientific Reports, 15(1), 14355. https://doi.org/10.1038/s41598-025-98421-1 (voor de bevinding dat kerkgang geassocieerd is met meer pijnperceptie)
McCullough M. E., Hoyt, W. T., Larson, D. B., Koenig, H. G., & Thoresen, C. (2000). Religious involvement and mortality: A meta-analytic review. Health Psychology, 19(3), 211–222. https://doi.org/10.1037/0278-6133.19.3.211 (Eerste grote meta-analyse die het verband aantoont in meer dan 120,000 mensen)
Sloan, R. P., Bagiella, E., VandeCreek, L., Hover, M., Casalone, C., Hirsch, T. J., Hasan, Y., Kreger, R., & Poulos, P. (2000). Should Physicians Prescribe Religious Activities? New England Journal of Medicine, 342(25), 1913–1916. https://doi.org/10.1056/NEJM200006223422513
VanderWeele, T. J. (2017). Religion and Health: A Synthesis. In M. Balboni & J. Peteet (Eds.), Spirituality and Religion Within the Culture of Medicine: From Evidence to Practice (p. 0). Oxford University Press. https://doi.org/10.1093/med/9780190272432.003.0022