Preview: Nieuw mens worden
Nieuw mens worden is een helder boek voor zoekers en gemeenteleden die verlangen naar inhoud zonder opsmuk. We weten vaak wat we niet meer geloven, maar wat geloven we dan wel? Theoloog Jan Scheele-Goedhart laat het christendom opnieuw schitteren door te laten zien waar het christelijk geloven om draait. Hij ontvouwt hoe je christen wordt en blijft. Daarnaast laat hij zien dat christelijk geloven bevrijdt uit de draaimolen van het ego en je helpt jouw plek te vinden in Gods grote verhaal. Voor iedereen die het geloof opnieuw wil leren verstaan, of misschien wel voor het eerst.
Lees hieronder een gratis fragment (p. 9-13) uit de inleiding.
Inleiding
Waar draait christelijk geloven om? En zou je daar op de een of andere manier iets van kunnen leren? Dit boek is ontstaan vanuit een verlegenheid met dat soort vragen; met โlerenโ en โkennisโ in de kerk. Mijn eigen ervaring is, althans, dat veel mensen weliswaar trouwe kerkgangers zijn, maar eigenlijk niet zo goed weten wat ze nou eigenlijk geloven en zelfs niet weten wat het uit zou maken wat ze zouden geloven. โGeloofโ heeft voor veel mensen meer met โgevoelโ en/of met gewoonte te maken dan met โwetenโ. Ongetwijfeld is dat niet in alle contexten op dezelfde manier het geval, maar het lijkt desondanks een brede trend.
In dit boek probeer ik, tegen die trend in, uiteen te zetten wat je in mijn ogen zou moeten weten om christelijk te kunnen geloven, en waarom dan. Ik denk dat โwetenโ of โkennisโ integraal onderdeel zijn van geloven. In deze inleiding zet ik uiteen waarom ik dat denk en op welke manier ik daar in dit boek probeer vorm aan te geven. Voordat ik dat doe ga ik eerst in op wat ik zie als de achtergrond van die trend zelf.
Voorbij het afscheid van geloofskennis
Geloven heeft voor veel mensen weinig tot niets met kennis te maken. In mijn werk als dominee ben ik regelmatig in gesprek met mensen bij wie dat blijkt. Als ik die observatie probeer te duiden, onderscheid ik een aantal verschillende factoren. Er is, om mee te beginnen, al jarenlang een beweging te zien die meer aandacht vraagt voor de rol van het gevoel en van het dagelijks leven in het geloof. Dat lijkt mij een positieve beweging, tegen de misvatting dat geloof vooral het aanhangen van bepaalde intellectuele overtuigingen is.
Gepaard met die beweging gaat echter vaak een min of meer bewuste afwijzing van het hele idee van een geloofsleer. Mensen hebben veel dingen losgelaten van wat ze ooit geleerd is als het om geloven ging en hebben vervolgens niet echt het idee dat ze daar iets aan missen. Zoals een kerkenraadslid het ongeveer formuleerde: โWe weten allemaal heel goed wat we niet meer geloven, maar eigenlijk niet wat we dan wel geloven.โ Voor een deel gaat dat om de inhoud van wat geleerd is; mensen hebben moeite gekregen met het idee dat een ander voor mijn schuld kan boeten, met de toorn van God, met het idee van een leven na de dood, een hemel en een hel, met Gods voorzienigheid vis-ร -vis de ellende in de wereld, enzovoorts.
Geloven heeft voor veel mensen weinig tot niets met kennis te maken
Daar gebeurt iets met de inhoud van het geloof, maar mijn indruk is dat er meer nog gebeurt op een ander niveau: met de rol van kennis in het geloof. โVroeger,โ zeggen mensen dan, โmoest ik dit gelovenโ, dat wil zeggen, ik moest maar aannemen dat het zo was en daar mocht ik verder geen vragen bij stellen. Daar zit de al dan niet uitgesproken suggestie in dat โgelovenโ bestond in het voor waar houden van een set leerstellingen, en dat dat โvoor waar houdenโ de voorwaarde was voor het doorbrengen van de eeuwigheid in de hemel. Dat is heel cru geformuleerd, maar mijn indruk is dat veel mensen het zo hebben meegekregen โ en dat ze dat idee vervolgens hebben afgewezen. Tegen deze achtergrond vind ik dat heel begrijpelijk, hoewel ik ook denk dat het niet helemaal recht doet aan de intenties van vorige generaties.
De consequentie van die afwijzing is echter dat de functie van kennis in het geloofsleven onduidelijk geworden is. Kennis van het geloof, verdieping in wat het betekent, lijkt een soort hobbyproject geworden: leuk voor de enkeling, zoals er anderen zijn die zich met liefde en overgave verdiepen in muziekgeschiedenis, maar voor een gelovig leven heeft het eigenlijk geen waarde om er iets van te weten. Niet alleen zijn mensen dus onzekerder geworden over wat ze geloven, en zeker minder stellig, het is voor velen ook onduidelijk waarom het van belang zou kunnen zijn om iets te leren over de inhoud van het geloof. Geloofskennis voelt voor veel mensen als losgezongen van en niet van belang voor het gewone leven.
Dat heeft direct ook consequenties voor de geloofsoverdracht. Veel mensen die er zelf met zoโn ongedefinieerder geloof in zitten, blijven desondanks van harte verbonden met God en met de kerk. Het probleem is echter dat er in zoโn geval zo weinig over te dragen is. Voor een nieuwe generatie is โwe weten het allemaal ook niet zo goedโ niet direct een aansprekende boodschap. En natuurlijk is God groter dan menselijke taal en begrippen, maar een God en een geloof waar niets over te zeggen valt, zijn nietszeggend.
Eenzelfde onzekerheid over de waarde van kennis proef ik ook in veel kerkelijke lesmethodes. Sinds ik een jaar of wat geleden voor het eerst catechisatie gaf, is mijn bewondering voor de Heidelbergse Catechismus wat dat betreft eigenlijk alleen maar toegenomen. Wat je er verder ook van vindt, de catechismus legt gelijk in het begin een kraakhelder onderwijsprogramma op tafel. Er is de enige troost in leven en in sterven (vraag 1), en om (vraag 2) daardoor getroost te leven en te sterven moet je drie dingen leren: ellende, verlossing en dankbaarheid.
Dat is het kader voor alles in de catechismus wat volgt qua onderwijs. Drie dingen zijn er die je moet weten en je moet ze weten omdat je daarin troost kunt vinden, eeuwige troost nog wel. Kom daar maar eens om in moderne catechetische programmaโs โ voor iedere les moet op microniveau opnieuw de relevantie van de te leren kennis worden beargumenteerd, maar een overkoepelend perspectief op de functie van de te leren stof ontbreekt.
Wat mij betreft is dat een onbevredigende situatie. Misschien zijn we in deze tijd minder stellig in het doen van geloofsuitspraken โ en dat lijkt me niet onterecht โ en misschien resoneert de taal waarin vorige generaties het geloof verwoord hebben bij ons niet, helemaal zonder taal en zonder kennis gaat het niet. Dat geldt, denk ik, des te sterker als kerk in een minderheidspositie. Enigszins weten wat het inhoudt om christelijk te geloven is, ondanks alle nuance en onzekerheid waarmee dat omgeven is, onontbeerlijk.
Jan Scheele-Goedhart, Nieuw mens worden. Waar christelijk geloven om draait. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 192 pp. โฌ 21,99. ISBN 9789043543514
