Oordelen in een oogwenk
Vooroordelen overwinnen: wat ik ontdekte in een klas in Lokeren
Vooroordelen. We hebben ze ongetwijfeld allemaal weleens. Dat blijkt meteen tijdens een workshop over stereotypering voor een diverse klas in Lokeren — het merendeel moslims. Leerlingen die zelf vaak met vooroordelen te maken krijgen, maar er tegelijkertijd ook niet immuun voor zijn. Dat wordt al snel duidelijk als de eerste beelden over het scherm schuiven.
Bij een foto van politieagenten daalt er een veelzeggende stilte neer in de klas. Hier en daar verschijnen een paar fronsrimpels. Een jongen die zenuwachtig met zijn balpen klikt.
Waarom hangouderen soms als probleem worden gezien
Volgende foto: een groep ouderen voor een woonzorgcentrum. “Ik vind dat eng,” zegt een meisje zonder aarzelen. Waarom? “Het zijn teveel oude mensen bij elkaar. Ik zou er nooit tussen durven staan.” Eén oma, dat kan nog wel, vindt ze. Daar kan je gezellig mee praten. Maar een hele bende? Haar spontane reactie onthult glashelder waarom een term als ‘hangoudere’ bij sommigen ongemak oproept. Te veel mensen uit één homogene groep: voor wie erbij hoort, is dat gezelligheid, maar voor wie erbuiten staat al snel samenscholing. En waar opa’s en oma’s samenscholen, raken ze blijkbaar hun onschuld kwijt.
Mijters, bivakmutsen en stereotypering
Volgende afbeelding: kardinalen met mijter. “Sinterklazen!” roept een Marokkaanse jongen.
Pas als ik vertel dat dit rooms-katholieke geestelijken zijn en dat Sint Nicolaas heus niet de enige man met mijter is, valt het kwartje: niet elke mijter is een voorbode van chocoladeletters.
Daarna: een man met bivakmuts, alleen twee vriendelijke bruine ogen zijn zichtbaar. “Een dief!”, schreeuwt iemand. “Bankovervaller!”, roept een ander.
Het verschil tussen objectief en subjectief kijken
Ik probeer het verschil uit te leggen tussen objectief en subjectief kijken. Objectief gezien is een man met een bivakmuts gewoon… een man met bivakmuts. Maar subjectief kleuren onze hersenen de rest razendsnel in. Dan wordt die man ogenblikkelijk verdacht. Of zelfs gevaarlijk.
“Wat als dit nu gewoon een motorrijder is,” waag ik, “die na een lange werkdag naar huis rijdt en straks zijn kinderen een knuffel geeft?” Er klinkt gegrinnik in de klas. Dat kunnen ze zich nauwelijks voorstellen. Een vader die thuiskomt met een bivakmuts? Een valhelm is tot daar aan toe. Maar een bivakmuts, dan heb je in de straat toch wel wat uit te leggen.
Waarom stereotypering in een diverse wereld vaak misleidend is
Het mag duidelijk zijn: vooroordelen hebben we allemaal. Niet uit bekrompenheid, maar omdat onze hersenen nu eenmaal orde willen scheppen in de chaos. Om te kunnen navigeren in een complexe wereld deelt ons brein mensen op in labels en hokjes. We zijn bovendien evolutionair geprogrammeerd om binnen een seconde te bepalen: vertrouw ik deze persoon? Behoort hij tot mijn in-group of out-group?
Soms kan dat reuze handig zijn. Maar in een diverse samenleving doet het vaak meer kwaad dan goed. Want als stereotypen het filter worden waardoor we de wereld bekijken, creëren we een eendimensionale werkelijkheid. Dan worden alle mannen met bivakmutsen boeven, hangouderen heimelijke coupplegers en kardinalen Sinterklazen. Dat levert soms grappige verhalen op, maar nooit het werkelijke verhaal.
Wie durft te vragen, ontdekt meer
Dat is de kracht van een hashtag als #durftevragen. Want wie durft te vragen, ontdekt meer.
Wat zouden hangouderen te vertellen hebben als je ertussen ging staan? Misschien vormen zij wel het wandelende geheugen van de stad. En die man met bivakmuts? Misschien is juist hij de motoragent die achter criminelen aangaat, en zijn gezin ’s avonds aan tafel spannende verhalen vertelt.
Vooroordelen bieden schijnzekerheid, maar sluiten deuren. Open vragen zijn de sleutel om die deuren te heropenen en om werelden te ontdekken die we anders nooit zouden betreden.
Een luidruchtige Arabisch sprekende man in de trein
Met die gedachte nog in mijn achterhoofd stap ik ’s avonds in de trein. Een Arabisch sprekende man ploft naast me neer en zet zijn telefoongesprek luid op de speaker. Ik voel ’m al aankomen: wat een onbeschofterik, doe even normaal en gebruik oortjes.
Maar dan klinkt aan de andere kant van de lijn een jonge vrouwenstem, zo vol vreugde dat ze de hele coupé lijkt op te lichten. Zijn dochter misschien? Misschien vertelt ze wel dat ze haar examens heeft gehaald. Misschien zit hij daar gewoon een trotse vader te zijn.
Haar vreugde breekt moeiteloos door mijn irritatie heen — zoals goede verhalen dat kunnen. Zoals echte ontmoeting dat doet. Zoals één open vraag dat doet:
Wie ben jij werkelijk, achter het beeld dat ik in een seconde van je maakte?
Kelly Keasberry is theoloog, journalist en eindredacteur, en bracht in 2024 het boek uit ‘Geworteld in verbinding. Een ecologische theologie voor de toekomst’ (Maklu/Garant).