Pijn in je buik
Bij Marcus 1,29-39
Op een dag voelde de eekhoorn pijn in zijn buik. De boktor onderzocht de eekhoorn en zei: ‘U bent ziek.’ De boktor was verdwenen voordat eekhoorn iets had kunnen vragen. Daarom vroeg de eekhoorn aan de mier of hij wist wat ziek zijn was. ‘Je hebt verschillende soorten ziek,’ zei de mier, die overal verstand van scheen te hebben. ‘Je hebt licht ziek, hard ziek en ernstig ziek. Ernstig ziek is het ergste.’ De eekhoorn dacht na en vroeg: ‘Wat gebeurt er als je ernstig ziek bent?’ ‘Eigenlijk niets,’ zei de mier. ‘Je wordt altijd beter. Vertrouw daar maar op!’ ‘Waarom heet het dan ernstig ziek?’ vroeg de eekhoorn. ‘Er zóú iets ergs kunnen gebeuren… Maar het gebeurt nooit, echt niet,’ zei de mier. Het was een druilerige dag en de eekhoorn keek heel somber. ‘Hoe is het met je buik?’ vroeg de mier. ‘Met mijn buik?’ Plotseling voelde de eekhoorn dat de pijn in zijn buik was verdwenen. ‘Waarheen zou zo’n pijn eigenlijk gaan?’ vroeg hij. ‘Zover naar binnen dat je hem niet meer kunt voelen,’ zei de mier en hij blies een regendruppel van zijn neus. De eekhoorn vroeg zich af of er in zijn diepste binnenste ergens een open plek was, waar alle pijn opgeborgen was; oorpijn, staartpijn, neuspijn… ‘Wie weet,’ dacht hij.
Uit: Misschien wisten zij alles, Toon Tellegen, p. 126 (verkort).