Menu

Premium

Preekschets 1 Petrus 1:18 en 19 -2e zondag na Pasen

2e zondag na Pasen

U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, maar met kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus.

1 Petrus 1:18 en 19

Lezing: 1 Petrus 1,17-25

Het eigene van de zondag

Het is volop Pasen ook deze zondag ‘Misericordia Domini’. De bijbehorende Evangelie-lezing uit Johannes 21,1-14 (A-jaar) gaat over de derde verschijning van Jezus aan zijn leerlingen, waar ook Petrus in het voorliggende briefgedeelte over schrijft. Dat wij mensen het dankzij de opstanding kunnen wagen het over een heel andere boeg te gooien, is een zeer wezenlijk aspect van de opstanding: de breuk met dat logisch denken waarbij als vanzelf het ene uit het andere volgt. Niet dus. Petrus benoemt dat als een breuk met traditie. Laat opstanding (Pasen) ons zo verrassen!

Uitleg

De opstanding van Jezus Christus is vanaf het begin van deze brief het doorslaggevende motief in Petrus’ gedachtegang. De opstanding maakt een opnieuw geboren zijn van de geadresseerden mogelijk, tot dat vertrouwen wil Petrus ze graag bemoedigen. Er is vanuit de hemel een onvergankelijke kracht die zelfs de dood overwint, door hem het laatste woord over ons leven en daarmee de zeggenschap over ons mensen te ontnemen.

‘Zeggenschap’ is in een samenleving waar slavernij bestaat, waaronder ongetwijfeld van de geadresseerden geleden zullen hebben, veelzeggend genoeg: wie heeft er eigenlijk zeggenschap over ons leven? We zullen nog zien hoe in deze zin ‘slavernij’ voor Petrus een metafoor is die het héle leven raakt en zodoende ook de daadwerkelijke slavernij in ieder geval impliciet onder kritiek stelt.

Deze werkelijkheid van het leven van de lezers en hoorders van de brief, zal zo bezien nog slechts van korte duur zijn. Als beproeving kan het de echtheid van het vertrouwen toetsen, een echtheid die kostbaarder dan vergankelijk goud zal kunnen blijken te zijn. Al dit soort thema’s en woorden uit dit eerste gedeelte van de brief komen in onze perikoop ook weer terug.

Vanaf vers 13 vraagt Petrus om ‘paraatheid’ van ‘uw geest’ voor dit alles. Volgens de Griekse bewoordingen betreft het een paraatheid als die van de slaven die in de nacht van de Exodus hun lendenen omgord moesten hebben – klaar moesten staan voor hun redding en bevrijding.

Graag houd ik deze connotatie in gedachten, omdat ‘redding’ en ‘bevrijding’ dan in een veel concreter en breder maatschappelijk veld komen te staan, dan wanneer je aan de traditionele ‘verlossing’ door ‘het bloed van Christus’ denkt. Omdat juist die laatste term in het voorliggende gedeelte voorkomt, noem ik dit hier met nadruk.

Immers het gaat om een ‘heilig’ leven. Een leven dat zich niet laat gezeggen door alles waar een samenleving zich door laat gezeggen: instituties, machten en krachten van kapitaal en economie, modegrillen en tijdgeest en inderdaad allerlei begeerten (waar Petrus ook over schijft) die ontspruiten aan egocentrisch en kortzichtig denken.

Als we dan bij de verzen 17-25 aankomen, dan krijgen deze thema’s de aandacht. De pointe van Petrus’ gedachtegang lijkt me het kernvers, zoals hierboven aangegeven. Het ‘losgekocht zijn’ maakt een ander leven mogelijk. De connotaties met Exodus versterken daarbij het beeld dat het om ‘bevrijding uit slavernij’ gaat, in de door mij boven genoemde even metaforische als brede, concrete zin.

Naar mijn overtuiging is dat ook de bijzondere zin van het in vers 17 genoemde ‘oordelen’ door hem die de adressanten als ‘vader’ aanroepen. Ik zou het traditionele beeld van dit ‘oordeel’ (dat nog ‘uit zou staan’ en dat je als mens in die zin vóór je hebt) willen omkeren: het oordeel van deze vader is de vrijspraak, het loskopen van wie ‘slaaf’ zijn. En dat heb je áchter je! Naastepad valt het op dat er zo opmerkelijk ‘vader’ staat, waar je bij ‘oordelen’ doorgaans aan ‘God’ denkt. Hij haalt erbij het ‘uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen’, wat gezien de connotaties uit Exodus niet zo vreemd gedacht is: om díé vader gaat het hier! En zou het ‘zonder aanzien des persoons’ niet kunnen slaan op de maatschappelijke status, slaaf of vrije? Als jou, als slaaf, als ‘mens aan de onderkant van deze samenleving’, wordt aangezegd, dat je zonder aanzien des persoons op je goede werk wordt beoordeeld en nergens anders op, dan ben je toch enorm bevrijd? Gered uit de jou zo beklemmende maatschappelijke verhoudingen? Ik bedoel niet dat hiermee je positie als slaaf zomaar voorbij is, maar in je denken, je ervaren en je wezen ben je er los van!

Het loskopen betreft een ‘levenswandel’ die behalve als ‘leeg’ of ‘zinloos’ ook als ‘van uw voorouders’ (‘voorvaderlijk’) wordt getypeerd. Diverse auteurs wijzen erop dat het hier om een breuk gaat met wat ‘de traditie’ heet. Met alles wat – beklemmend – traditioneel kan heten. De hele constellatie van een religie of een samenleving (of allebei) en van alle krachten die dat beheersen, krijgt hier een douw. Het is m.i. oneindig breder dan een verwijzen naar de ‘Joodse traditie’, daarvoor lees ik hier namelijk te veel in positieve zin gebruikte connotaties uit Tenach. Zoals Abraham breekt met land en gewoonten van zijn ‘vaderen’, zo bevrijdt de God die ieder naar zijn wérk beoordeelt en die je met ‘vader’ mag aanroepen van ‘patriarchale’ bindingen.

Omdat je als mens niet langer voor goud of zilver te verhandelen handelswaar bent, maar zoals ieder mens: van vlees en bloed, daarom is het losgekocht worden ook zo’n kostbare en bijzondere zaak. Ook dat is met bloed gedaan, d.w.z. een kostbaar leven is daarvoor ingezet, het leven van een lam: het meest weerloze wezen, onder aan de ladder van ‘de jungle’.

Die ‘inzet’ is niet slechts ‘bloed geven’ op zichzelf. Het staat voor een levenspraktijk die je je leven kan kosten. Dat zie je bijvoorbeeld aan het woordje aspilos. In de brief van Jacobus wordt dit ‘onberispelijke’ in verband gebracht met ‘weduwen en wezen bijstaan in hun nood’.

Vers 20 schrijft diepzinnig dat dit ‘voorgeweten’ is: de Eeuwige heeft bij het scheppen van deze wereld met ‘voorkennis’ gehandeld! Hier was het om te doen. En zo is het uiteindelijk ook helder geworden (faneroô). Ík zou er verder geen uitgebreidere predestinatie-theologie bij halen dan dit.

Het is de opstanding van Jezus die mensen als Petrus en degenen aan wie hij schrijft weer helemaal richt op God. Daar staat in vers 23 als ‘argument’ bij, dat God hem de ‘eer’ heeft gegeven. De opstanding als rehabilitatie van hem die er door de ‘traditionele, patriarchale machten’ is onder geschoffeld. Dat mag hoop en vertrouwen geven aan wie in gehoorzaamheid aan deze ‘alternatieve’ vader wil leven.

Het is een leven als van ‘mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord.’ (vers 23). Ook dat is volgens Naastepad een verwijzing naar dezelfde breuk met de traditie: het gaat niet van ‘vader op zoon’, maar het is de hemelse vader die dit bewerkt, door zijn ‘levende en altijd blijvende woord’.

Het Jesaja-citaat in vers 24 – dat bij Jesaja ook in een context van een radicaal nieuw begin staat – bemoedigt de gelovigen tegen alle gevoel van vergeefsheid ín: de ‘mislukkelingen’ wacht de rehabilitatie van de opstanding!

Aanwijzingen voor de prediking

Wellicht kan een preek ingaan op twee aspecten. Aan de ene kant is de kritische vraag waardoor en door wie we ons denken en doen laten bepalen? Aan wat of wie zijn wij ‘slaafs’ onderhorig? Hoe vrij zijn we? Wat ís vrijheid? Het betoog van Petrus wijst richting, door een keuze voor te houden tussen – formuleer ik nu maar even – een ‘patriarchale, aan traditie gebonden vader’ en bijbehorend denkpatroon, waarin veelal gedragingen en wereldbeelden vastliggen, óf een ‘hemelse vader’ die wil bevrijden en alles zet op de waarde (kostbaarheid) van een leven als minste met de minsten. En die telkens – bij monde van ook de eigen traditie (religie) kritiserende profetische gestalten zijn bevrijdende stem onder ons verheft.

Het tweede aspect is de vraag die daarbij wellicht rijst, naar de vergeefsheid van deze inzet: wat helpt het als ik anders leef, zoals Petrus hier aangeeft? Daar is geen oplossing voor. Wel een weerwoord in de vorm van het vertrouwen op de ‘rehabilitatie’ die ‘opstanding’ heet.

Ideeën voor kinderen en tieners

De ‘rehabilitatie-gedachte’ biedt aanleiding voor een gesprekje, dat vele kanten uit kan gaan. Het kan gaan over de ervaring dat je zelf iets niet voor mogelijk hield en dat het toch lukte. Of dat het mislukte en niet erg bleek – en vele variaties hierop. Daarnaast kan het gaan om dat je iemand ‘nieuw’ gaat zien: dat zij of hij meeviel of iets kon of deed wat niet voor mogelijk had gehouden.

Liturgische aanwijzingen

Johannes 21:1-14 kan er naast gelezen worden. Ik zou vooral mikken op de krachtige symboliek van ‘het over een andere boeg gooien’. En daarnaast de verschijning van Jezus als nieuw begin. Vele Paasliederen komen in aanmerking. In het bijzonder te zingen: Psalm 103:1-6-7 en LB 642.

Geraadpleegd

  • Th.J.M. Naastepad, De twee Petrusbrieven, Kampen, 1991.

  • G.H. ter Schegget, Zachtmoedig leven, Baarn, 1992.

  • Dr. P.H.R. van Houwelingen, 1 Petrus, Kampen, 20104.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken