Preekschets Matteüs 11:29
Matteüs 11:29
Zesde zondag na Epifanie
Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden.
Schriftlezing: Matteüs 11:25-30
Het eigene van de zondag
Dit is een van de zondagen na Epifanie, waarop de aandacht uitgaat naar de Heer die is verschenen.
Uitleg
Deze tekst is de kern van de verzen 28-30. Het eerste en het laatste vers daarvan gaan over dezelfde dingen: rust en juk. De tekst/kern geeft aan wat dat juk is en langs welke weg die rust is te vinden. Het gaat om een leren, een heel bijzonder leren. Jezus brengt geen leer, we moeten leren van zijn persoon: Leer van mij – letterlijk bedoeld. Er volgt immers: ‘Want ik (!) ben zachtmoedig …’
Dit betekent dat Christus centraal staat in deze tekst, net als in de voorafgaande gedeelten 25-26 en 27. Deze gedeelten komen ook bij Lucas voor, het tekstgedeelte niet. Of Lucas het heeft weggelaten of Matteüs het heeft toegevoegd uit een andere bron dan Q, maakt voor de uitleg niet uit. In ieder geval staan deze drie gedeelten bij Matteüs in relatie tot elkaar.
We mogen mijns inziens de eenvoudige mensen uit vers 25 gelijkstellen aan ‘jullie die vermoeid zijn’ uit vers 28. Bovendien is degene die rust geeft volgens vers 27 de Zoon van de Vader. We moeten niet de latere christologie inlezen in dit vers. Maar de Zoon neemt wel een grote plaats in: hij is het die de Vader openbaart. Zelfs de enige die de Vader openbaart. Zoals ook wordt gezegd in Johannes 1.
In dit kader is de leer uit vers 29 niets anders dan de openbaring van God zelf. God zelf blijkt zachtmoedig en nederig van hart. Als Jezus zegt: Kom tot mij, dan gaat het om meer dan de Zoon, want die Zoon openbaart de Vader. Uiteindelijk is het God die de mensen tot zich roept. De boodschap van Jezus was dan ook: ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij’ (4:17). Die boodschap is intussen op weerstand gestuit (vs. 21: Chorazin en Betsaïda zijn niet tot inkeer gekomen). Vers 25 en 26 zijn Jezus’ reactie op die afwijzing. Het blijkt te passen in Gods plan.
Dan de kwestie van de antithese ten opzichte van Farizeeën en schriftgeleerden, die bedoeld worden met de wijzen en verständigen uit vers 25. Zij zijn het die de mensen vermoeid en belast maken (vs. 28). Het juk dat zij opleggen, is het juk van de wet zoals die door hen wordt uitgelegd (23:4, 13). Gods geboden waren uitgewerkt in 613 menselijke reglementen. Voor gewone mensen te veel om te volbrengen. Met: ‘jullie die vermoeid en belast zijn’, heeft Jezus hen op het oog, die wanhopig werden van deze interpretatie van de wet en vreesden dat Gods Koninkrijk voor hen gesloten zou blijven. De gemeente van nu ervaart het niet op deze manier. Maar we kennen allemaal dingen waarvan wij menen dat we eraan moeten voldoen. Die kunnen ons flink belasten. Wij kunnen ook de rust gebruiken die Jezus aanbiedt. Het hangt niet allemaal af van onze inspanning. Hij roept niet tot een leer, ook niet tot een leer over de praktijk, Hij roept tot zijn persoon. Want Hij geeft rust. Geen voorschrift, maar rust. Hij wijst niet de weg, hij is (!) de weg: ‘Kom …, dan zal ik jullie rust geven.’ Het enige datje hoeft te doen, is komen en aannemen watje wordt gegeven. Die rust is geen eindpunt, maar beginpunt.
Laatste kwestie is, hoe er naast rust sprake kan zijn van een juk. Een juk is een instrument dat is bedoeld om het dragen van een last gemakkelijker te maken. Het juk van Jezus is in elk geval licht. Want het is dat leren van Hem die zachtmoedig is en nederig van hart. ‘Zachtmoedig’ geeft zijn verhouding tot de mensen aan. Het is de aanduiding van iemand die vriendelijk en geduldig is. Jezus gedroeg zich zo tegenover tollenaars en zondaars (11:9), tot ergernis van Farizeeën en schriftgeleerden. Het is voor Jezus kenmerkend. Matteüs gebruikt het ook bij de intocht in Jeruzalem (21:5) door de profeet Zacharia aan te halen (9:9 LXX) en in de gelukkigprijzing (5:5) wordt het op mensen toegepast. In Zacharia is zachtmoedig net als in het tekstgedeelte verbonden met nederig (of deemoedig). In de tekst geeft dat woord zijn verhouding tot God weer. Terecht geven Grundmann en anderen het weer met ‘toegewijd’, want Jezus zet zich helemaal in om God en mensen bij elkaar te brengen, God aan de mensen te openbaren (vs. 27). Openbaring is geen neutrale term. Hij komt niet bij iedereen aan. Je moet een bepaalde houding hebben: komen en aannemen. Net als Jezus zachtmoedig en nederig worden. Niet te verstaan als een opgave. Want dit juk is zacht, deze last is licht (vs. 30). Want het zware wordt door Jezus gedragen. Wij kunnen in rust zijn, zachtmoedig tegen de naaste, nederig tegenover God, omdat we de last die wij zelf zijn met ons leven, ons verleden, ons verdriet, ons tekort, niet hoeven dragen. Die draagt Hij.
Aanwijzingen voor de prediking
Het gaat niet gewoon om vermoeidheid. Het gaat om mensen die te veel op zich hebben genomen. Bijvoorbeeld altijd proberen om het goed te doen. Misschien omdat hun moeder dat graag zag. Moeilijk om daar af te komen! Of het ligt aan de (kerkelijke) kring, dat God voor jouw gevoel niets te maken kan hebben met vrijheid en blijheid en rust. Jezus is heel anders: ‘Kom tot mij … en ik zal jullie rust geven.’Wat we allemaal wensen (op z’n tijd): dat er even niks hoeft!
Vraag hoe het zover komt. Misschien wel onze eerste gedachte: goedje best doen. Wie aan het begin van de vakantie met een mooi rapport naar huis wil gaan, moet goed zijn best doen. Als je in de hemel wilt komen, moet je je stipt aan de gebodenhouden (zeiden Farizeeën en schriftgeleerden). Alle 613 bepalingen waarin zij de wet hadden uitgewerkt.
Dat lukt dus nooit! Daar worden mensen vermoeid en belast van: zwoegen zonder iets te bereiken. Dan wil je graag wat anders: verlichting, verkwikking, rust. Daarom Jezus: andere weg, ander juk, andere leer: Om anders te zijn (!): net als Jezus: ‘Leer van mij, want ik ben (!) zachtmoedig en nederig van hart … ’
Zachtmoedigheid komt voor in Kolossenzen tussen nederigheid en geduld. In die sfeer hoort het thuis. Zachtmoedig ben je, als je geen hoge toon aanslaat tegenover je medemensen, als je kunt incasseren zonder terug te slaan, een tijdlang een en ander kunt verdragen. Het heeft dus betrekking op de relatie tot de naaste.
Nederigheid heeft betrekking op de relatie tot God. Dat we niet afgaan op eigen inzicht, maar bereid zijn om te luisteren naar de stem van de Heer. Naar het voorbeeld van Jezus: de wil van de Vader doen.
Twee dingen dus, die je van Hem kunt leren. Maar krijg je dan rust? Hoe gaat het, als je zachtmoedig en nederig bent in deze wereld? Zie Jezus: Koning op een ezel. Nederig tegenover God, want dit is Gods wil: zachtmoedig tegenover mensen. Tot het kruis toe! En toch rust: Jezus heeft zich in nederigheid gevoegd naar Gods wil en rust gevonden in de gehoorzaamheid.
Kun je van Hem ‘leren’: rust middenin de onrust van dit leven. Rust omdat we geborgen zijn in Gods hand. Eventueel bij de drukste activiteit. Want het geeft rust als je weet waar het naartoe moet in je leven, wat belangrijk is en wat niet. Het kan ook een echt rustig leven zijn. Als je tevreden bent met wat je hebt. Omdat je weet datje het van God hebt gekregen. Dit de gave is die Hij geeft. De taak is die je krijgt. Het juk dat Hij je oplegt.
Daarbuiten ben je aangewezen op jezelf. Jezus bevrijdt ons van de zorg om onszelf, waar anders nooit een eind aan komt. Zijn juk is licht, omdat maar één ding ertoe doet: net als Jezus worden. Dat zal toch een bepaalde structuur in ons leven brengen, maar die structuur zal flexibel zijn. In elk geval niet zwaar, omdat Hij zachtmoedig is tegenover ons, oneindig veel kan verdragen. Jezus is zachtmoedig. God is zachtmoedig. Zalig de mensen die dan ook zachtmoedig worden, geduldig en gelovend, vertrouwend en volhardend. Zij kunnen gerust zijn: zij zullen de aarde beërven.
Liturgische aanwijzingen
Epistellezing: Handelingen 15:5-11; Psalm 25:6, 8; 103:1, 5; Gezang 323:8 (na de preek); 436:1, 4, 7; 446:1-4; 463. Misschien kan Kolossenzen 3:12-17 worden voorgelezen als leefregel.