Preview: Tegen de Machine
Lees een fragment uit het boek Tegen de Machine
De één omarmt technologische ontwikkelingen met open armen, de ander houdt zich er liever bewust afzijdig van. Het is echter steeds meer de vraag of er wel wat te kiezen valt: de invloed van machines op ons leven wordt alleen maar groter. Er niks mee te maken willen hebben, kan al bijna niet meer. In zijn boek Tegen de machine laat Paul Kingsnorth op beeldende en verhalende wijze zien hoe mensen te midden van al het machinegeweld op zoek kunnen blijven gaan naar menselijkheid. Lees hieronder een stukje uit de proloog.
Toen ik een kind was, wilde ik in een naaldbos wonen. Of, om precies te zijn, in een naaldboomplantage. Daar zijn er veel van in Engeland, in de loop van de twintigste eeuw geplant op heuvels en bergen voor goedkoop papier en pulp. De opeengepakte bomenrijen zijn zo dicht op elkaar geplant dat de meeste takken afsterven door een gebrek aan licht en de bodem in kilometers omtrek verzuurt. Deze bossen worden gehaat door ecologen, landschapsliefhebbers en een groot deel van de daar in het wild levende dieren, die zich er ook nauwelijks in wagen. Misschien is dat ook wel wat me erin aantrok.
Er heerste een soort duister, mossig mysterie in het doolhof van stammen die als pilaren uit de grond rezen. Wellicht had ik te veel Tolkien gelezen (een terugkerend probleem), maar ik zag mezelf daar al een kamp opslaan: een tentje makend van takken en bladeren, ronddwalend over de zachte bosbodem, drinkend uit de stroompjes; iets anders worden dan mezelf.
Het lot van de schrijver
Aan alcohol of drugs ben ik nooit verslaafd geraakt, maar wel aan dromen. Dat is het lot van de schrijver. Je wordt schrijver omdat de wereld die je aantreft in de verhalen die je als kind leest, spannender is dan de wereld waarin je in werkelijkheid leeft. Spannender en op een merkwaardige wijze ook echter. Je wereld bestaat uit school, buitenwijken, bushaltes, ontbijtgranen, in het weekend verplicht je vaders auto wassen, je afvragen hoe je met meisjes praat en luisteren naar de hitlijsten om te ontdekken welke muziek je leuk mag vinden.
Dit is Lothlórien noch Aardzee. Tolkien, Asimov en Verne konden betere werelden scheppen dan deze, en zonder enige twijfel zou je, wanneer de minste of geringste mogelijkheid zich voordeed, liever daar wonen, zoals je ook liever in een naaldbos in de Northern Fells zou wonen. Maar dan, op een dag, neem je een pen ter hand en besef je dat je een eigen wereld kunt scheppen.
Maar dan, op een dag, besef je dat je een eigen wereld kunt scheppen.
Vervuilende machines
Ondertussen word je – in wat door mensen die maar weinig weet hebben van wat echt is liefkozend de ‘echte wereld’ wordt genoemd – ingesloten door een uitzaaiende machine die je lucht en je bossen, je verleden en je verbeeldingskracht vervuilt. Ben je behept met de gevoeligheid om Lothlórien te verkiezen boven Isengard, dan ben je als gevolg daarvan een personage in een tragedie in plaats van een heldenepos.
Het meeste van wat je dierbaar is kwijnt weg. De grote bossen en de verhalen die in en door hen ontstonden. De vreemde culturen die eeuwen omspannen. De cafeetjes en het vreemde niemandsland. De gonzende tempels en de duistere moerassen, de slingerende dorpjes, volksverhalen en vrolijkheid, het spontane gezang en oude huizen waarin heksen zouden kunnen wonen. Dat er draken zouden kunnen zijn. De lege stranden en verwilderde heuveltoppen, de kans voor altijd te verdwalen in de regen of iets te ontdekken wat op geen enkele kaart te vinden was. Een wereld zonder kaarten, een wereld zonder verbrandingsmotor.
Een paradijs van de linkerhersenhelft
Je ziet dat deze wereld op het punt van verdwijnen staat, als die niet reeds verleden tijd is. Daarvoor in de plaats lijkt een paradijs ontsproten aan de linkerhersenhelft te komen, vol rechte lijnen en een geasfalteerde parkeerplaats waar vroeger de graanbeurs was. De toekomst is aan de bètawetenschappen, chatbots en cashloze parkeermeters, economische groei en mijnbouw op asteroïden, tot in de eeuwen der eeuwen. Je krijgt de kans niet er iets tegenin te brengen. Je voelt de enorme kraters die het in de wereld slaat, en wat er in de vergetelheid wordt geasfalteerd, geordend en gerationaliseerd, en de diepte van wat er verdwijnt.
De toekomst is aan de bètawetenschappen, chatbots en cashloze parkeermeters.
Je kunt het echter niet uitleggen of verklaren in termen die nu nog betekenis hebben. Je weet gewoon dat er iets niet klopt. Iedereen zegt dat je dit voelt omdat je besmet bent met wat we ‘nostalgie’ noemen, of dat je een dosis ‘luddisme’ of ‘romanticisme’ hebt opgepikt op een feestje of in de wachtkamer van de dokter. Het komt er in elk geval op neer dat er iets mis is met je. Je begrijpt Vooruitgang niet, dat overal en altijd iets Goeds is.
Omhuld door ‘iets’
Toch voel je dat er iets gaande is wat niet goed is, en het doet er niet toe hoeveel leugens, verdraaide leugens of statistieken men produceert om het tegendeel te bewijzen. Dit ‘iets’ omhult je. Bij de beschrijving die de Welshe dichter R.S. Thomas hiervan geeft in zijn gedicht ‘Other’ lopen de rillingen je over de rug. Na mijn eerste lezing ben ik het nooit vergeten:
(…) de machine doemde
op in de verte, ze zong in zichzelf
over geld. Haar lied vormde het web
waarin zij gevangen werden, mannen en vrouwen
tezamen. De dorpen waren als vliegen
om leeggezogen te worden.
God liet
een traan. Genoeg, genoeg,
zo gebood Hij, maar de machine
keek hem aan en zong verder.
Hiervoor wilde ik mij verbergen in het naaldbos, zo begreep ik toen ik deze regels las, en een beter beeld dan een Machine had ik er nog niet voor gevonden. De door Thomas bewonderde Amerikaanse dichter Robinson Jeffers lijkt op een avond hetzelfde te hebben gezien. Vanaf een berg keek hij neer op de lichtjes van een Amerikaanse stad en kreeg een visioen van een enorm sleepnet dat langzaam zijn prooi binnenhaalde:
(…) Ik kan je niet vertellen hoe
schitterend de stad me toescheen, en een beetje schrikwekkend.
Ik dacht: we hebben de machines opgetuigd en alles is in elkaar
verstrengeld geraakt; we hebben geweldige steden gebouwd; nu
is er geen ontsnappen meer aan. We hebben enorme populaties samengebracht,
niet in staat in vrijheid te overleven, afgezonderd
van de sterke aarde, ieder op zichzelf hulpeloos, van allen
afhankelijk. De cirkel heeft zich gesloten, en het net
wordt binnengehaald. Nauwelijks voelen ze de touwen trekken, toch
glanzen ze al.
Een beter beeld dan een Machine had ik er nog niet voor gevonden.
Overwinning van het mechanische
Als kind verslond ik boeken. Na mijn fantasyfase waren het de dichters die de wereld voor mij openden. Velen van hen, in de eeuwen tussen Wordsworth en Merwin, wezen op de een of andere manier op hetzelfde, zo viel mij op: deze Machine. Later ontdekte ik dat ook romanschrijvers hierover schreven, van Mary Shelly tot Aldous Huxley, via George Orwell, E.M. Forster en Ursula le Guin. Filmmakers zaten op dit spoor van Metropolis tot The Matrix. Wat de non-fictieschrijvers betreft: zij produceerden al meer dan honderd jaar dikke pillen over deze kracht. In dit boek zal ik me in enkele daarvan verdiepen.
Met andere woorden: dit was geen nieuwe vertelling. Deze overwinning van het mechanische op het natuurlijke, van het geplande op het organische, het gecentraliseerde op het lokale en het systeem op het individu en de gemeenschap: het vormt het verhaal van onze tijd. Deze schrijvers probeerden de Machine, die rondom hen oprees, in woorden te vatten. Velen slaagden daarin, en toch proberen we nog altijd te doorgronden wat er gaande is, wat we eraan kunnen doen, en waar het allemaal op duidt. We weten slechts dat er een kracht in onze wereld is ontketend die we met moeite het hoofd bieden. Een grote verandering dient zich aan; een verandering van onze menselijke verhouding tot de natuur, tot elkaar, ons verleden, onze gereedschappen. Tot alles.
Paul Kingsnorth is een Engelse schrijver en denker die in het westen van Ierland woont. Hij schreef verschillende boeken, zowel fictie als non-fictie, en behandelt daarin onder andere thema’s rondom milieubescherming en globalisering. Ook bracht hij een aantal poëziebundels uit. Binnenkort verschijnt Kingsnorth’s boek Tegen de machine.
Pre-order Tegen de machine
In Tegen de machine presenteert dichter en schrijver Paul Kingsnorth een originele beschrijving van het technologische-culturele web dat ons omhult. Het vergt inspanning om in het angstaanjagende tijdperk van de Machine werkelijk mens te blijven. Paul Kingsnorth laat met meesterlijk inzicht in de wortels van het technokapitalisme zien hoe de Machine, onder de vlag van vooruitgang, de westerse beschaving heeft verstikt en de aarde vernietigt. Schrijvend in de traditie van Wendell Berry, Jacques Ellul en Simone Weil, herinnert Kingsnorth ons aan wat menselijkheid vereist: een gezonde achterdocht tegenover gevestigde macht, verbondenheid met land, natuur en erfgoed en diepgaande aandacht voor spiritualiteit.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast.
Word lid van Theologie.nl
Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand.
